De eerste kroon op het werk van het tribunaal

Na scepsis bij de oprichting in 1993 won het Joegoslavië-tribunaal de laatste jaren aan gezag. Met de overdracht van Slobodan Miloševic aan het tribunaal is een van de drie muizen, die aanklaagster Carla del Ponte op haar verlanglijstje heeft staan, gevangen.

Op haar werkkamer hangt een geplastificeerd opsporingsbevel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Er staan drie foto's op. Wanted: Slobodan Milosevic, Radovan Karadzic, Ratko Mladic. Reward up to $ 5 million. ,,Dat is mijn ambitie, mijn inspiratie, mijn motivatie'', zei de Zwitserse Del Ponte een jaar geleden in NRC Handelsblad. De hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal was geduldig en vastberaden. ,,Ik ben een kat en ik zit voor een muizenhol. Eens komen ze eruit. Dan sla ik toe.''

Vannacht om kwart over één werd het wachten van Del Ponte beloond; een helikopter zette Sloban Miloševic af in het gevangeniscomplex van Scheveningen waar alle verdachten van het Joegoslavië-tribunaal zijn ondergebracht. De Fransman Claude Jorda, de president van de tribunaalrechters, liet direct weten dat ,,het een begin is van een nieuw tijdperk in het internationaal strafrecht''.

Het Joegoslavië-tribunaal werd op initiatief van de VN-Veiligheidsraad opgericht met als taak de berechting van de oorlogsmisdadigers vanaf 1991 in het vroegere Joegoslavië. In november 1993 ging het tribunaal aan de slag. Het eerste halfjaar op halve kracht omdat er nog geen aanklager was gevonden. Onder druk van VN-secretaris-generaal Boutros Ghali `leende' de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela in juli 1994 zijn rechter Richard Goldstone uit.

In het begin woedde binnen het tribunaal een juridische principestrijd. De rechercheurs wilden zich direct storten op het onderzoek naar de `zware jongens', zoals de Kroatische president Franjo Tudjman, de Joegoslavische president Slobodan Miloševic en de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic. Maar aanklager Goldstone wilde direct `scoren' om het bestaansrecht van het tribunaal te bewijzen. De onderzoekers kregen de opdracht om met relatief eenvoudige zaken te beginnen. En omdat Duško Tadic al door de Duitsers was gearresteerd, was hij de eerste verdachte die naar Scheveningen werd gebracht. De Bosnisch-Servische caféhouder en politiereservist werd begin vorig jaar in hoger beroep tot twintig jaar veroordeeld en zit zijn straf nu uit in een cel in Duitsland.

,,Het was pionieren'', herinnert de Nederlander Theo van Boven, de eerste griffier van het tribunaal, zich. ,,De wereld was sceptisch en de medewerking zeer gering.'' De Amerikaanse, Franse, Britse en Duitse inlichtingendiensten hadden bijvoorbeeld al veel bewijsmateriaal verzameld van de gruweldaden. Via satellietfoto's waren massagraven te traceren en veel telefoonverkeer stond op tape, maar de inlichtingendiensten weigerden het af te staan voor het recherche-onderzoek. Verder had het tribunaal geen eigen politiemacht en de militairen van SFOR – de internationale vredesmacht in Bosnië – waren niet eens bereid in het gebied ,,een envelopje met een aanklacht te bezorgen'', zegt Van Boven.

Toen de Canadese Louise Arbour in 1996 als hoofdaanklager aantrad, dreigde het tribunaal nog af te stevenen op een mislukking. In het cellenblok van de Scheveningse gevangenis zaten maar weinig arrestanten en de verdachten waren laag in rang. Daar kwam nog bij dat de processen zich ook nog eens tergend langzaam voortsleepten. De aanklaagster lobbyde bij landen die troepen leverden aan SFOR. Er moest gearresteerd worden en er moest geld bij komen. Inmiddels is het budget van het tribunaal gestegen van 600.000 gulden in 1993 tot 250 miljoen gulden in 2001. Het aantal medewerkers steeg van enkele tientallen tot ruim 1.100 mensen uit 74 verschillende landen.

Ten opzichte van de diplomaat Goldstone, manifesteerde Arbour zich als een pittbull. Met succes, er werden meer en belangrijkere verdachten gearresteerd. In Scheveningen werden extra cellen gehuurd, het aantal rechtszalen werd uitgebreid van één tot drie, en er werden meer forensische experts aangenomen om bewijsmateriaal te zoeken in massagraven. Dolgelukkig was Arbour met de arrestatie van de Servische generaal Radislav Krstic in 1998. De tweede man van legerleider Ratko Mladic is tot nu toe de hoogste Bosnisch-Servische militair die door het tribunaal wordt berecht; deze week eiste de openbaar aanklager Mark Harmon acht keer levenslang voor Krstic.

In september 1999 werd Arbour opgevolgd door Carla del Ponte; de Zwitserse maakte in de jaren tachtig naam als maffiajager. ,,Ik ben geobsedeerd door vervolging'', zei Del Ponte een jaar geleden. ,,Mijn aanpak is veel agressiever'', typeerde de aanklaagster haar manier van werken in vergelijking met Arbour.

Vier maanden voor haar aantreden was Slobodan Miloševic met vier naaste medewerkers in staat van beschuldiging gesteld. Miloševic en zijn vier medeverdachten wordt ten laste gelegd misdrijven tegen de menselijkheid en schendingen van de wetten en de gebruiken van oorlog omdat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan de deportatie van 740.000 Kosovaren en de moord op zeker 340 met naam vermelde Kosovaarse burgers. Het was de eerste keer dat een zittend staatshoofd door een internationaal tribunaal strafrechtelijk ter verantwoording wordt geroepen. De beschuldigingen tegen Miloševic worden deze zomer nog uitgebreid met aanklachten wegens oorlogsmisdaden in Bosnië en Kroatië.

De komende dagen wordt Miloševic medisch en psychisch gekeurd en wordt de aanklacht met hem doorgesproken. De voormalige Joegoslavische president wordt waarschijnlijk maandag of dinsdag voorgeleid; hij moet dan verklaren of hij schuldig of niet schuldig is aan de delicten die hem ten laste zijn gelegd. Daarna wil aanklaagster Del Ponte de normale procedure volgen en waarnemers houden er rekening mee dat het proces tegen Miloševic volgend jaar zomer zal beginnen.

De aanklagers Arbour en Del Ponte en de rechters van het tribunaal zijn er van doordrongen dat het uiteindelijke succes van het tribunaal zal afhangen van de arrestaties van de `top-drie': de vroegere Bosnische-Servische leider Radovan Karadzic, ex-legereider Ratko Mladic en de Joegoslavische president Slobodan Miloševic. Del Ponte heeft één muis gevangen; nu de andere twee nog.