Thriller met soap en trauma's

`Toen Konrad Lang terugkwam stond alles in vuur en vlam, behalve het hout in de open haard.' Zo'n openingszin maakt nieuwsgierig; zo'n openingszin is geslaagd. Martin Suter (1948) leerde als copywriter bij vele Zwitserse reclamebureaus hoe je het publiek vangt. En als scenarioschrijver, van onder andere een paar jaargangen Tatort, leerde hij hoe je dat publiek tot het eind toe vasthoudt. In zijn romandebuut Small World komen die vaardigheden samen. Niet alleen de openingszin intrigeert maar ook het grootste deel van de rest.

Hoe alles in vuur en vlam kon staan, behalve het hout in de open haard, dat legt Suter ons na enig treiterig uitstel kort en bondig uit. Konrad Lang had het hout náást de open haard aangestoken. Een foutje, te wijten aan zijn dementie. Het afbranden van de vakantievilla is daarvan het eerste signaal. En de eigenaresse van die villa, Elvira Senn, is gealarmeerd. De verzekering dekt de schade wel, da's geen punt, maar Konrad Lang doet zo raar. Van dingen die pas gebeurd zijn kan hij zich niets meer herinneren. Dingen die lang geleden gebeurd zijn daarentegen herinnert hij zich haarscherp. Elvira Senn vreest die dingen uit het verleden.

Een ziektegeschiedenis, een thriller en een soap: Small World is dat alles tegelijk. De ziektegeschiedenis gaat over Alzheimer, de thriller gaat over Elvira's geheim en de soap gaat over een familie. Een Zwitserse industriëlenfamilie, met aan de bovenkant een oude dame en aan de onderkant een oudere heer die als een marionet aan haar touwtjes beweegt. Totdat die ziekte ertussen komt. En een jonge vrouw. Het aangetrouwde familielid Simone ontdekt zowel Elvira's geheim als Konrads ware identiteit en beide zaken hebben met een moord te maken en met de verwisseling van twee kleine jongens. Konrad betaalde de tol. Hij werd herdoopt, onterfd, vernederd. Hij mocht genadebrood eten zolang hij de clan van pas kwam.

Suter bereidt die onthullingen nauwgezet voor en hij verklapt ze op een geraffineerd-indirecte manier: via het haperende geheugen van een getekend man. Die door zijn ziekte regredieert en trauma's herbeleeft waarvan hij met het vocabulaire van een kleuter of peuter verslag doet. Wat Konrad aan woorden uitbraakt lijkt op wartaal en de lezer begrijpt niet alles meteen. Maar Suter schakelt tolken in, artsen en verpleegsters, die de boodschappen van de zieke decoderen. En die het publiek lessen leren. Over het centrale zenuwstelsel en wat daarmee mis kan gaan en over de noodzaak Alzheimer te bestrijden. Op zulke momenten verandert Suters ingehouden toon in nadrukkelijk gepreek en dat is jammer. Zoals het ook jammer is dat de plot zoveel aandacht opeist.

Het mooist is Small World op plekken waar Suter zich even niet om de intrige bekommert en alleen maar observeert. Precies en niet zonder humor beschrijft hij dan de trucs die Konrad gebruikt om zijn verwarring te verbergen. Zo vraagt de midden-zestiger, in een stadium waarin dat nog kan, de weg in het Engels of Frans. Denken de mensen mooi dat hij een toerist is inplaats van een gek die in zijn eigen - Duitstalige - stad is verdwaald! Maar ondanks dergelijke kunstgrepen schrijdt het verval onherroepelijk voort. De grote liefde die Konrad op z'n oude dag ontmoet kan het niet langer aanzien en ze verdwijnt stilletjes uit zijn heden, om plaats te maken voor plaaggeesten van lang geleden.

Natuurlijk speelt Suter in op de behoefte aan informatie over demente bejaarden. Hun aantal groeit en iedereen kent wel een oudje dat door een Alzheimer-achtige aandoening is getroffen. Ja, deze in Ibiza wonende Zwitser is een handige jongen. En toch heeft de auteur van de wekelijkse Weltwoche-column `Business Class' meer in zijn mars dan koopmansgeest alleen. Martin Suter houdt evenveel van zijn personages als van spannend vertellen. En dat is wel genoeg.

Martin Suter: Small World. Uit het Duits vertaald door Wil Boesten. De Arbeiderspers, 246 blz. ƒ39,90

[streamliner] Ja, deze in Ibiza wonende Zwitser is een handige jongen

Buitenlandse literatuur