Lelijkheid bestaat niet bij mij

Grote verschillen zijn er niet tussen zijn foto's van overlevenden van een ramp, van zijn zoontje en van zijn hond, meent fotograaf Koos Breukel. ,,Ze gaan over levenslust.''

Het is een indrukwekkend gevaarte, de Sinar 8/10 inch, die fotograaf Koos Breukel in zijn Amsterdamse woning annex studio heeft opgesteld. Te midden van de kasten vol fotoboeken, de bank met een koeienhuid erover, een prettig rommelig bureau, staat de enorme studiocamera, op een groot statief, met een doek erover. ,,Het is een ambachtelijke camera die lijkt op de camera's die werden gebruikt in de negentiende eeuw, met grote negatieven'', zegt Breukel. ,,Het is ook een starre camera, zoals dat heet in het jargon. Ik moet me heel erg concentreren bij het nemen van de foto, en dat zie je. Mensen moeten lang stilzitten terwijl ze in de juiste houding worden `geboetseerd'. Het roept introvertie op.''

Koos Breukel (1962) maakt portretten die de kijker het gevoel bezorgen dat er iets is met de geportretteerde, maar vaak is niet direct duidelijk wát. In het eerder dit jaar verschenen Photo Studio Koos Breukel, dat een selectie van zijn werk afdrukt, staan de mensen er vaak verstild, in zichzelf gekeerd op deels een effect van de camera die Breukel gebruikt. Daarnaast lijkt het of het vooral om personen gaat die indringende gebeurtenissen te verwerken hebben gehad. Soms is dat te zien aan de littekens op hun huid, soms te lezen in de blik in hun ogen. Het zijn foto's die nieuwsgierig maken naar het verhaal achter de geportretteerde, zonder daar al te veel over te verklappen. Breukel mag zich, samen met Rineke Dijkstra, rekenen tot de beste hedendaagse Nederlandse portretfotografen, iets wat museumdirecteuren ook lijken te beseffen: de tentoonstelling Photo Studio, met dezelfde foto's als in het boek, is op dit moment te zien in zowel het Haags Gemeentemuseum als De Beyerd in Breda.

Weglopen

Breukel fotografeert de laatste jaren hoofdzakelijk in zijn eigen studio, vrienden, kennissen of mensen die toevallig voorbijkomen. Niet zo lang geleden nog maakte hij foto's die nogal anders waren van sfeer: hij deed veel werk voor tijdschriften als Quote, Elsevier of OOR, portretten van zakenmannen en beroemdheden die soms in een paar minuten moesten worden genomen. Breukel: ,,Ik was altijd bezig met een confrontatie, de aandacht trekken, kijken hoe de mensen op mij reageerden. Ik lokte ze uit. Ze lieten dan ook inderdaad iets van hun emotie zien, voor even. De spanning liep soms in korte tijd zo hoog op dat de persoon die ik moest fotograferen kwaad werd. Ik vond dat prima, want dan had je tenminste een emotie op de foto in plaats van een driedelig pak.''

Maar een kortstondige emotie is nog niet hetzelfde als `iemand ten voeten uit', benadrukt Breukel. Frasen als `het masker valt', het portret als `spiegel van de ziel', worden vaak gebezigd wanneer het over zijn werk gaat, tot zijn grote ergernis. ,,Die persoon ten voeten uit? Ja, dat kan natuurlijk niet'', zegt hij beslist. ,,Het is maar 1/125 seconde van een mensenleven. Een foto geeft weer wat er tussen mij en zo'n persoon is op dat moment, meer niet. Ik maak zo'n portret bovendien niet met een vooropgesteld idee, om te bewijzen hoe die persoon in elkaar zit. Het is een ontmoeting, er gebeurt iets, het roept een emotie op. Dat is alles.''

Hij kan zich meer vinden in de omschrijving van fotografie als zelfportret, vertelt Breukel: ,,Het zijn ontmoetingen met mensen om iets over mezelf te leren. Als ik ergens door gegrepen raak, dan herken ik mezelf daarin. Dat geldt natuurlijk voor de meeste fotografen, je ziet in andermans werk veelvuldig de persoonlijkheid van de fotograaf terug. Kijk maar naar het klungelige in de foto's van Rineke Dijkstra, het neurotische van Richard Avedon, de stilte in de foto's van Irving Penn.''

,,Wat mijn foto's zeggen over mijn persoonlijkheid? Er zit nu veel meer rust in dan in mijn vroegere werk. Ik ben eigenlijk heel nerveus, maar ik probeer me rustig te houden. Dat wil ik ook overbrengen op de mensen die voor me poseren: `ga rustig zitten, het komt allemaal goed.' Misschien heb ik dat zelf wel nodig, vertrouwen, dat iemand tegen je zegt, maak je niet zo druk.''

Breukel denkt even, zegt dan: ,,Deze foto's gaan ook over mijn momenten van eenzaamheid. Ik probeer me tijdens het fotograferen altijd voor te stellen: hoe is deze persoon als-ie helemaal alleen thuis op een stoel zit? Alsof de stekker eruit wordt getrokken.''

Paul Huf

Het resultaat zijn foto's die de geportretteerden niet beter doen lijken dan ze zijn. ,,Iedereen zegt steeds dat mijn foto's niet flatteren, terwijl ik toch zo mijn best doe om een tweede Paul Huf te worden'', lacht hij venijnig. ,,Nee, maar ik doe ook niet mijn best om mensen er lelijk op te zetten. Lelijkheid bestaat niet bij mij.''

Wie Photo Studio bekijkt, is onmiddellijk bereid dat te geloven. Breukel zet er beschadigde mensen met respect en compassie neer. De geportretteerden zelf zijn dan ook tevreden, zoals het meisje met een perfect gezicht maar een door ernstige brandwonden getekend lichaam. ,,Ze ging helemaal uit haar dak toen ze deze foto zag'', vertelt Breukel. ,,Ze zei me in zo'n Tilburgs accent dat ze het keígaaf vond.'' In haar hand een sigaret, driekwart opgebrand, een rookpluimpje stijgt eruit op. Breukel: ,,Ik had het helemaal niet door tijdens het maken van de foto, die toegevoegde betekenis.''

Photo Studio is samengesteld door Willem van Zoetendaal, galeriehouder en hoofd van de afdeling fotografie aan de Rietveld Academie, waar ook Breukel lesgeeft. In zijn – in het Engels geschreven introductie stelt hij dat Breukel `photographs people because he wants to find out if they have suffered some form of injury as a result of setbacks in their lives, and if they have managed to come to terms with this.' Breukel: ,,Ik maak inderdaad vaak foto's van mensen die veel hebben meegemaakt, veel ellende hebben gehad. Maar er zitten ook veel portretten bij van personen die minder zware dingen in hun leven hebben gehad. Ik zie dat vaak al als ze binnenkomen, aan hoe ze lopen, kijken, of ze mijn hond Willem aaien, of ze nerveus zijn, vertrouwen in je hebben, bereid zijn zich te geven. Noodgedwongen ga je dat heel snel aanvoelen. Misschien is het wel te vergelijken met het maken van een interview.''

,,Ik ben niet specifiek op zoek naar beschadigde mensen'', vervolgt hij, ,,maar mijn deur staat wel wijd open voor ze. Het boek is in de eerste plaats Van Zoetendaals selectie van mijn werk. Hij heeft er vooral de probleemgevallen uitgehaald. Ik heb bijvoorbeeld ook een hele serie over meisjes in bloemetjesjurken.'' Die maakte Breukel toen hij net was begonnen aan een project over de overlevenden van de vliegramp in Faro. ,,Die overlevenden waren moeilijk te vinden, en het was loodzwaar om te doen. Ik wilde er iets anders naast doen, en meisjes in bloemetjesjurken waren juist volop voorhanden. Het leek me bovendien leuk om je voor te doen als zo'n foute fotograaf, eens kijken of je meisjes naar je studio kunt lokken, van, `Oh, mag ik een foto van je maken'. En in de meeste gevallen lukte dat nog ook. Het was oppervlakkig, en leuk om ernaast te doen.''

Breukel raakte geïnteresseerd in de overlevenden van de Martinair-vliegramp te Faro nadat hij in 1992 zelf betrokken was bij een zwaar auto-ongeluk. ,,Ik kon naar de psychiater gaan, of ik kon foto's gaan maken om iets te delen met mensen, met ze in aanraking te komen, en iets bij mezelf te onderzoeken'', zegt hij erover. Hij was nog aan het revalideren van het ongeluk toen hij op tv de beelden zag van de Faro-overlevenden die terug naar Nederland werden gevlogen. ,,Ze hadden allemaal hun jassen over hun hoofd getrokken, de pers werd op grote afstand gehouden. Dat wekte bij mij een enorme nieuwsgierigheid op.'' Een paar jaar later is hij begonnen met het benaderen van die overlevenden voor zijn project. Vijf van de resulterende portretten staan in Photo Studio. Breukel: ,,Sommigen waren zo trots op het feit dat er iets was dat over hen ging. Hun omgeving begon zich af te sluiten voor de verhalen, het dreigde weg te ebben. Maar ja, het is natuurlijk geen wereldverbeterend product. Het gaat om aandacht, en die aandacht heb ik ze gegeven. Ik was nieuwsgierig, en er zijn goede vriendschappen ontstaan.''

De dood is een onvermijdelijke factor in Breukels werk. ,,Ik heb veel portretten gemaakt van mensen die er heel erg mee bezig zijn, die kant opgaan, of door het oog van de naald zijn gekropen'', vertelt hij. Een schrijnend voorbeeld in Photo Studio zijn de twee portretten van zijn beste vriend Eric Hamelink, één vlak nadat die te horen had gekregen dat hij een hersentumor had, en één van Hamelink, twee jaar later en onherkenbaar opgezwollen door de medicijnen, op zijn sterfbed. Breukel: ,,Het was iemand met een extreme levenslust, en daardoor werd die ziekte alleen maar treuriger. Ik heb nog steeds moeite met deze foto's.''

Ook staat er in het boek een foto uit de bekende serie die Breukel maakte over Michael Matthews, de theatermaker die in 1996 overleed aan de gevolgen van aids. ,,Dat was een heel ander verhaal. Hij was een theatermaker, beschouwde zijn aftakeling als zijn nieuwe theatercostuum'', vertelt Breukel. ,,Ik was zijn vaste theaterfotograaf, dus het was meer een werksituatie. Hij zei me, dit is een toneelstukje, fotografeer het zoals je met die andere toneelstukjes ook hebt gedaan.''

Maar hij wordt er moe van, vervolgt Breukel, wanneer mensen tegen hem zeggen, jij bent altijd maar met de dood bezig. Een betere omschrijving van zijn werk vindt hij `hommage aan het leven'. En dat is op het eerste gezicht duidelijk in de foto's die hij maakte van zijn hond Willem, vorig jaar verschenen in het boek Dierenleven: ontroerende, vrolijkmakende kiekjes van een hondenleven. Breukel zelf vindt de verschillen met zijn andere werk minder groot dan je op het eerste gezicht zou denken: ,,Van Photo Studio word je misschien niet vrolijk, maar het gaat wel over levenslust, en overleven. Trouwens, ik kan mijn hond ook wel neerzetten als overlevende van een vliegramp.'' Inderdaad loopt Willem, die kort geleden werd gegrepen door twee andere honden, wat zielig mank door de studio. Wel vormt volgens Breukel zijn portretboek de meest serieuze benadering van fotografie in zijn oeuvre, met de meeste concentratie en aandacht gemaakt. ,,Maar ik maak ook een heleboel foto's veel terloopser.''

Pasgeboren

Zoals van zijn eenjarige zoontje Casper, zijn eerste stapjes, hoe hij valt of huilt. ,,Ik ben er nu heel erg mee bezig, foto's weerspiegelen toch een bepaalde fase in je leven. En het gekke is, ik vind ze heel erg op de foto's van mijn hond lijken. Misschien mag ik dat wel helemaal niet zeggen. Ze zijn gemaakt met hetzelfde gemak, met dezelfde gretigheid en terloopsheid. Als ik een foto van mijn zoontje maak, is er altijd wel een foto van de hond die me er op een of andere manier aan doet denken. Is dat nou normaal? Het is natuurlijk wel een beetje raar'', peinst Breukel. Hij laat de foto van een pasgeboren Casper zien, pakt er vervolgens een foto van de hond bij: ,,Kijk, diezelfde hulpeloosheid.''

De bel gaat: er komen twee zussen langs voor een portret, een eeneiïge tweeling, waarvan er één hoogzwanger is. Breukel schenkt thee, neemt rustig de tijd om met ze te kletsen. Een van de vrouwen bladert Photo Studio door, komt bij de foto's van Hamelink: ,,Hee, dat is hetzelfde hondje.'' Breukel: ,,Het is ook dezelfde man.'' De vrouw kijkt even op, schudt resoluut van `nee', dan nog eens. Breukel moet het drie keer zeggen voor ze het gelooft, en ziet.

De achtergrondinformatie bij de portretten in Photo Studio is summier, op z'n zachtst gezegd. Wat wil Breukel dat zijn lezers zien? En hoeveel mis je, door de voorgeschiedenissen niet te kennen? ,,Wat ik probeer te delen met de kijker'', legt Breukel uit, ,,is een eerste ontmoeting. Je hebt weinig informatie over die persoon, maar wel de nieuwsgierigheid die een fotograaf ook heeft: `Wat is er met je?' Er staan portretten in het boek van mensen van wie ik niet eens weet hoe ze heten. Dat is ook geen voorwaarde voor een goede foto. Ik `boetseer' totdat ik het gevoel terugkrijg dat ik had bij de eerste indruk, diezelfde verbazing en nieuwsgierigheid. Ik hou het meeste van foto's die vragen onbeantwoord laten, waarbij je niet precies weet wat er aan de hand is'', aldus Breukel. ,,Misschien weerspiegelt het wel allemaal die eerste vraag, `wat is er met je aan de hand, hoe gaat het met je?' ''

Koos Breukel, `Photo Studio Koos Breukel', uitgeverij Basalt & van Zoetendaal Collections. Expositie `Photo Studio' t/m 8-7 in Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Tel (070)3381111. T/m 22-7 in Kunstcentrum De Beyerd, Boschstraat 22, Breda. Tel (076)5299900.