Met een knipoog naar de meisjes

Popbiograaf J. Randy Taraborelli maakte in 1990 een eerste aanloop om een boek te gaan schrijven over de grootste vrouwelijke popheldin van deze tijd. Hij was Madonna-liefhebber en had zijn documentatie al op orde, schrijft hij in de inleiding van Madonna. An Intimate Biography, maar zijn poging strandde toch. Madonna was namelijk zelf nog niet rijp voor zijn verhaal. Zij moest nog veel innerlijke groei doormaken, meer mens worden en minder carrièremonster. Gelukkig overkwamen haar sinds 1990 allemaal wonderen: ze kreeg een kind (Lourdes), ontmoette haar tweede echtgenoot, Guy Ritchie, en kreeg nog een baby, Rocco. Het berekenende, kille kreng uit de beginjaren wierp sluier na sluier af, en onthult nu pas langzaam de Vrouw die zij werkelijk is.

Dat echte wezen kan Taraborelli's goedkeuring wegdragen, en maakte het voor hem mogelijk serieus onderzoek te doen. Hij consulteerde hiervoor Dr. Marvin Eisenstadt, een rouw-specialist die in een boek over `parental loss' de effecten hiervan op het jonge kind uit de doeken doet. Toen Madonna zes was, verloor ze plotseling haar zachtaardige, streng gelovige moeder, de Frans-Canadese Madonna Fortin, die op 36-jarige leeftijd aan borstkanker bezweek. Er waren nog vijf broers en zusjes, en Madonna nam als oudste meisje onmiddellijk de rol van mini-moedertje op zich. Voor verdriet was niet veel tijd. De Ciccone-kinderen werden door hun Italiaanse, als ingenieur werkzame vader Tony met nog geen twee woorden over het lot van Madonna sr. ingelicht en verwerden tot een luidruchtige, onbehouwen bende die de ene na de andere huishoudster het huis uit treiterde, totdat Tony na drie jaar opeens trouwde met een van die kinderjuffrouwen, Joan Gustafson. Oudste dochter Madonna werd ruw van de plek naast haar vader verstoten. Ze begon op tweeslachtige wijze te rebelleren: enerzijds door extreem goed haar best te doen op school en zo, met een rapport vol tienen, de oogappel van haar vader te blijven, anderzijds door altijd en overal op te willen vallen, in schooltoneelstukken, danslessen en in huiselijke ruzies. Met die combinatie van discipline, streberigheid en drang om mensen naar je te laten kijken, kwam Madonna op haar negentiende in New York aan. Haar opleiding aan de universiteit van Michigan, waar ze was toegelaten met een dansbeurs, had ze na een jaar afgebroken. Nu wilde ze beroemd worden; hoe precies, dat wist ze nog niet.

Tot zover heeft Taraborelli's boek vaart, en overtuigt het. Naarmate het heden dichterbij komt, daalt echter het peil van de biografie. Behalve op artikelen uit kranten en tijdschriften en honderden uren film en video steunt Taraborelli op getuigenissen. Hij interviewde tal van intimi van Madonna – twee broers, schoolvriendinnetjes, vroege managers en muziekpartners – maar gaandeweg verdwijnen de mensen van belang steeds meer uit zicht en worden in plaats daarvan obers, baliedames, stripteasedanseressen of gewoon `omstanders' als bronnen opgevoerd. Soms duikt Taraborelli opeens zelf op, als anonieme toeschouwer in een theater of een disco. Alle (al dan niet werkelijk gehoorde) gesprekken, ruzies of andere scènes rond Madonna in het openbaar die dit oplevert, worden dan met behulp van enorme simplificaties verbonden aan het beeld uit het begin: dat van de boze, verlaten dochter.

Mr. Madonna

Over de zakelijke kant van Madonna's loopbaan horen we weinig. Zelf praat ze hier van oudsher niet over, en haar employés houden zich kennelijk braaf aan de zwijgcode van hun bazin. Fans, muziekkenners of cultuurspecialisten komen evenmin aan het woord. Het is Taraborelli vooral te doen om Madonna's liefdesleven en hij weet daar, het moet gezegd, sappige details over op te dissen.

Madonna's eerste huwelijk met acteur Sean Penn begon in 1986 als een spannend avontuur van twee wildebrassen, maar verzuurde gauw toen Penn zich ontpopte als een jaloerse, bij vlagen agressieve alcoholist. In de visie van Taraborelli rende Madonna van haar huwelijksproblemen weg, om zich met graagte te laten opslokken door haar carrière. In de drie jaar dat ze met Penn getrouwd was, veranderde ze van een New-Yorkse disco-act in een wereldster; en route verdiende ze zeventig miljoen dollar. Penn hield aan zijn tijd als `Mr. Madonna' alleen de villa in Hollywood over.

Tijdens haar huwelijk had Madonna ook een korte affaire met John F. Kennedy jr., en hier wreekt zich Taraborelli's vreemde, lukrake omgang met zijn materiaal: hij somt zo ongeveer elk etentje en elk rondje joggen door het park op dat JFK jr. en Madonna ooit deelden. Al die overbodige informatie komt van twee vrienden van John, Thomas Luft en Chris Meyer, die waarschijnlijk zo vrijelijk praten omdat de voornaamste betrokkenen uit deze episode, John en zijn moeder Jackie, er niet meer zijn. We leren dat John tijdens zijn flirt met Madonna posters van haar aan z'n muur hing, dat hij broeken met gaten ging dragen en zelfs een sikje liet staan. Maar tegen de wensen van zijn moeder durfde hij niet in te gaan. Jackie vond Madonna een sloerie, en weigerde haar te ontmoeten. Dat vertellen Johns vrienden allemaal — en tussen de regels door lees je dat Madonna zich al na een paar maanden met de brave kroonprins van Amerika verveelde.

Na haar scheiding belandde ze in de armen van een heel wat interessanter personage: Warren Beatty, een oudere, wijzere hartenbreker met een grote staat van dienst in het kleine koninkrijk waar Madonna zich tot de dag van vandaag een plaats in probeert te veroveren: filmstad Hollywood. Madonna speelde en danste voor een prikkie in Beatty's film Dick Tracy en probeerde intussen zoveel mogelijk te leren en af te kijken van haar `Daddy', en mee te draaien in zijn hoge kringen. Beatty had weinig zin om ook met háár leven mee te doen. Al die mensen, dat getrim en dat gedoe, dat dansen in de disco, en dan nog een camera tot in je slaapkamer toelaten voor een documentaire over je wereldtournee... Toen Beatty de eerste ruwe versie van het resultaat van dat filmen zag – de geestige, mooi vormgegegen documentaire In Bed With Madonna, van Alek Keshishian – zweeg hij ijselijk. De volgende dag vond Madonna een brief van zijn advocaten in haar bus: als bepaalde scènes met Beatty er niet werden uitgeknipt, sleepte hij haar voor de rechter. De scènes verdwenen in de prullenbak, en de romance bekoelde gauw.

Banaal

De hoofdstukken over de affaires zijn de meest banale, maar ook de leukste delen van het boek. Daarnaast bespreekt Taraborelli elke film en elk album dat Madonna ooit maakte – de platen werkt hij zelfs liedje voor liedje af – maar dat levert nogal vervelende passages op, waarin een betweterige fan zijn idool wel eens zal vertellen waar ze goed zat, en waar ze de plank missloeg. Soms kraakt hij daarbij harde noten. `Love Song' bijvoorbeeld, Madonna's duet met Prince op het album Like A Prayer, vindt hij een nutteloze `exercise in Prince excess'. Maar, schrijft hij er dan gauw achteraan, elke artiest maakt wel eens een misser, en alle kritiek is subjectief. Het muisje vleit zich weer gauw aan de voeten van de olifant.

Ernstiger bezwaar is dat Taraborrelli in zijn analyses van Madonna's werk een van de wezenskenmerken ervan, en de motor achter haar succes, mist: de humor, de onschuld en het pure plezier die vooral in het begin van haar liedjes en van haar videoclips afspatten. Kleine meisjes vallen niet op een monster, maar op Madonna vielen ze wèl. En hoe. Lag ze op de hoes van Like A Virgin nog bevallig achterover als een voor louter mannen aanlokkelijke slagroomtaart, in het clipje bij `Material Girl' en de bioscoopfilm Desperately Seeking Susan (beide uit 1985) werd duidelijk dat ze uit ander hout gesneden was dan de gemiddelde seksbom. `Susan' uit de film vreet zoutjes, hangt rond in andermans huizen en liegt en steelt zich een weg door het leven, maar toch is iedereen dol op haar, zó charmant is ze. En ze is de slimste van iedereen: het moordverhaal dat als rode draad door de film loopt, wordt door háár opgelost.

Korte topjes

Madonna was het eerste popidool dat over de hoofden van de jongens heen naar de meisjes leek te knipogen: toe maar, speel maar, voor hen, maar vooral voor jezelf. Je bent zo mooi als je je maakt. Dat maakte dat je niet jaloersig wilde hebben wat zij had, maar haar na ging doen. Elk meisje kon voor de spiegel haar eigen Madonna worden. Toen ze na jaren van korte topjes en crucifixen om haar hals in 1986 aan de hand van een norse Sean Penn op een filmpremière verscheen met een nieuw, platinablond rattenkopje, wist je het zeker: Madonna was wel sexy, maar dan onder haar eigen voorwaarden. Als zij de schaar in d'r haar wilde zetten, dan deed ze dat.

Op de Who's That Girl-tournee uit 1987 danste en zong ze zich voor het eerst over de hele wereld live in het zweet – niet op `naaldhakken', zoals zelfverklaard Madonna-kenner Joost Zwagerman later schreef, maar op platte veterschoenen, die geen pijn doen bij het dansen. De choreografieën waren een vreemde mix van disco, flamengo en showballet en Madonna zong meestal zo vals als een kraai, maar de meisjes zagen en hoorden het niet. Madonna was één bal van plezier, energie, daadkracht en moed, en daarom werd ze een ster.

Dat achter dit zelf ontworpen personage een bazig, werkverslaafd en nogal egocentrisch mens blijkt schuil te gaan – zoals Taraborelli, het moet gezegd, met al zijn tipjes van de sluier wel aannemelijk weet te maken – is eigenlijk nauwelijks choquerend. Er lopen wel grotere krengen op deze aarde rond, en bij de meesten levert dat heel wat minder op. De vermeende verzachting van Madonna's karakter die de biograaf met zoveel gejuich constateert en die zich nu zou uiten in het buigen voor de Engelse macho Guy en zelfs voor de strenge, maar lieve papa Tony, zou weleens van heel tijdelijke aard kunnen zijn, en heeft hoe dan ook niets te maken met Madonna's culturele productie. Want hoe valt dan de harde, blikkerige techno op haar laatste plaat, Music, te verklaren, of de bizarre geweldsorgie in What It Feels Like For A Girl, haar nieuwste video?

J.Randy Taraborelli: Madonna. An Intimate Biography. Sidgwick & Jackson. ƒ39,95 Vertaald als `Madonna – Van idool tot icoon' door Monique Eggermont, Marjo Frings-Latour en Willemien Vrielink. Het Spectrum, 366 blz. ƒ39,56