Ontkenners en bekenners

Met De uitbuiting van de Holocaust kwam de Vlaamse historicus Gie van den Berghe in 1990 een jaar of tien te vroeg. Het boekje werd beleefd maar vlak besproken, met het soort eerbiedige omzichtigheid dat altijd maar het veiligst is wanneer het om de holocaust gaat, men scheen er niet veel brisants in te ontdekken.

Misschien dat Van den Berghe ook zelf aanvankelijk niet helemaal besefte dat hij iets brisants te zeggen had. Tot driekwart is De uitbuiting van de holocaust een doodbrave uiteenzetting over `ontkenners' van de shoa. Een rariteitenkabinet van ultrarechtse en soms -linkse geesten die in redeneertrant erg doen denken aan de man in een verhaal van Freud die zich verdedigt als hij een geleende ketel in totaal kapotte staat komt terugbrengen. Punt één, zegt hij, heeft hij die ketel niet geleend, punt twee was die toen al kapot en punt drie is die nog altijd heel. Vermakelijke waanzin, maar de moeite van een analyse amper waard.

Uiteindelijk verschuift de focus dan naar een heel andere omgang met de holocaust – die van de `bekenners', die de jodenmoord juist sterk onder de aandacht willen houden omdat ze die zien als een historisch unicum, met niets te vergelijken, zelfs niet met andere volkerenmoorden. Een gebeurtenis zo onvoorstelbaar dat een poging tot begrip slechts tot banalisering kan leiden. Een gebeurtenis die niet begrepen moet worden, maar herdacht.

Waarna Van den Berghe op de laatste bladzijden, als bij een plotse ingeving, een stelling plaatst. Ontkenners en bekenners roepen elkaar op, ja lijken op elkaar. Beide weigeren de jodenmoord een plaats in de geschiedenis te geven. Beide zetten haar in plaats daarvan in voor hedendaagse ideologische doelen – de ontkenners voor hun antisemitisme, of tenminste antizionisme, de bekenners ter verdediging van datzelfde zionisme, of van Israël, of joden in het algemeen.

Een tamelijk abstract idee, dat in 1990 klaarblijkelijk nog niet zoveel herkenning bood. Maar sinds die tijd is veel veranderd. De shoa wordt steeds opzichtiger het instrument van morele en financiële claims van de bekenners. En de joodse Norman Finkelstein, die zich daar in zijn woeste polemiek van vorig jaar tegen verzette met de uitroep dat een raadsel was wie er dan wèl door Hitler was vermoord, als zoveel joden nog iets te claimen hadden, bediende zich daarmee per ongeluk van een klassieke drogreden van de ontkenners.

Twee kanten van dezelfde medaille. Van den Berghe zag het goed en heeft nu, elf jaar later, in een herziene uitgave een mooi up to date nawoord verzorgd. Een actueel boek, ineens.

Gie van den Berghe: De uitbuiting van de Holocaust. Anthos, 191 blz, ƒ25,–