Kwaliteit in circustenten

Stijlvolle circustenten en draaimolens van de aloude kermis, omringd door de sfeer van eertijds, bepalen het beeld van het theaterfestival de Parade 2001. Deze karavaan van voorstellingen is deze week geopend in Rotterdam en doet vervolgens Den Haag, Utrecht en Amsterdam aan. Rondom de speeltenten in de Rotterdamse Museumtuin naast Boijmans Van Beuningen staan de overnachtingstenten van de acteurs opgeslagen. Deze spelers zijn echte rondtrekkers van festival naar festival.

Een van de vertrouwde artiesten op de Parade is acteur Dick van den Toorn. Met zijn compacte, hoekige en wat dwarse speelstijl weet hij de toeschouwers voor zich te winnen. Nu regisseert en acteert hij in een nieuwe, zwarte zedenkomedie van Dolf Ephraim. Denk aan het kind heet het, met als ondertitel `Een reumatisch volksdrama'. Ephraim is een ongebreidelijk schrijftalent dat zich niet schaamt voor platitudes en grove, huwelijkse scheldpartijen. In dit perfect geschreven stuk, met de juiste vooruitwijzingen en dramatische onthulling aan het slot, echoot de grootste huwelijkstragedie uit de vorige eeuw, Who's Afraid of Virginia Woolf? Diezelfde relationele vernietigingsdrift.

Het ene stel komt bij het andere op bezoek. De ene vrouw is een geaffecteerde, zeer wulpse dame. De ander staat krom van de reuma en is aan alcholol verslaafd. Drinken, woedend zijn, ongeremd gefrusteerde taal uitslaan doen ze op dat gezellige avondje. ,,Ik haat je'', krijst de vrouw tegen haar sullige man. Van den Toorn heeft de regie keihard gemaakt tot en met een hopeloze poging tot sm-seks. Het spel ontaardt in een partij jennen, dat zijn weerga niet kent. Zoveel springstof schuilt in taal, en zoveel prachtige overdrijvingskunst in deze spelers. Monique Sluyter als seksbelust wezen en Lies Visschedijk in de schitterende rol van reumatisch-alcoholiste jagen, als tegenpolen, elkaar op tot meedogenloos spel.

Van den Toorn, die eerder dit seizoen voormalig premier Joop den Uyl vertolkte, is verstikt van de zenuwen en Rogier Philipoom kan zijn geborneerde onvrede met de wereld nauwelijks de baas. En het kind uit de titel? Dat is Sanne Vogel die heel stil een meisje van elf is dat eruitziet als achttien. Haar meer dan volgroeide borsten brengt bij de mannen het allerslechtste naar boven.

Tegenover de ruigheid van Denk aan het kind is de eerste bijdrage aan de Parade door het Amsterdamse gezelschap De Nieuw Amsterdam een toonbeeld van tederheid. Begeleid door live-piano met een piano-sonate van Mozart, muziek uit Carmen en André Hazes vertellen spelers Suzanne Bakker en Rayé een absurd getint droomverhaal over een jager en de beer – die natuurlijk symbool staan voor de man en de vrouw, ook op jacht naar elkaar. Aan het slot trapt zij eieren kapot, tekenen van mislukte zwangerschap. De titel, Beren op weg, wijst op de ongewilde angstbeelden die iemand kunnen achtervolgen.

Deze Parade duurt tot half augustus. Tal van voorstellingen, zoals Vlaggetjedagen Peep from a distance door Dette Glashouwer, waren al op het Terschellinger Festival Oerol te zien. Daar begint het, en vandaaruit waaieren de voorstellingen over het land. In die verduisterde circustenten is volop onverwachte kwaliteit te vinden.

Parade, Rotterdam. Voorstellingen: Denk aan het kind van Dolf Ephraim; regie: Dick van den Toorn. Beren op weg door De Nieuw Amsterdam. Tekst en spel: Suzanne Bakker en Rayé. Gezien 27/6 De Parade, Rotterdam. Te zien t/m 1/7 aldaar. Voorts Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Inl.: 0900-0191; www.deparade.nl.