Geen illusies over de menselijke soort

Een existentialistische roman over het individu dat zich moet staande houden in een stompzinnige wereld. Een inktzwarte komedie over het menselijk tekort. Een ongekend felle sociale satire. Een antiklerikale en antimilitaristische aanklacht. Een absurdistisch theater van wreedheid, lust en vraatzucht.

Dat zijn niet de eerste kwalificaties waaraan je denkt bij het noemen van De lotgevallen van de brave soldaat Švejk. Rondom de held van dit boek hangt eerder de geur van oubolligheid en goedmoedigheid, en geen wonder bij iemand wiens goede humeur niet kapot is te krijgen, al wordt hij – wat in deel vier gebeurt – tot de strop veroordeeld. Toch dringt al het bovengenoemde zich onweerstaanbaar op bij het lezen van de vier delen Švejk, die door Pegasus nu opnieuw in één baksteendikke paperback zijn uitgebracht in de herziene vertaling van Roel Pieters.

Švejk is veel meer dan enkel leutigheid of wellicht is Švjek een voorbeeld van een kunstwerk waarin de kwantiteit omslaat in de kwaliteit: de leutigheid wordt in zulke overstelpende hoeveelheden over de lezer uitgestort, dat deze het lachen letterlijk vergaat. Bovendien is het helemaal geen leutigheid, eerder cynisme, want de verhalen – en het zijn er honderden – die de brave soldaat en zijn kompanen aan elkaar vertellen, zijn allemaal even absurd en wreed. Een goed voorbeeld is het verhaal dat Švejk, wanneer hij weer eens in de petoet zit, aan een medegevangene vertelt om deze te troosten (`Het staat er dus beroerd met je voor, maar je mag de hoop niet opgeven, alles kan zich nog ten goede keren'): een zigeuner – `in 1879 in Pilsen' – zou worden opgehangen vanwege een dubbele roofmoord, maar het was die dag net de verjaardag van de Keizer, zodat zijn executie een dag werd uitgesteld. En toen de man was opgeknoopt, ontdekte men dat hij onschuldig was. De moordenaar was een ander met dezelfde naam. Hij werd dus gerehabiliteerd, herbegraven op een katholiek kerkhof in Pilsen, en daarna kwamen ze er achter dat hij eigenlijk evangelisch was, zodat ze hem weer moesten opgraven.

Het is een typisch Svjek-verhaal: in het begin, als de man uitstel krijgt vanwege de verjaardag van de Keizer, lijkt `alles zich nog ten goede te keren', maar dat is maar even, de terechtstelling gaat toch door. En dan volgt ineens een heel dubbelzinnige draai: het slachtoffer wordt postuum gerehabiliteerd. Toch nog een goede afloop, maar wel alleen voor iemand die weinig aan het leven hecht. Het is een onmiskenbaar grappig verhaal, door de achteloze manier waarop het door Švejk wordt verteld, maar het is bij nader inzien toch voornamelijk absurd, inktzwart, wreed en zinloos. Het beslaat slechts een halve van de ruim achthonderd bladzijden: een voorbeeld uit vele.

Imbeciel

De lotgevallen van de brave soldaat Švejk is een boek dat is gebouwd op slechts enkele procédés. De hoofdpersoon, door iedereen voor volstrekt imbeciel gehouden en door niets uit zijn evenwicht te brengen, neemt alles wat zijn superieuren hem opdragen letterlijk. Daardoor loopt het een na het ander in het honderd, maar niemand kan hem eigenlijk iets maken, temeer omdat hij iedereen plat lult met zijn verhalen.

Švejk, handelaar in gestolen honden in de Praagse binnenstad en stamgast van vele kroegen, krijgt bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een oproep voor het leger, net op het moment dat hij met een aanval van reumatiek in bed ligt. Hij wordt door zijn hospita in een rolstoel naar de keuring gereden, onderwijl luidkeels getuigend van zijn patriottisme, een van de eerste hilarische scènes van het boek. Net als alle andere zieken wordt hij ogenblikkelijk als simulant in de gevangenis gezet, waarop zijn reumatiek als op slag is genezen.

Daarop volgt een lange militaire carrière onder meer als oppasser bij een alcoholistische legeraalmoezenier – een van de hoogtepunten van het boek waarin de schrijver alle gelegenheid neemt zijn antiklerikale gevoelens te spuien –, die hem in een dronken bui bij het dobbelen verliest aan een luitenant, die niet al te ingenomen is met zijn nieuwe knecht. Als oppasser van deze luitenant begint hij aan zijn odyssee naar het oostfront, dat hij in deel vier dicht is genaderd maar nog steeds niet helemaal heeft bereikt. Het boek is door de dood van Hasek onvoltooid gebleven, zodat Švejks actieve deelname aan de oorlog ons onthouden blijft.

Hoe dichter Švejk het oorlogsgebied nadert, des te grimmiger wordt de toon van het boek. Het hoogtepunt is hier de episode waarin Švejk door een misverstand krijgsgevangene wordt gemaakt door zijn eigen leger, als vijandelijke spion ter dood wordt veroordeeld en – zoals het een goede thriller betaamt – pas vlak voor zijn executie zijn op het imbeciele af incompetente superieuren aan het verstand weet te peuteren dat het allemaal maar een misverstand is.

Het tekent de stompzinnigheid in het Oostenrijks-Hongaarse leger en ook het wantrouwen van het hoofdzakelijk Duitstalige kader tegenover de Slavisch sprekende rijksgenoten.

Humor

Inmiddels zijn de lezer al alle illusies ontnomen omtrent de menselijke soort in het algemeen en de onderdaan van de dubbelmonarchie in het bijzonder. In De lotgevallen van de brave soldaat Švejk zijn de mensen karikaturen, in de ban van slechts enkele primaire reflexen. Zuipen, vreten en neuken (het boek telt een aantal tamelijk scabreuze passages) en je verder zoveel mogelijk drukken – veel meer is er in het leven eigenlijk niet. Elke gedachte aan iets hogers ontbreekt in het boek volkomen, misschien dat het daardoor op den duur bij alle uitbundige humor zo beklemmend wordt.

Bij de officieren wordt het spectrum van menselijke gevoelens nog aangevuld door een obsessie voor rangen en hiërarchie, die zo kenmerkend was voor de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Net als de onderlinge haat tussen de volkeren waar de Tsjechen bijvoorbeeld een veel groter hekel hadden aan de Hongaarse bondgenoten dan aan de Russische vijand.

Weinigen zullen bij Švejk een associatie met Kafka hebben. Toch is Hasek in hetzelfde jaar als Kafka geboren, 1883, zijn beiden bijna in dezelfde tijd gestorven, de eerste in 1923 en de laatste een jaar later, en hebben beiden bijna hun hele leven in Praag gewoond. Wèl heeft de kroegtijger en dronkelap Hasek een heel wat avontuurlijker leven geleid dan de schuwe Kafka. Net als de held van zijn bekendste werk heeft Hasek deelgenomen aan de Eerste Wereldoorlog, toen hij zelfs in Rusland terechtkwam en daar de Revolutie meemaakte. Kees Mercks betoogt in zijn nawoord met enig recht dat beiden veel meer gemeen hadden dan op het eerste gezicht lijkt. Kafka is veel humoristischer dan je zou denken, en Hasek veel, ja inderdaad, kafkaësker.

Hoe dit ook zij, De lotgevallen van de brave soldaat Švejk is een meesterwerk, dat net als ieder meesterwerk op vele manieren kan worden gelezen. Een boek vol karikaturale personages die op wonderlijke wijze toch volkomen levensecht zijn. Niets en niemand is heilig. Volk, vorst, vaderland, kerk en staat, militairen en burgers, niets blijft gespaard. Een heerlijk boek, dat niemand zich in deze spotgoedkope uitgave met de oorspronkelijke illustraties van Josef Lada en in de voortreffelijke smeuïge vertaling van Roel Pieters mag laten ontgaan.

Jaroslav Hasek: De lotgevallen van de brave soldaat Švejk. Uit het Tsjechisch vertaald door Roel Pieters met een nawoord van Kees Mercks. Pegasus, 876 blz. ƒ65,-

[streamliners] Zuipen, vreten en lijntrekken – meer is er in het leven eigenlijk niet

Haseks inktzwarte komedie is veel kafkaësker dan je zou denken

Buitenlandse literatuur