Slobodan Miloševic, van het Merelveld naar het tribunaal in Den Haag

Miloševic aan de macht

24 april 1987: Miloševic maakt in Priština, de hoofdstad van de Servische autonome provincie Kosovo, handig gebruik van de toenemende spanning tussen Serviërs en Albanezen. Niemand heeft ooit nog het recht om Serviërs te staan, aldus Miloševic, die op dat moment nog leider is van de communistische partij van Servië. In de komende jaren zuivert Miloševic de partij, de staatsorganen en de media in Servië van critici.

28 juni 1989: Meer dan een miljoen Serviërs herdenken de slag op het Merelveld (1389). Miloševic houdt hen voor: ,,Na zes eeuwen zijn we weer verwikkeld in veldslagen en ruzies. Nog zijn het geen gewapende veldslagen, maar die kunnen niet worden uitgesloten.''

Einde communistische partij

29 december 1989: Slovenië voert meerpartijenstelsel in. Sloveense communisten breken met federale Communistenbond. Kort daarna valt communistische partij in Joegoslavië uiteen.

8 april 1990: Niet-communisten winnen verkiezingen in Slovenië.

22 april: Nationalisten winnen verkiezingen in Kroatië.

Juli: Miloševic vormt Servische communistische partij om tot socialistische partij. Hij waarschuwt dat bij het eventueel uiteenvallen van Joegoslavië de Servische grenzen opnieuw getrokken moeten worden.

18 november: Moslims, Serviërs en Kroaten kiezen bij verkiezingen in Bosnië langs etnische lijnen.

9 december: Winst voor Miloševic bij vrije verkiezingen in Servië en Montenegro.

23 december: Slovenen spreken zich in referendum uit voor onafhankelijkheid.

Oorlog in Kroatië

25 juni 1991: Slovenië en Kroatië roepen de onafhankelijkheid uit. Servische minderheid in kroatië roept de streek Krajina, ongeveer eenderde van Kroatië, uit tot autonoom gebied. Serviërs krijgen steun van Miloševic: ,,Wij geloven dat Serviërs het recht hebben om in één land te wonen. Als we daarvoor moeten vechten dan, bij God, zullen we vechten'', aldus Miloševic.

3 januari 1992: Bestand in Kroatië. Grote delen van Krajina, Srem en Oost-Slavonië zijn veroverd door de Serviërs.

15 januari: EG erkent Slovenië en Kroatië; internationale gemeenschap volgt. De oorlog kost zeker 20.000 mensen het leven. 400.000 mensen raken dakloos. Servië gaat gebukt onder internationale sancties.

Oorlog in Bosnië

29 februari 1992: Moslims en Kroaten (64 procent van het electoraat) stemmen in Bosnië voor onafhankelijkheid. Bosnische Serviërs boycotten referendum.

27 maart: Bosnische Serviërs roepen eenzijdig een `Srpska Republika' uit.

6 april: EG erkent Bosnië; Bosnische Serviërs schieten in Sarajevo op vredesdemonstranten en betrekken posities in de heuvels rond de stad. Volgens Miloševic zijn de Servische actie een reactie ,,genocide door de Kroaten'' en op ,,fundamentalisme van de moslims''.

27 april: Servië en Montenegro vormen nieuwe Joegoslavische federatie.

31 mei: Miloševic wint parlementsverkiezingen in Servië.

19 september: Veiligheidsraad zet Joegoslavië uit Algemene Vergadering.

20 december: Miloševic wint presidentsverkiezingen in Servië.

1993: Terwijl de oorlog doorgaat, tracht de internationale gemeenschap zonder succes een oplossing te vinden voor de oorlog in Bosnië.

25 mei 1993: Veiligheidsraad besluit tot oprichting van een tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië.

Chronologie

6 juli 1995: Bosnische Serviërs vallen `veilig gebied' Srebrenica aan; bij de ontruiming van een door de Serviërs bezette observatiepost wordt op 8 juli een Nederlandse VN-soldaat door regeringssoldaten gedood.

21 november: Na drie weken van overleg paraferen de presidenten Izetbegovic, Tudjman en Miloševic in Dayton een vredesregeling. Het akkoord wordt op 14 december in Parijs getekend.

7 augustus 1996: Tudjman en Miloševic sluiten principe-akkoord over normalisering betrekkingen.

Miloševic onder druk

3 november 1996: Bij parlementsverkiezingen wint Miloševic' coalitie bijna tweederde meerderheid.

17 november: Bij gemeenteraadsverkiezingen wint de Servische oppositie 15 van de 18 grootste steden. Miloševic laat de resultaten annuleren.

18 november: Eerste van bijna dagelijks massademonstraties in grote steden in Servië. Woede over annulering van verkiezingsuitslag.

24 december: Miloševic brengt aanhang op de been om eind te maken aan massabetogingen. Bij gevechten valt een dode aan de kant van de opposanten.

2 januari 1997: Servische orthodoxe kerk veroordeelt Miloševic wegens ,,het vertrappen van de wil van het volk''.

2 februari: Tachtig gewonden bij het hardste politie-optreden in Belgrado sinds begin van de protesten.

4 februari: Miloševic erkent alsnog uitslag van gemeenteraadsverkiezingen van 17 november.

Oorlog in Kosovo

28 februari 1998: Na aanslag op Servische politiepatrouille in Kosovo nemen Servische troepen wraak: 25 Albanese dorpelingen worden vermoord. Begin van de Kosovo-crisis. Internationale gemeenschap zet Miloševic onder druk, waarschuwt voor zijn val en voor militair ingrijpen.

5 maart: Miloševic noemt Kosovo een `interne aangelegenheid' van Servië.

23 april: Serviërs wijzen in een referendum met 94,73 procent van de stemmen internationale bemiddeling Kosovo af.

23 februari 1999: Conferentie Rambouillet eindigt zonder akkoord. Miloševic tegen NAVO-troepenmacht in Kosovo.

24 maart: Eerste luchtaanvallen NAVO. Joegoslavië kondigt noodtoestand af. Vluchtelingenstroom zwelt aan.

5 april: Hulpverlening voor in totaal 854.000 mensen op drift, komt op gang.

22 april: NAVO bombardeert residentie van Miloševic die uiteindelijk instemt met ,,internationale aanwezigheid'' in Kosovo onder VN-vlag.

24 mei: Joegoslavië-tribunaal klaagt president Miloševic en vier van zijn naaste medewerkers aan wegens oorlogsmisdaden in Kosovo.

10 juni: NAVO schort bombardementen op, na akkoord over Joegoslavische troepenaftocht uit Kosovo. Legering KFOR in Kosovo.

Val van Miloševic

14 juli 1999: Oppositieleider Djindjic kondigt mars op Belgrado aan om Miloševic te verdrijven. Dagelijkse betogingen in diverse steden.

10 januari 2000: Oppositie Servië dreigt met demonstraties als regime niet instemt met vervroegde verkiezingen.

15 mei: Twintigduizend opposanten van Miloševic betogen in Belgrado. Spanningen nemen toe, het regime neemt vrije media over.

19 september: Europese Unie stelt Joegoslaven opheffing sancties in het vooruitzicht als zij Miloševic wegstemmen.

24 september: Presidents-, federale en lokale verkiezingen in Joegoslavië. Oppositie-kandidaat Vojislav Koštunica en Slobodan Miloševic claimen beiden de overwinning. Het Westen wijst oppositie als winnaar aan.

5 oktober: Volksopstand, waarbij het parlementsgebouw en het gebouw van radio en tv worden bestormd. Miloševic erkent verkiezingsnederlaag en treedt af.

7 oktober: Koštunica wordt president van Joegoslavië.

23 december: Partij Miloševic weggevaagd bij verkiezingen voor Servische parlement.

1 april: Miloševic gearresteerd over verdenking van machtsmisbruik en corruptie.

28 april: Miloševic overgedragen aan Joegoslavië-tribinaal.