`Robert Musil dwong me mijn intelligentie te ontwikkelen'

Robert Musils rede `Over de domheid' bracht Matthijs van Boxsel op het idee een Encyclopedie van de Domheid te schrijven. Het tweede deel is net verschenen.

,,Ik ben lid van de Robert Musil-Verein', bekent Matthijs van Boxsel. ,,Verder ben ik van geen enkele club lid. Ik heb een bijeenkomst in Klagenfurt meegemaakt, waar het Musil-museum zich bevindt. In roeibootjes gingen we het meer van Klagenfurt op om diepzinnige gesprekken over liefde, mystiek en Musil te houden. Er heerste daar een hele vreemde, broeierige sfeer. Heerlijk!'

In zijn studeerkamer in Amsterdam, gevuld met vele meters boeken, praat Van Boxsel (1957) hartstochtelijk over Der Mann ohne Eigenschaften, het omvangrijke levenswerk van Robert Musil (1880-1942). In 1986 verscheen Van Boxsels vertaling van Musils redevoering `Over de domheid', als een soort inleiding tot De Encyclopedie van de Domheid, waarvan in 1999 het eerste deel verscheen. Het bleek een onverwacht succes, met tot nu toe drie drukken en zevenduizend verkochte exemplaren. Nu ligt het tweede deel van de Encyclopedie in de winkel: Morosofie, Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen. Hierin staan de `morosofen' centraal, denkers wier theorieën zo absurd zijn dat ze van de weeromstuit een literaire kwaliteit krijgen.

,,De boeken van morosofen vind ik in het algemeen echt fantastisch', zegt Van Boxsel. ,,Er zit een spanning in die in veel literatuur ontbreekt. In de literatuur is vooral het heilige willen aanwezig, bij deze mensen gaat het nog om het heilige moeten. Voor de meesten is de wereld ingestort, en ze proberen uit de brokstukken een nieuwe, denkbeeldige wereld op te bouwen waarbinnen ze heer en meester kunnen spelen. Ze gooien hun anker uit in de denkbeeldige wereld omdat ze het in de werkelijke wereld zijn kwijtgeraakt. Het zijn ook geen gekken, het zijn mensen die zichzelf hebben genezen met behulp van een waantheorie. In principe moet iedereen op de een of andere manier met de idiotie van het bestaan in het reine komen. Deze mensen hebben dat origineel gedaan, en daarom verdienen ze een boek.'

Eind jaren zeventig studeerde Van Boxsel Nederlands. In de literatuurbijlage van Vrij Nederland las hij een artikel van Jacques Kruithof over Robert Musil. Van Boxsel: ,,Dat vond ik zo'n aantrekkelijk verhaal dat ik Der Mann ohne Eigenschaften meteen ben gaan lezen, met dikke woordenboeken erbij. Elke dag was ik er mee bezig, en ik was zo onder de indruk van dat werk dat ik van studie ben gewisseld, van Nederlands naar Literatuurwetenschap, om me maar Musil te kunnen bezighouden. Toen heb ik de rest van zijn verzameld werk gelezen, en de laatste tekst daaruit is `Über die Dummheit', een redevoering die hij in 1937 heeft gehouden in Wenen. Het is een verkapte aanklacht tegen de nazi's en katholieke fascisten die op dat moment in Wenen aan de macht waren. Het was een enorme worsteling om die tekst te vertalen in het Nederlands. Ik heb toen gezocht naar de bronnen waaruit Musil had geput en zo is langzamerhand mijn collectie boeken over de domheid ontstaan.

,,De term `man zonder eigenschappen' wordt voortdurend misbruikt. De man zonder eigenschappen is een man met alle eigenschappen plus één, namelijk de eigenschap dat hij niet in staat is zijn andere eigenschappen serieus te nemen. Hij heeft wel eigenschappen maar kan ze niet toepassen. De hoofdpersoon Ulrich is een observator, iemand die zijns ondanks overal in verzeild raakt. Zijn afwachtende houding werkt provocerend. Ulrich is een soort katalysator. Iedereen voelt de behoefte zich te verantwoorden zodra hij in de buurt is.

,,Ulrich is een super-amateur, hij heeft verschillende opleidingen achter de rug, hij brengt zijn kwaliteiten alleen niet in de praktijk, het zijn opties. Hij is de man met mogelijkheden.' Voelde Van Boxsel zich met hem verwant? ,,Nee, maar ik vond het wel een aantrekkelijke positie. Ik heb gekozen voor een bepaald soort werkelijkheid, ik schrijf, Ulrich niet. Hij probeert geen verplichtingen aan te gaan, en in het gebied van de mogelijkheden te blijven. Hij is zoekende, en pas als hij zijn zuster Agathe ontmoet, begint het geloof in zijn eigenschappen weer op te komen.

,,Toen ik Musil gelezen had nam ik me voor dat ik voortaan alleen zou publiceren over twee dingen: Musil en domheid. Ik wilde mijn proefschrift over Musil schrijven, maar dat is gestrand in een berg aantekeningen. Wel verschenen in Raster vier essays over Musil van mijn hand. Der Mann ohne Eigenschaften heb ik toen geficheerd, vooral met betrekking tot het thema van `de omgekeerde wereld'. Het boek speelt zich af in 1913. De parallelactie treft voorbereidingen voor een groot feest ter ere van de `wereldvredeskeizer' Franz-Joseph. Maar alle idealistische bemoeienissen krijgen een tragikomische glans in de wetenschap van de lezer dat in 1914 de oorlog zal uitbreken. Naast een satirische zedenschets is het boek echter ook een utopische speurtocht naar de liefde. In feite koersen de gebeurtenissen af op de schending van de twee grote taboes: oorlog en incest.

,,In 1988 heb ik mijn laatste essay over Musil gepubliceerd in Raster. Ik ben er bijna in gestikt omdat ik er niet uitkwam. Toen dacht ik, weet je wat, ik ga ook niet meer over Musil schrijven, ik ga alleen nog maar over domheid schrijven. Ik lees Musil nog wel vaak, omdat ik er heel veel uit leer; hij heeft zich met alles beziggehouden. Musil heeft mij gedwongen mijn intelligentie te ontwikkelen. Ik werd gedreven door zijn stijl, maar een heleboel begreep ik niet, en hij heeft me gedwongen net zo lang na te denken en er net zo veel materiaal bij te halen tot ik het wèl begreep. Vooral ging het me om het encyclopedische, dat je niet bang bent je te begeven in boeken over politiek, sociologie, psychologie. Musil trekt je over de grenzen van je eigen vakgebied. In dat opzicht is hij een leerschool voor mij geweest.'

Op welke manier is De Encyclopedie van de Domheid voortgekomen uit de leerschool van Der Mann Ohne Eigenschaften? Van Boxsel: ,,Twee elementen staan bij mij centraal, encyclopedie en satire - wat ook al in de titel Encyclopedie van de Domheid doorklinkt. Musil zei: de encyclopedie heeft geen methode meer om greep te krijgen op de hoeveelheid kennis die tot ons komt; de encyclopedie is het slachtoffer van de stroom kennis die ze zelf op gang heeft gebracht. En de satire heeft geen vaste moraal meer, geen as waarom ze de wereld kan kantelen. De eeuw wordt gekenmerkt door een ideologische warboel.

,,Op zoek naar een nieuwe levenshouding ondernam Musil vervolgens een dappere poging om de twee levenshelften, ratio en mystiek met elkaar te verzoenen. Zijn boek is een encyclopedie op zoek naar een methode om weer vat te krijgen op de ontwikkelingen, en het is een satire op zoek naar een nieuwe moraal. In dat verband spreekt Musil over de `utopie van het essayisme'. Het essayisme begint waar de wetenschap ophoudt, de wetenschap mag niet verder dan een bepaalde grens, daar begint het moeras. In het moddergebied gooit de essayist zijn hengel uit. In negen van de tien gevallen haalt hij een oude schoen naar boven, de tiende keer is het iets waardevols. De essayist analyseert de werkelijkheid om enerzijds zekerheden onderuit te halen, anderzijds om nieuwe mogelijkheden te beproeven.

,,In feite is er sprake van een soort situatie-ethiek. Je tilt het huidige moment in het laboratorium van de geest om er vivisectie op te plegen. Je gaat niet uit van een vaststaande moraal, maar steeds opnieuw versta je je met de situatie om te kijken wat zinnig is of niet. Het voortdurend gespitst zijn, dat is waar het om gaat, ook tijdens het schrijven.

,,In de achttiende eeuw kon je je wereldbeeld nog wijzigen na het lezen van een encyclopedie, tegenwoordig is een encyclopedie het symbool van achterlijkheid: veertig in imitatieleer gebonden folianten. Om levend te blijven moet de encyclopedie zich niet langer richten op het verzamelen van kennis, maar op het ontwikkelen van een methode waarmee je je kunt verstaan met de wereld. Je moet het dagelijks leven tegemoet treden als gold het een experiment. Musil ziet de wereld als een laboratorium waarin levensvormen worden beproefd. Dat is het hypothetische leven. Hier is iedere waarheid een mogelijke waarheid.

,,Eigenlijk gaat het om een ordenen zonder tot een orde te geraken. Het plezier schuilt in het denken en niet in de gedachte, in het dynamische en niet in het statische. Voor De Encyclopedie van de Domheid geldt dat ook, daarom is mijn encyclopedie niet alfabetisch van opzet, maar in eerste instantie quasi-thematisch. Ik laat me bij het schrijven leiden door het plezier. De domheid stelt me in staat tegelijk onverwachte kennis te vergaren en plezier te beleven. Het schrijven komt ook voort uit een soort ordenen om tot een provisorische orde te geraken, en als ik het plezier in het denken kan overdragen op mijn lezers dan ben ik geslaagd.'

Robert Musil: Der Mann Ohne Eigenschaften. Vertaald door Ingeborg Lesener als De man zonder eigenschappen. Meulenhoff, 871 blz. ƒ67,50; geb. ƒ125,-- (genummerde oplage).