Argentinië zoekt naar waarheid

Jorge Zorreguieta is gevraagd te getuigen voor een Argentijnse waarheidsrechtszaak met een aparte juridische status. Er komen `steeds nieuwe, soms schokkende' feiten boven tafel.

Het is een rechtszaak met een rechter, een aanklager, verdachten en getuigen. En het gaat, net als bij gewone rechtszaken, om de waarheid, en niets dan de waarheid. Maar in de Juicios de la Verdad (waarheidsrechtszaken) in Argentinië kunnen geen vonnissen worden geveld, geen straffen worden uitgedeeld. In dat opzicht is het meer een waarheidscommissie, zoals die ook in onder meer Zuid-Afrika heeft gefunctioneerd. De waarheidsvinding is een doel op zichzelf. In Argentinië is het einde ervan nog lang niet in zicht.

In de hoofdstad van de provincie Buenos Aires, La Plata, is in 1998 een Juicio de la Verdad begonnen dat achttienhonderd individuele zaken van vermiste of vermoorde Argentijnen omvat uit de periode van de militaire dictatuur (1976-1983) en enkele jaren daarvoor, toen het leger al verbeten jacht maakte op guerrilleros.

Eén van die achttienhonderd is het geval van de 22-jarige Lidia Inés Amigo, die aan de universiteit van La Plata studeerde toen zij op 21 december 1976 op de campus werd aangehouden door militairen en daarna voorgoed is verdwenen. In deze zaak, zo bleek woensdag, moet ook Jorge Zorreguieta, vader van prins Willem-Alexanders verloofde Maximá, binnenkort getuigen.

De moeder van Lidia verklaarde dat Zorreguieta niet reageerde op hulpverzoeken van de familie van de vermiste vrouw, de dochter van Zorreguieta's directe voorganger als staatssecretaris van Landbouw.

De Juicio de la Verdad is in feite de voortzetting van de processen die midden jaren tachtig tegen de kopstukken van de dictatuur werden gevoerd. Amnestiewetten maakten echter een einde aan de reguliere strafprocessen tegen de beulen van de `Vuile Oorlog'. Velen van hen lopen vrij rond in Argentinië. Daar kwam in 1995 verandering in toen de mensenrechtenorganisatie CELS een significante overwinning boekte bij de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten, onderdeel van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Daarvan is ook Argentinië verdragspartner. Aanleiding was de vermissingszaak-Laparcó, waarvan het Argentijnse Hooggerechtshof had bepaald dat die wegens de amnestiewetten niet volgens het strafrecht mocht worden behandeld. Het Interamerikaanse hof was het hier niet mee eens. In een `vriendschappelijk akkoord' tussen de Argentijnse regering en de OAS werd de oprichting overeengekomen van de Juicio de la Verdad – de waarheidsrechtszaak.

In feite gaat het om een aantal rechtszaken, omdat iedere Argentijnse provincie en de federale hoofdstad hun eigen zaken hebben. De zaken zijn weliswaar ondergebracht bij het federale hof van beroep, maar worden volgens provinciaal procesrecht gevoerd. Getuigen worden al dan niet onder ede gehoord en kunnen al dan niet straffeloos wegblijven.

Volgens María José Guembe van de mensenrechtenorganisatie CELS in Buenos Aires speelt de Juicio de la Verdad een belangrijke rol in de Argentijnse publieke opinie. ,,Er komen steeds weer nieuwe, soms schokkende feiten boven tafel. Beulen worden ontmaskerd.'' Bovendien, zo stelt Guembe, vonniste een federale rechter een paar maanden geleden dat de amnestiewetten ongrondwettig zijn. Dat zou volgens haar kunnen betekenen dat de Juicios de la Verdad uiteindelijk toch reguliere strafzaken worden.

Voor Jorge Zorreguieta, (onder-)staatssecretaris van Landbouw tijdens het militaire regime, zal dat allemaal niets uitmaken. Aan vervolging van burgerfunctionarissen van de dictatuur ,,zijn we nog steeds niet toegekomen'', zegt Guembe van CELS. Het is uiterst twijfelachtig of het er ooit van komt.

Ook moet nog blijken of Zorrgeguieta gehoor zal geven aan de oproep om als getuige voor het waarheidstribunaal te verschijnen. Zorreguieta heeft eerder – schriftelijk – verklaard pas in 1984 doordrongen te zijn geraakt van de mensenrechtenschendingen onder de militaire dictatuur.

Toen hem in december 1976 om hulp werd gevraagd na de verdwijning van Lidia Inés Amigo, zou Zorreguieta hebben laten weten `niets te kunnen doen'.