Powell brengt vrede nog niet naderbij

De Amerikaanse minister Powell sprak gisteren met de Palestijnse leider Arafat en de Israëlische premier Sharon. Een doorbraak heeft hij nog niet tot stand gebracht.

Tijdens zijn missie in het Midden-Oosten heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict nog niet naderbij kunnen brengen. Helemaal zonder resultaat vertrok Powell gisteravond niet uit Israël: premier Ariel Sharon liet hem weten in te stemmen met een `proefperiode' van zeven in plaats van tien dagen voordat een afkoelingsperiode van zes weken kan ingaan die, conform het huidige Amerikaanse bemiddelingsplan, uiteindelijk moet leiden tot hervatting van het vredesoverleg. Maar dat was dan ook het enige tastbare resultaat. Wanneer de testperiode van absolute geweldloosheid gedurende een week ingaat, is zelfs niet duidelijk.

Powell reisde afgelopen woensdag met spoed naar het Midden-Oosten terwijl premier Sharon nog in Washington was voor onderhandelingen met president Bush. Aanvankelijk leek deze nogal hectische ingreep van de Amerikaanse regering uit te pakken in het voordeel van de Palestijnen. Begin deze week vlogen Bush en Sharon elkaar in de haren tijdens een diplomatiek spektakel zonder weerga in het Witte Huis. Terwijl Sharon voor de tv-camera's declameerde dat van hervatting van vredesstappen geen sprake kan zijn zolang de Palestijnse terreur en ophitsing aanhoudt, trappelde Bush ongeduldig met zijn rechterbeen en riep dat er toch vooruitgang was geboekt. ,,Geen mijlen maar inches, maar wel vooruitgang.'' Omdat Bush in tegenstelling tot Sharon wel beweging in de richting van vrede constateerde, kondigde hij aan Powell naar het Midden-Oosten te sturen. Sharon gaf geen krimp.

De Palestijnen constateerden met vreugde dat Bush dichter aan hun dan aan de Israëlische kant stond, en dat er dus politieke Amerikaanse bescherming was tegen Israëlische agressie. Dat gevoel werd gisteren nog eens versterkt toen Powell na een onderhoud met de Palestijnse leider Yasser Arafat in Ramallah het idee opperde van het sturen van internationale waarnemers.

Maar de Palestijnen juichten te vroeg. Na een onderhoud met de Egyptische president Mubarak in Kairo liet Powell al met zoveel woorden weten dat de premier Sharon bepaalt wanneer de `testperiode' tussen Israël en de Palestijnen begint. En gisteravond nam Powell de indruk weg voorstander te zijn van het eenzijdig sturen van waarnemers en/of een vredesmacht. Powell zei dat beide partijen het daarover eens moeten worden, en zo kende hij dus Sharon opnieuw het vetorecht toe.

De proefperiode, die nu is teruggebracht tot een week, en waarin sprake moet zijn van volledige geweldloosheid, moet voorafgaan aan een periode van 45 dagen ter stabilisering van het staak-het-vuren. Vervolgens kan worden begonnen met de uitvoering van het plan van de Amerikaanse oud-senator Mitchell, dat voorziet in bevriezing van de Israëlische nederzettingenpolitiek en uiteindelijke hervatting van het vredesoverleg.

Op papier ziet dit scenario er aantrekkelijk uit. Er zijn echter te veel belanghebbenden — extremistische Palestijnen en kolonisten — die klaar staan om de schuchtere vredeshoop te torpederen. Volgens de krant Ha'aretz heeft Sharon bij Bush de boodschap achtergelaten dat hij het Palestijnse zelfbestuur met een militaire actie omver zal werpen indien het Palestijnse geweld escaleert. President Bush kan weinig uitrichten tegen zo'n bliksemoffensief. Bovendien heeft Sharon door het gematigde reactie op recente Palestijnse aanslagen krediet opgebouwd voor een dodelijke uithaal naar Arafats zelfbestuur dat door premier Yitzhak Rabin na Oslo uit Tunis binnen werd gehaald.

Vooralsnog zet de Amerikaanse bemiddelingspoging dan ook weinig zoden aan de dijk. Dat blijkt wel uit het feit dat gisteren opnieuw een joodse koloniste in bezet gebied werd doodgeschoten.