Negen keer lelijk

Zondag maakt minister Van Boxtel bekend welke kunstenaar het Nationaal Monument Slavernijverleden gaat maken.

Het begon met een petitie van een Afro-Europese vrouwengroep, nu is het een kabinetsbesluit. In het Amsterdamse Oosterpark komt het Nederlandse slavernijmonument. Negen kunstenaars werden gevraagd een ontwerp te maken, en kregen een aantal voorwaarden mee. Het Nederlandse slavernijverleden moet zichtbaar worden gemaakt, maar ook `de doorwerking daarvan in de huidige en toekomstige multiculturele samenleving'. Ook moet het monument `aansprekend zijn voor zowel de nazaten van de slaven als de samenleving in zijn geheel'.

Wie de negen ontwerpen bekijkt, vraagt zich af of dat laatste wel mogelijk is. Groot leed verdraagt geen subtiliteit, zo blijkt uit de ontwerpen. En zonder symboliek gaat het niet. Ketenen worden verbroken, jukken worden afgeworpen, zielen worden bevrijd. In een glazen schip bewegen menselijke figuren. Een stenen beeld staat voor `Godin, Moeder Afrika'. Een magische cirkel beschermt een onttakelde scheepsromp, teken van de strijd tegen racisme. In doorzichtige zuilen drijven harten. Echte harten op sterk water, met daarop de namen van slaven die zich hebben ingezet voor de vrijheid van slaven. ,,Het conserveren van de organen verbeeldt de persoonlijkheid van de slaven en hun verhalen die, in tegenstelling tot al het andere, nooit zijn afgenomen.''

Slechts twee van de negen ontwerpen zijn gemaakt op menselijke schaal. Ze nodigen de passant uit om deelnemer te worden. Bij La Route de l'Esclave van Meshac Gaba, afkomstig uit Benin, kan de bezoeker plaatsnemen op een stuurwiel van een schip, en vanaf die plaats de fontein in de vorm van de Atlantische Oceaan bekijken. Bij United van de Surinaamse Remy Jungerman kan de bezoeker een stalen ring bewegen, waardoor aluminium buizen tegen elkaar botsen. Het door een megafoon versterkte geluid moet tot bezinning noden. De overige ontwerpen zijn bedoeld om te imponeren. Ze doen denken aan staatskunst uit dictaturen: pompeus, overdadig, opdringerig, zonder ruimte voor verbeelding. In één woord: lelijk.

Ze zijn niet lelijk, ík vind ze lelijk. Mijn door westeuropese kunsthistorische inzichten geschoolde smaak in het multicultureels: mijn witte blik vindt deze ontwerpen lelijk. Het postmoderne cultuurrelativisme, zo vaak verguisd, heeft dan toch dit inzicht opgeleverd: mijn esthetische normen zijn niet absoluut, naast mijn kunsthistorische canon zijn andere canons denkbaar. Mooi inzicht, maar ik vind het nog steeds monsterlijke beelden.

In de beeldende kunst is de relatie tussen witte en zwarte traditie problematisch. Kunstenaars uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika dringen mondjesmaat door tot Europese en Amerikaanse musea en manifestaties. Voorwaarde is wel dat ze niet al te veel afwijken van de dominante kunstopvattingen en dat ze aansluiten bij het `concept' van de westerse curatoren. Niet voor niets wordt met spanning uitgekeken naar de Dokumenta van de Nigeriaan Okwui Enwezor. Een zwarte tentoonstellingsmaker, tjongejonge!

De ontwerpen voor het slavernijmonument zijn niet aangepast aan de hedendaagse westerse kunstsmaak. Ze zijn niet een beetje anders, ze zijn heel erg anders. Dus noemen we ze niet exotisch, maar achterhaald.

Ze zijn eenduidig in plaats van intrigerend, uitleggerig in plaats van vragen oproepend. Dit geldt met name voor de Surinaamse en Antilliaanse ontwerpen. Niet toevallig zijn de twee kunstenaars die niet uit Suriname of de Antillen komen het meest geaccepteerd door het witte kunstcircuit. Meshac Gaba exposeerde onlangs in Witte de With in Rotterdam, de Iraanse Soheila Najand is op dit moment present op de manifestitaties Sonsbeek in Arnhem en Waterproof in Fort Asperen. De enige Nederlandse deelnemer, Doornèd, lijkt een geval van omgekeerde aanpassing: in smakeloze banaliteit overtreft zijn ontwerp de anderen.

`Aansprekend voor de samenleving als geheel' zal het slavernijmonument niet worden. Voorlopig is het omgekeerde bereikt van de uiteindelijke bedoeling: de ontwerpen voor het slavernijmonument maken duidelijk hoe groot de tegenstellingen zijn binnen de multiculturele samenleving. Die samenleving wordt het best gediend als minister Van Boxtel zondag zegt dat geen van de negen ontwerpen is gekozen. En dat hij opdracht geeft om verder te zoeken naar een ontwerp dat zowel blank als zwart aanspreekt.

Mijn witte blik vindt deze ontwerpen lelijk