`Nonkel' België op missie om ex-kolonie te redden

België ziet het als zijn `morele plicht' te helpen de oorlog in de Democratische Republiek Congo te stoppen en de voormalige kolonie uit de misère te halen. Premier Verhofstadt en minister Michel op een speciale missie.

,,Jullie zijn toch onze nonkels''? De hele week zie je ze al op de Belgische televisie: gewone burgers in de `Congo' die het prachtig vinden dat België, de voormalige kolonisator, de ontwikkelingshulp aan hun land hervat. Morgen kondigt premier Guy Verhofstadt op de 41ste verjaardag van de onafhankelijkheid, in Kinshasa, de eerste stappen aan van een officiële come-back in het door oorlog en armoe getergde Congo. Juist nu er steeds meer bewijzen komen dat de Belgische regering zo'n dertig jaar geleden de hand heeft gehad in de moord op de Congolese premier Patrice Lumumba, juist nu ook een vernietigend VN-rapport aantoont dat de Belgen eigenlijk nooit zijn weggeweest uit Congo omdat zestien Belgische bedrijven er door de plundering en ondershandse verkoop van coltan en andere gewilde grondstoffen de oorlog in stand helpen houden juist nu lijken Congolezen én Belgen de stank uit deze beerputten te willen verdrijven met de wierook der nostalgie.

Het `Actieplan Vredesopbouw in de Regio der Grote Meren', waarvan het hulpprogramma voor de Democratische Republiek Congo deel uitmaakt, is het eerste tastbare product van de aspiraties die vooral de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel al langer koestert. Terwijl Portugal wel uitkijkt om zich te nadrukkelijk in Angola te manifesteren, en Britten en Fransen in hun oude koloniën steeds voorzichtiger zijn, werpt België zich op als de redder van Congo.

Verhofstadt en Michel worden deels door persoonlijke motieven gedreven. Op reis in de oude koloniën raakten zij beschaamd over het verleden. Dat vorige Belgische regeringen plunderbendes rond de Congolese ex-president Mubutu de hand boven het hoofd hielden, of de Hutu's in Rwanda steunden in de stemmingmakerij tegen (en later de moord op) Tutsi's, kan beiden tot tranen bewegen.

Vorig jaar bood Verhofstadt Rwanda namens België al excuses aan. Nu voelen de twee machtigste politici van België het als hun `morele plicht' om de oorlog in Congo te stoppen, en het land bij de wederopbouw te helpen. Directe hulp aan de staat of kwijtschelden van Congolese schulden zijn nog niet aan de orde. Maar volgens Michel rechtvaardigen enkele hervormingen in Congo begin van een nationale dialoog, eerste tekenen van politieke vrijheid, vrijmaken van de wisselkoersen, toelating van VN-waarnemers nu wel dat onafhankelijke hulporganisaties aan bruggen, wegen, vredesprojectjes en gezondheidszorg gaan werken.

In 1990 zette België de structurele hulp aan Congo stop om Mobutu te dwingen politieke en economische hervormingen door te voeren. Alleen noodhulp ging door. De maatregel maakte weinig indruk op Mobutu. De hulp werd onder Mobutu's opvolger Laurent Désiré Kabila niet hervat: ook hij nam het niet nauw met politieke vrijheden of mensenrechten. Kabila raakte verwikkeld in een oorlog in waarin vele buurlanden betrokken zijn.

Sinds de moord op Kabila, in januari, is diens zoon Joseph (29) president. Congo staat economisch aan de afgrond en is internationaal geïsoleerd. Het land is deels door buurlanden bezet. Wegen zijn vernield, rivieren geblokkeerd. Voedsel uit de ene provincie kan niet naar de andere, dus mensen eten geïmporteerde rijst. Mensen sterven als vliegen, zegt een van Michels gezanten in Congo, Reginald Moreels: ,,Merde, merde, we wisten niet dat het zo erg was''.

Michel was er als de kippen bij om Joseph Kabila te vertellen dat ook hij geen lang leven zou hebben, als hij het volk economisch en politiek geen lucht zou geven. Kabila gaf vast wat `geruststellende signalen'. Die rugdekking had België nodig om te gaan bemiddelen, en als eerste de hulp te hervatten. Als de voormalige kolonisator dit durft, hield Michel Kabila voor, dan volgen andere EU-lidstaten, de Verenigde Staten, de Wereldbank en het IMF wel.

Michel is een ambitieus politicus. Volgens sommigen ziet hij Congo als een hefboom om België en zichzelf internationaal op de kaart te plaatsen. Hij was de eerste die aankondigde dat Kabila senior dood was – volgens mensen in zijn ministerie baseerde hij dat op één bron, een Belg in een hospitaal in Kinshasa. Het was, zeggen zij, ,,een welbewuste gok''. De bron kreeg gelijk, en Michel's reputatie als `Congo-kenner' werd wereldwijd bevestigd.

Michel praat met alle rebellenleiders en presidenten die iets met de oorlog te maken hebben, introduceert Kabila overal en pusht EU-lidstaten om een duit in het zakje te doen (de Fransen proberen Michel de eer nu al te ontfutselen door het plan tot VN-plan om te smeden). Hij stuurt gezanten het veld in ,,om de stemming te peilen''. Die rijden elkaar in de wielen of proberen oude stijl deals te sluiten met bevriende niet-gouvernementele organisaties in Congo. Andere gezanten schurken tegen het Belgische bedrijfsleven aan, wat veler verdenking voedt dat vooral België beter moet worden van dit plan (de grootste werkgever in Congo is een Belg, George Forrest, die in het VN-rapport over exploitatie van grondstoffen door buitenlandse ondernemingen wordt genoemd).

De eerste versie van Michels Congo-,,Marshall-plan'' repte nog van grote infrastructurele werken die België zou gaan financieren. Dat is in strijd met een Belgische wet uit 1999: juist in die sector, die in het verleden vaak door de industriële of bankaire lobby uit Brussel is omgekocht, mag België alleen nog samen met internationale instellingen investeren. Deze, en vele andere controversiële ideëen, sneuvelden afgelopen week al vóór debatten in het Belgische parlement. Wat blijft, is een elegant staaltje van do-gooding op papier.

Sommigen hekelen het plan, omdat het leunt op ,,te vage signalen'' van president Kabila. Anderen, zoals de Congolese parlementariër Antoine Masunda, roepen over de Brusselse Radio Panique dat ,,de hervatting van de ontwikkelingshulp de neokoloniale ambities van België maskeert''. Vooralsnog heeft Masunda daarvoor geen bewijs. Dus krijgt premier Verhofstadt van de massaal meegereisde Belgische pers het laatste woord: ,,De afgelopen jaren hebben we kunnen vaststellen dat afwachten niets oplevert in Congo. Wie niets doet, kan ook niets fout doen.'' Dat is iets wat veel gewone Congolezen, murw als ze zijn, hun `nonkels' graag willen bevestigen.