In de voetsporen van Evelyn Waugh

De Engelse literatuur grossiert in spectaculair degenererende adelsgeslachten. Brideshead Revisited, het enige boek van Evelyn Waugh dat (dankzij de televisieserie) in het Nederlands leverbaar is, mag daarvan wel de gaafste illustratie worden genoemd. Maar de bewoners van Brideshead zijn nog heilig vergeleken bij de Winshaws uit Jonathan Coe's roman Het moordende testament (1994). Opgegroeid in het spookachtige familiekasteel Winshaw Towers, zwermen de telgen van dit genetisch belaste geslacht uit over het Engeland van de jaren tachtig. De een verdient zijn geld met het verkopen van wapens aan Irak, de ander schrijft hetzerige columns in een rechtse krant, weer een ander maakt de bio-industrie groot of is als conservatief politicus medeverantwoordelijk voor de afbraak van de Britse gezondheidszorg. En allemaal zijn ze schakels in het old boys' and girls' network dat in het Thatcher-tijdperk het land leegroofde en de buit verdeelde.

What A Carve Up! is dan ook de Engelse titel van deze satire, die verteld wordt vanuit het perspectief van een jonge schrijver die de mysterieuze opdracht krijgt om de geschiedenis van de familie Winshaw op te tekenen. Tijdens zijn jaren durende onderzoek komt hij tot de ontdekking dat niet alleen de miserabele staat van de unie maar ook de ellende in zijn eigen leven samenhangt met de hebzucht van de Winshaws. Maar voordat hij zelf wraak kan nemen, eindigt zijn zoektocht naar het familiegeheim van de Winshaws in een bloedstollende finale die zowel de Engelse als de Nederlandse titel van Coe's roman waarmaakt. Fans van Agatha Christie-achtige plots (Tien kleine negertjes!) zullen even zeer genieten als bewonderaars van de compositorische brille van Charles Dickens.

Het moordende testament is een verrukkelijk breed uitwaaierend boek dat zich behalve door ouderwetse gruwelgotiek kenmerkt door de onderkoelde vileine humor waarop ooit Evelyn Waugh het patent had. Coe, die onlangs in The Rotters' Club de jaren zeventig langs de nostalgische meetlat legde, springt heen en weer in de tijd, karakteriseert én karikaturiseert de rangen en standen van de Britse samenleving, en plaatst zijn lezers voortdurend voor (stilistische) verrassingen. Een optimistisch boek kun je Het moordende testament niet noemen, maar je wordt er niettemin erg vrolijk van.

Jonathan Coe: Het moordende testament (What A Carve Up!). Uit het Engels vertaald door Marijke Emeis. Ooievaar, 458 blz. ƒ19,90