Het leven valt flink tegen in het gat Sibculo

Denk ik aan Ontaarde moeders (1992), de middelste en nog altijd mooiste roman van Renate Dorrestein, dan denk ik aan Sibculo, Overijssel. De VVV zal er niet blij mee zijn, maar Sibculo betekent volgens mij zoveel als: gat, provincieplaats. Het had ook Lutjebroek of Kiel-Windeweer kunnen heten. Sibculo lijkt mij een exemplarisch dorp. Wie er woont voelt zich er meteen ook opgesloten. Niets blijft er onopgemerkt en de sociale controle is moordend, al is men er zijn leven evengoed niet zeker. Schedels worden er op klaarlichte dag gekliefd en een vrouw kan zich er maar beter niet buiten de bebouwde kom wagen, want dat is vragen om moeilijkheden.

In 1952 was dat al niet anders. `Beetje laat', zegt de verkrachter van het dan 18-jarige meisje, dat nietsvermoedend aan de wandel is, `om nog alleen op pad te zijn'. Eigen schuld, zo luidt naderhand ook het oordeel van de moeder van het ontredderde meisje, plechtig Moeder geheten, want alleen sletten laten zich zomaar verkrachten.

Deze verkrachtingsscène, tot in detail beschreven, vormt het gewelddadige centrum van de roman, waarin de maatschappelijke verhoudingen scherp uitkomen. Hij, de dader, gaat vrijuit, terwijl zij, het slachtoffer, met de gebakken peren zit. Met een ongewenste zwangerschap bovendien, die bestand blijkt tegen de gloeiend hete baden en tegen de drankjes van azijn, zout en brandewijn die Moeder haar opdringt, want de abortusboot moest in 1952 nog gebouwd worden.

Een klagerige geschiedenis is Ontaarde moeders intussen allerminst. Met krachtige hand trekt Dorrestein een vernuftige, spannende en wijdvertakte intrige op rond dat Sibculose plantsoen, waarin onder meer een middeleeuwse waterput, een alleenstaande vader, Keniase reuzenlobelias, een drogisterij, een 11-jarig meisje en het skelet Lucy hun rol mogen vervullen.

Als Dorrestein hier iets heeft willen beweren, dan is het wel dat het leven niet meevalt, niet voor vrouwen, maar ook niet voor mannen. Voor al haar personages weet zij begrip te kweken, waardoor ze met al hun beperkingen tot leven komen: de saaie, maar o zo goeiige drogist die zo graag een echt gezin had gewild, zijn onaanraakbare echtgenote, gevangen in 250 kilo vlees, die haar verkrachtingstrauma al 37 jaar wegvreet, de alleenstaande vader die de opvoeding van zijn dochter, zijn `molensteen', zoals hij haar liefkozend noemt, maar moeizaam weet te combineren met zijn werk, het 11-jarige meisje zelf dat steeds bang is ook nog door haar vader verlaten te worden en haar moeder, die man en kind ooit verliet om haar eigen ambities ten uitvoer te kunnen brengen, maar zich daar nog altijd schuldig over voelt.

We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, zo maakt Dorrestein duidelijk in Ontaarde moeders, op een voor haar doen buitengewoon ontwapenende, ontroerende en genuanceerde manier. Het enige wat we kunnen doen is onze ketenen afwerpen en er het beste van proberen te maken, in of buiten Sibculo.

Renate Dorrestein: Ontaarde moeders. Contact, 288 blz. ƒ25,–