Justitie laat opslag van diermeel nagaan

Justitie laat onderzoeken of de opslag van diermeel door destructiebedrijf Rendac risico's voor volksgezondheid en milieu oplevert. De Inspectie Milieuhygiëne van het Ministerie van VROM gaat kijken in onder meer de Rendac-vestigingen in het Brabantse Son en het Friese Burgum. Aanleiding is volgens een woordvoerder van de inspectie dat enkele opslaglocaties van diermeel, afkomstig van kadavers en slachtafval ,,dermate slecht'' waren dat er brandgevaar kon ontstaan als gevolg van broei. Zo zouden onder meer BSE-prionen en andere gevaarlijke stoffen in de omgeving terecht kunnen komen.

De provincie Noord-Brabant stuurde eergisteren een brief aan de ministeries van VROM en Landbouw waarin ze stelt dat de opslag ,,volstrekt onvoldoende garanties'' biedt voor het voorkomen van brand en broei en verspreiding van diermeelstof in de omgeving.

De provincie heeft Rendac verboden diermeel op te slaan in een koelloods voor aardappelen in Den Bosch. Volgens een woordvoerster is Rendac aangezegd om vóór 15 augustus aanstaande maatregelen te treffen in opslagplaatsen in de provincie op straffe van ,,een forse dwangsom'', omdat het bedrijf niet aan de eisen zou voldoen.

Anderhalve maand geleden ontstond broei in een opslagplaats met 2.800 ton diermeel in het Gelderse Heerewaarden. Volgens een woordvoerster van VROM overleggen ministeries, provincies en inspectie over aan te scherpen voorwaarden voor opslag van diermeel. Volgens directeur S. Beerendonk van Rendac wordt het diermeel verantwoord opgeslagen. ,,Zowel in bulk als in plastic grote zakken in een afgesloten loods. We voldoen aan alle eisen van de Keuringsdienst van Waren.''