KPN-rivalen uit prijsklem gered

KPN heerst over de lokale markt voor telefonie. De verhoging van beltarieven is niet de beste manier om hieraan een einde te maken, maar wel de meest realistische.

Internationale telefoontarieven dalen al jaren dankzij een levendige concurrentiestrijd. Het lokale gesprek daarentegen, is nog steeds het domein van één bedrijf: KPN. Dat het tarief voor zo'n gesprek toch laag is, komt door Opta. De telecomtoezichthouder heeft het tarief kunstmatig laag gemaakt. Met concurrentie heeft dat weinig te maken.

Om alsnog strijd aan te wakkeren in de lokale markt, heeft Opta gisteren besloten dat het lokale beltarief per 15 augustus omhoog gaat. Dat lijkt vreemd: markten worden meestal vrijgemaakt in de hoop op tariefsverlagingen. Maar in Nederland zijn de tarieven zo laag geworden dat concurrenten van KPN geen boterham overhielden, ze kwamen in een `prijsklem'. Met de prijsverhoging krijgen ze ademruimte.

Opta heeft een slimme oplossing bedacht. Deze schaadt de omzet van KPN niet en bezorgt de gemiddelde beller geen hogere telefoonnota. Dat is mogelijk doordat het starttarief (om verbinding te maken) is verlaagd, terwijl het beltarief per minuut is verhoogd. Korte gesprekken (onder de 4 minuten) worden goedkoper en langere gesprekken (internetten) duurder. Een uitkomst ten koste van KPN stuitte op bezwaren. De prijsklem is deels ontstaan door Opta zelf. Opta was overijverig bij het streven naar lage prijzen. Maar de klem kan Opta niet helemaal worden verweten. KPN vraagt forse tarieven voor het gebruik van zijn netwerk, dat concurrenten nodig hebben om lokale telefonie aan te bieden.

De nu gekozen oplossing pakt alleen nadelig uit voor een bepaalde groep bellers (de langbellers) en niet voor KPN. Uiteindelijk is de consument toch gebaat bij de ingreep. Concurrentie zorgt voor keuzevrijheid. Er kan straks gekozen worden uit op maat gesneden abonnementen voor telefonie en internet. Per saldo kan dat goedkoper uitkomen.

De prijsklem had voorkomen kunnen worden. De privatisering van KPN en de liberalisering van de telecommarkt zijn slap aangepakt. Opta heeft weinig instrumenten en bevoegdheden gekregen.

Nederland heeft geen geschiedenis van stevig toezicht, zo verklaart topambtenaar Jan Willem Oosterwijk van Economische Zaken de politieke aarzeling om solide op te treden in de telecommarkt. Oosterwijk pleitte gisteren voor een sterke Opta tijdens een telecomcongres in Utrecht. Een jaar geleden werd er in Den Haag nog aangestuurd op een snelle opheffing van Opta. De malaise in de sector heeft zichtbaar gemaakt dat de concurrentie (voor vaste telefonie) kwetsbaar is en gemakkelijk kan omslaan in een monopolistische situatie.

Een struikelblok vormt het aansluitnet, de `laatste kilometer' tussen wijkcentrales en voordeur. De local loop is een cruciaal deel van het netwerk, het geeft directe toegang tot de consument. KPN heeft het meegekregen bij de privatisering. Concurrenten die op het aansluitnet willen, betalen een vergoeding aan KPN. Voor deze interconnectie moet KPN echter `kosten-georiënteerde' tarieven rekenen. Maar of deze ook op gemaakte kosten zijn gebaseerd, is moeilijk na te gaan. Opta besloot gisteren dat de intereconnectietarieven omlaag moeten. Nu ontstaat voor alternatieve aanbieders een mooie marge tussen het tarief dat ze KPN betalen en het (verhoogde) tarief dat ze aan eindgebruikers vragen.

Daarmee is nog niet duidelijk of het interconnectietarief op kosten is georiënteerd. Transparantie kan worden bereikt door het aansluitnet onder te brengen in een apart bedrijf, maar zo'n fysieke scheiding is ingrijpend en complex. In Groot-Brittannië, dat wel een geschiedenis van stevig toezicht kent, is gekozen voor een tussenoplossing. Het hele netwerk van British Telecom is boekhoudkundig gescheiden van het voormalige staatsconcern. BT moet bij zichzelf capaciteit inkopen en betaalt hiervoor, net als de concurrenten.

Opta-voorzitter Jens Arnbak wil het liefst dat KPN ook zo'n scheiding aanbrengt. De tariefsstructuur wordt dan vanzelf transparant. De aangekondigde tariefswijziging is de ,,next-best-oplossing'', zei hij gisteren. Over twee jaar treedt wetgeving uit Brussel in werking die telecombedrijven dwingen om netwerk en diensten in de boeken te scheiden. Arnbak moet hier op wachten. De voortrekkersrol die Nederland wilde spelen, bestaat alleen in dromen.