Bedrijf en werknemer zien premies niet terug

De centrale fondsen voor verzekeringen van werknemers hebben een overschot van 17 miljard gulden. Beheerder LISV wil het geld gebruiken om premies te verlagen. Het kabinet en een groep machtige ambtenaren voelen daar niets voor.

Er lijkt geen speld tussen te krijgen: als werknemers en werkgevers meer premies betalen dan nodig is om WW- en WAO-uitkeringen uit te betalen, dan moet dat geld worden teruggegeven.

Het is in elk geval jaarlijks de redenering van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV), de beheerder van de sociale fondsen. De economische voorspoed en de daarmee gedaalde werkloosheid hebben de afgelopen jaren geleid tot enorme overschotten in de centrale fondsen voor de werknemersverzekeringen WW en WAO.

In totaal is het overschot nu bijna zeventien miljard gulden. En bij ongewijzigde premies zullen de overschotten in de komende kabinetsperiode (2002-2006) met dertig miljard kunnen oplopen.

Zelfs de arbeidsongeschiktheidsfondsen hebben grote overschotten. Het aantal WAO'ers stijgt weliswaar richting de miljoen, maar daar staat tegenover dat de beroepbevolking groeit en dus meer werkgevers en werknemers WAO-premies betalen.

Het LISV-bestuur, waarin vakbonden en werkgeversorganisaties zijn vertegenwoordigd, vindt net als vorig jaar dat de premies omlaag kunnen. Zo kan de WW-premie van 8,9 procent naar 4,13 procent van het brutoloon. Dit zou voor een werknemer met een modaal inkomen van 54.000 circa 50 gulden per maand schelen, iemand met een inkomen van 92.000 gulden of hoger gaat er dan zelfs circa 150 gulden per maand op vooruit.

Vorig jaar deed het LISV bijna een identiek voorstel, maar het kabinet trok zich daar niets van aan. Er was al een forse lastenverlichting doorgevoerd met de invoering van het nieuwe belastingstelsel. Een premieverlaging paste daar niet meer bij.

Ook nu hebben de ministers Zalm (Financien) en Vermeend (Sociale Zaken) aangegeven dat een premieverlaging er niet in zit. Dat is slecht voor de inflatie. ,,De economie is al oververhit'', zei Zalm deze week.

Zalms partijgenoot Frits Bolkestein zorgde er in 1993 als fractievoorzitter van de VVD voor dat in de Tweede Kamer een motie werd aangenomen die regelde dat ,,het vaststellen van de premies voor werknemers niet op inkomenspolitieke overwegingen gebaseerd mag zijn''. De gedachte daarachter was dat premies een onderdeel zijn van de sociale verzekeringen en geen belastinginstrument zijn.

Van die motie is weinig terecht gekomen. Sinds 1994 gelden voor het begrotingsbeleid richtlijnen van de Europese Monetaire Unie (EMU). De inkomsten van de sociale premies maken volgens deze richtlijnen deel uit van het begrotingsbeleid en van het EMU-saldo. Het verlagen van de premies kan dus niet ongestraft: dan verslechtert het begrotingssaldo. De overschotten zijn voor het kabinet sinds 2000 in het geheel geen uitgangspunt meer voor de premievaststelling.

,,Het is ons geld'', zeggen de vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers geregeld. De FNV wil het geld inzetten om de WAO-stelsel te veranderen. MKB Nederland ziet liever dat de middelen worden gebruikt om de lonen in de hand te houden. Vanuit de Tweede Kamer gaan zelfs geluiden op om de miljarden in te zetten voor zorg en onderwijs.

De Studiegroep Begrotingsruimte, een club hoge ambtenaren van met name Financiën en Sociale Zaken die grote invloed heeft op het begrotingsbeleid voor de komende jaren, stelde onlangs dat de overschotten geen reden zijn voor lastenverlichting. ,,De onjuiste indruk kan ontstaan dat de overschotten in de fondsen middelen bevatten die besteed kunnen worden zonder dat het begrotingssaldo wordt aangetast'', schrijft de studiegroep.

Gezien de macht van deze groep strenge ambtenaren lijkt het onwaarschijnlijk dat werknemers en werkgevers – in de vorm van forse lagere premies – veel van `hun geld' terugzien.