Sober verantwoordingsdebat

De fractieleiders en premier Kok ontliepen dit jaar het debat over verantwoording van het kabinetsbeleid. ,,Een gemiste kans'', zo oordelen Kamerleden.

Een belangrijke stap voorwaarts? Of een mislukking? Het tweede jaar van verantwoording-nieuwe-stijl heeft in de Tweede Kamer in ieder geval gemengde gevoelens opgeroepen.

Waar in het najaar doorgaans massale aandacht uitgaat naar de `heilige' plannen van het kabinet (Prinsjesdag, begrotingen, enzovoorts), moeten in het vervolg ook de geleverde prestaties scherp worden beoordeeld door het parlement. De tweede cyclus van verantwoording is gisteren afgesloten in een plenair Kamerdebat met minister Zalm (Financiën).

Een jaar geleden viel alom te horen dat de verantwoording tijd nodig heeft `om te groeien'. Aldus bezien is er in het tweede jaar eerder sprake geweest van krimp dan van groei. Vorig jaar werd het afsluitende debat nog gevoerd door premier Kok en de fractieleiders. Dit jaar waren zij in geen velden of wegen te bekennen. ,,Een gemiste kans'', zegt Kamerlid Jan van Walsem (D66), voorzitter van de Commissie voor de Rijksuitgaven. ,,Dit had nooit zo mogen gebeuren'', zegt vice-voorzitter Adri Duivesteijn van de PvdA-fractie. ,,De Kamer heeft zichzelf hiermee ten onrechte gemarginaliseerd.''

Premier Kok besloot weg te blijven nadat duidelijk was geworden dat de fractieleiders niet aan het debat zouden deelnemen. Minister Zalm voerde als formele verklaring aan dat de premier ,,in het Nederlandse bestel ook niet de baas is van alle ministers'', daarbij voorbijgaand aan het feit dat de premier bij de algemene beschouwingen in september wel als enige bewindsman het woord voert over de volle breedte van het regeringsbeleid. Overigens zei Zalm het ,,niet erg'' te vinden dat hij ,,solo de rotzooi van het kabinet moest opruimen'', zoals Kamerlid Vendrik (GroenLinks) het uitdrukte. Zalm hierover: ,,Als ik een guillotine zie, ren ik erop af.''

Met de tweede ronde van verantwoording is op enkele onderdelen wel enig politiek resultaat geboekt. De druk op minister Borst (Volksgezondheid), om op korte termijn meer inzicht te geven in het effect van extra miljardenuitgaven in de zorgsector, is opgevoerd. De Kamer heeft de toezegging afgedwongen dat zelfstandige bestuursorganen en andere semi-overheidsdiensten ook financiële verantwoording gaan afleggen op dezelfde wijze als gebruikelijk is bij departementen. De Kamer heeft extra onderzoek laten verrichten naar onderdelen van de jaarverslagen van Justitie en Defensie.

Kamerlid Van Walsem stelt dat het effect van de nieuwe wijze van verantwoording ,,niet valt af te meten aan een enkel Kamerdebat''. Hij wijst erop dat ,,alle departementen nu druk bezig zijn om de begrotingen op een nieuwe manier in te richten''. Komende Prinsjesdag worden deze nieuwe begrotingen, uitgaande van `meetbare prestaties', voor de eerste keer ingediend bij het parlement. Kamerlid Vendrik noemt het ook ,,veel belangrijker dat ambtenaren op de departementen nu de cultuuromslag maken'' naar een overheid die zich bindt aan vernieuwing en verbetering van de publieke dienstverlening. ,,De Kamer is het sluitstuk van die operatie.''

PvdA'er Duivesteijn onderschrijft deze zienswijze, maar hij noemt het ,,des te treuriger dat de meeste Kamerfracties dit jaar de verantwoording niet serieus hebben genomen''. Het is, meent Duivesteijn, een ,,volstrekt verkeerd signaal aan het ambtelijk apparaat geweest dat de Kamer zo weinig werk heeft gemaakt van de verantwoording. Duivesteijn kwam deze week, als enige Kamerlid, met een samenhangend betoog over de kansen voor en problemen bij de nieuwe wijze van verantwoording. Hij bepleitte dat ook in het regeerakkoord plannen voor meetbare prestaties worden opgenomen.