Heimwee naar beschuit, stroopwafels en makreel

Alle huizen zijn er parterre en iedereen heeft er een dienstmaagd. Voor de moeder in Moenie kyk nie zijn dat goede redenen om naar Zuid-Afrika te emigreren. Maar aarden kan ze er niet, daar in haar huis bij Kaapstad met tuin en personeel. Moeders heimwee uit zich in een enorme honger naar beschuit en stroopwafels en pens en makreel - en ineens is ze dood. De verkassing overweldigde zowel haar geest als haar arme darmen.

De moeder is niet de enige in Henk van Woerdens roman die ten onder gaat. Broer Hans wordt psychotisch en zeer gevaarlijk, en ook de vader ontwikkelt in het nieuwe land roekeloze kanten. Steeds harder raast hij met zijn sportauto door de bergen; steeds dubieuzere meisjes lokt hij tussen de lakens; steeds dieper zakt hij weg in de drab van onverantwoordelijkheid en ellende. Intact blijft alleen de verteller.

Die is tien als hij de grote oversteek maakt en anders dan andere mensen. Hij heeft een glazen oog. En daardoor ziet hij juist beter. Met het glazen oog kijkt hij naar binnen, met het gezonde naar buiten, en zo bewaart hij een zeker evenwicht. Zijn naar binnen gerichte oog ziet vooral het verleden. De schemerlamp, het wagenwiel, de fauteuil uit Paterswolde: dat alles, opgesteld in de goede kamer, geeft hem geborgenheid..

Intussen registreert zijn naar buiten gerichte oog het tegenstrijdige heden. Dat zit vol schoonheid en vol gruwel. De aarde is okergeel, het water gifgroen, het gebergte roze. Ze trekt hem aan, de Zuid-Afrikaanse natuur, en ze stoot hem genadeloos af. Ze is net zo extreem als het sociale klimaat.

Haat hangt in de lucht, balt zich samen, slaat overal toe. De rassenwetten suggereren orde maar scheppen chaos, het land valt uit elkaar. Van Woerdens roman bestrijkt de jaren 1957 tot en met 1968: premier Hendrik Verwoerd wordt vermoord, het bloedbad van Sharpeville heeft plaats en niet alles dringt tot de ik-figuur door maar wel de spanning en de schaamte. Ja, de blanke knaap schaamt zich diep voor de schaamte van de zwarten. Die voelen zich door hun gedwongen onderwerping bezoedeld en als de jongen toenadering zoekt mompelen zij gegêneerd: Moenie kyk nie. En als de vader van de jongen toenadering zoekt maken ze sprongen als katten in het nauw. Pa's donkerhuidige vriendinnetje Laura heeft last van woedeaanvallen die erger worden naarmate de schizofrenie om haar heen toeneemt. De kleurgrens loopt dwars door de families en verziekt de intieme relaties.

Van Woerden combineert de desintegratie van een land met het verval van een gezin en laat prekerigheid achterwege. Hij laat nog wel meer achterwege: pathos bijvoorbeeld en sentimentaliteit. Zijn boek bestaat bij de gratie van weglatingen die de lezer met een heleboel emoties kan opvullen behalve met valse. Deze schrijver is een perfecte manipulator want hij gaat onopvallend te werk. Je denkt: wat een simpele taal, en je verdenkt de auteur zelfs van kindsheid. Totdat je het raffinement achter de eenvoud ontdekt. De dubbelzinnigheid. De Hollandse nuchterheid en de Afrikaanse zinnelijkheid. De droge feiten en de dromerige visioenen. De prozaïsche en de poëtische precisie.Verbazingwekkend dat het hier om een debuut gaat. Uit 1993 en de vijfentwintig-gulden-editie is de zevende druk. Het autobiografische gehalte (Henk van Woerden woonde zelf een deel van zijn jeugd in Zuid-Afrika) heeft zeker bijgedragen aan het succes van Moenie kyk nie. Maar wat er echt toe doet is de dwingende blik van die jongen met dat glazen oog.

Henk van Woerden: Moenie kyk nie. Podium, 173 blz. ƒ25,-