Lijstje Ogenblikje

1. Momentje alstublieft

2. Een klein ogenblikje

3. Excuses voor het lange wachten

4. Hallo, bent u daar nog?

5. Hoe was uw naam ook al weer?

6. Mag ik een pen pakken?

7. De J van Jaap, de A van aap

O, u heet Jaap?

8. Wie kan ik zeggen dat er was?

9. Oeps, bent u daar weer?

10. Waarover gaat het precies?

11. Er ging iets mis geloof ik

12. Als u haast hebt, moet u een

brief sturen

13. Hij is op cursus

14. Hij is naar een klant

15. Dat treft, hij komt juist van

het toilet

16. Werkt die hier?

17. Ze hebben team-overleg

18. Ze zijn juist zijn afscheid

aan het vieren

19. Bitte warten

20. Zijn secretaresse is even haar

neus poederen

21. Ik vind het maar een raar

verhaal

22. Helaas wil ik hem wél storen

23. Dat vertel ik hem zelf wel

24. Waarover ik je eigenlijk belde

25. Ik ga je hangen

26. Om u even kort samen te vatten

27. Ik bel je zo terug, want ik ben

net tegen een fietser aangereden

28. Met wie heb ik gesproken?