Steeds op pad naar zonverlichte nachten

Niet in het zuiden, maar in het hoge noorden liggen de laatste grote uitdagingen. De literatuur over die ijzige streken is, sinds de allereerste overwintering op Nova Zembla door de Hollanders (1596-1597), nog altijd even spannend, sensationeel en bijna altijd verbluffend prachtig geschreven. In 1856 publiceerde Elisha Kent Kane Arctic Explorations, en een citaat daaruit geeft al aan hoe de mens de witte, beijsde wereld onderging: `De intense schoonheid van het arctische firmament is nauwelijks voor te stellen. Het leek zich vlak boven onze hoofden te bevinden, zodat de sterren glorieus uitvergroot waren en de planeten zelf zo sterk leken te schitteren dat de observaties van onze astronoom erdoor werden bemoeilijkt.' Ik ontleen deze regels aan het boek De reis van de Narwhal (The Voyage of the Narwhal, 1998) van de Amerikaanse schrijfster Andrea Barrett.

In dit wonderlijke boek waarin de hoofdpersonen Erasmus en Copernicus heten reconstrueert de schrijfster een zwaar beproefde en uiteindelijk mislukte Noordpool-expeditie vanuit Noord-Amerika gedurende de jaren 1855-1858. Barrett vervlecht in haar boek romankunst met archiefonderzoek, wetenschap met lyriek. De eerlijkheid gebiedt dat deze vorm van mixage niet uniek is. In 1984 verscheen een even spannend poolboek, De verschrikkingen van het ijs en de duisternis door de Duitser Christoph Ransmayr.

Ook De reis van de Narwhal gaat over die grimmige, noordelijke verschrikkingen. Met groot inlevingsvermogen en met een scherp oog voor dramatische verwikkelingen op het zeilschip evoceert Barrett de moeizame expeditie en trekt steeds verder naar het noorden. Zij putte uit dagboeken van negentiende poolreizigers, waardoor haar historische roman een grote mate van authenticiteit krijgt. In de wetenschappelijke passages die de verhalende afwisselen, krijgt de lezer op vanzelfsprekende, onnadrukkelijke wijze onmisbare informatie over de talloze gestalten waaronder, bijvoorbeeld, `ijs' verschijnt. Als pakijs, drijfijs, ijsveld, ijsschots, hummock ofwel drukwal, een kraag van ijs boven het normale niveau. De zomerse nachten in de poolstreken zijn zonverlicht, en alleen al dit onweerstaanbare natuurverschijnsel daagt telkens weer mensen uit de ijzige windstreken op te zoeken. En terecht. De reis van de Narwhal overtuigt ons van de moed van de mannen van eertijds om zich ver buiten de gematigde wereld te begeven.

Andrea Barrett: De reis van de Narwhal. Anthos, 445 blz. ƒ25,–