Alles voor een groot soortelijk gewicht

Na twintig jaar laat uitgever-directeur Ary Langbroek uitgeverij Querido als een bloeiend bedrijf achter. Voor hem draaide het om de boeken, niet om de winst: `Sommige auteurs zou je om de dag moeten bellen.'

Ary Langbroek is waarschijnlijk de laatste Nederlandse uitgever die nog inkt aan zijn vingers heeft gehad. Hij is ook de baas van de meest consistente uitgeverij van de afgelopen decennia, al is het maar omdat Querido als enige van de grote literaire huizen zonder ernstige crises de eenentwintigste eeuw heeft gehaald. Langbroek (59) kwam bijna tweeëntwintig jaar geleden bovendrijven als opvolger van Reinold Kuipers en Tine van Buul bij Querido, waar hij zich in 1965 als typograaf had gemeld nadat hij in Enschede de opleiding boekverzorger had afgerond. De laatste jaren werd hij steeds meer een directeur op de achtergrond en droeg hij het echte boeken maken over aan de uitgevers van de vier onderdelen van het bedrijf, waarvan de voorlopige productie 2001 op de schoorsteenmantel in zijn werkkamer ligt: een stapeltje Querido, een stapeltje Nijgh & Van Ditmar, een stapeltje Athenaeum-Polak & Van Gennep en een stapeltje Querido kinderboeken. Samen tachtig boeken, een stuk meer dan één directeur-uitgever kan behappen.

Langbroek laat Querido in grote bloei achter. Financieel, want in het laatste jaarverslag van de Weekbladpers Groep, waar de uitgeverij deel van uitmaakt, wordt een belangrijk deel van de concernwinst toegeschreven aan Thomas Rosenbooms bestseller Publieke Werken. En artistiek, want de jury van de laatste Libris literatuurprijs gunde vijf van de zes nominaties (en de hoofdprijs) aan auteurs van Querido. Met die successen kan de uitgeverij een lange neus maken naar de concurrentie. Die schampert wel eens over het bedrijf, waar alle boeken aan dezelfde, al te degelijke normen zouden voldoen en waar consistentie, zuinigheid en ernst de boventoon voeren. Een wat ouderwetse, vooral op zichzelf gerichte uitgeverij die als grootste marketinginnovatie vorig jaar heuse T-shirts heeft laten drukken ter ere van Doeschka Meijsings De tweede man. Een idee van Lidewijde Paris, sinds twee jaar uitgever van Querido. Langbroek: ,,Ik had het zelf kunnen bedenken, maar ik had het niet gedaan.''

Alle kalme adjectieven die de buitenwereld op uitgeverij Querido plakt, worden in een moeite door passend geacht voor de nu scheidende directeur, een man die zelden wordt betrapt op andere kleding dan spijkerbroek, hemd en bretels en bij wie al sinds mensenheugenis elke dag een pakje met vijf bruine boterhammen met kaas op het bureau ligt. In de hoofdstedelijke horeca wordt Langbroek nauwelijks gesignaleerd: hij werkt liever in de tuin.

Domineesfamilie

Een domineesfamilie is het bedrijf wel genoemd: een uitgeverij waar niet, zoals bij vakgenoten, de kurken van de flessen knallen Langbroek schafte jaren geleden het inpandig schenken van sterke drank af , maar waar een kopje thee wordt geserveerd. ,,Dat van die domineesfamilie is de grootste onzin'', zegt Langbroek. ,,Ik kom uit een heel gelukkig protestants nest, maar ik ben sinds mijn vijftiende van het geloof af. Er was wel bij oprichter Em. Querido al een zekere afkeer van banaliteit en een zekere mate van sociale verbondenheid. Het eerste aandachtspunt was steeds de literatuur. Vijftien jaar geleden had ik ons wél volmondig een familie genoemd, nu durf ik dat niet meer. Inmiddels zijn er te veel verschillende onderdelen. Querido is gegroeid. Nijgh is erbij gekomen, net als Athenaeum-Polak & Van Gennep. Daardoor is er niet langer sprake van één grote auteursgroep.''

Een opmerkelijk manuscript is nog steeds niet voldoende om binnen te komen bij Querido. ,,Ik vind dat je moet kijken of iemand bij de uitgeverij past. Ook als we enthousiast zijn over een manuscript, willen we eerst persoonlijk kennismaken met de auteur. Je wilt niet met een paranoïde persoon te maken hebben. Als je van tevoren weet dat iemand vol wantrouwen zit en geen plezier heeft in het leven, ga je niet met hem in zee. Daar is het wel eens op stukgelopen.'' Want: Querido (Langbroek zegt `Kerido') geeft auteurs uit, geen losse boeken. Schrijvers als zijn generatiegenoten K. Schippers, J. Bernlef en Gerrit Krol, maar ook Hella Haasse, A.F.Th. van der Heijden en Thomas Rosenboom.

Langbroeks voorzichtige manier van formuleren wordt nog sterker wanneer hij het over zijn auteurs heeft. Met Van der Heijden was het altijd `aangenaam sparren' en hij vindt het `prachtig' dat Toon Tellegen steeds meer succes heeft, eerst als kinderboekenauteur en nu ook met proza voor volwassenen. Een aparte plaats in zijn hart heeft Louis Paul Boon. Langbroek heeft er persoonlijk voor gezorgd dat een deel van diens oeuvre nog steeds op de Querido-fondslijst staat en dat het wordt herdrukt. ,,Mijn tweede liefde was Nescio. Daarna kwam Gerrit Krol.''

Veel namen zijn hetzelfde gebleven bij Querido, maar verder lijkt de uitgeverij nauwelijks op het bedrijf waar Langbroek in 1965 begon. ,,Een redactie was er niet. We maakten vijfentwintig boeken per jaar. Querido, dat was Reinold Kuipers en zijn vrouw Tine van Buul. Ik maakte omslagen en binnenwerk. In 1971 kon ik worden wat toen `directieassistent' heette; dat betekende het meelezen van manuscripten, daarover praten en het bedenken van promotiemogelijkheden. Dat trok me meer dan het opzetten van een eigen studio.'' In 1979 mocht Langbroek Kuipers opvolgen. ,,Die mogelijkheid was eigenlijk niet bij me opgekomen. Ik was de eerste jaren erg onzeker.''

De geleidelijke tocht die Langbroek heeft gemaakt van het typografische handwerk naar een directeursplaats waar hij met het produceren van de boeken niet veel meer te maken heeft, is illustratief voor de schaalvergroting in de uitgeverij. Bij zijn vertrek wordt hij dan ook niet opgevolgd: de vier uitgevers (Lidewijde Paris voor de volwassenenboeken, Vic van de Reijt voor Nijgh & Van Ditmar, Bärbel Dorweiler voor de kinderboeken en Mark Pieters voor Athenaeum-Polak & Van Gennep) blijven hun `merken' beheren. Rob Haans, een van de directeuren van de Weekbladpers Groep, neemt het bedrijfsmatige deel van Langbroeks taken over. In zekere zin heeft hij zichzelf overbodig gemaakt. ,,Een directeur-uitgever is niet genoeg meer. Daarom zou ik niet nog twintig jaar door kunnen gaan, ook niet als ik jonger was. Maar de baan van een van de uitgevers, dat had ik de komende twintig jaar best willen doen.''

Kasboek

Sinds 1979 onderging het boekenvak een metamorfose. De inkomsten werden onzekerder. Uitgeverijen zijn niet langer de dagbesteding van wat chique heren, ze gingen lijken op andere, `gewone' bedrijven, met bedrijfsplannen en winstverwachtingen. Langbroek: ,,Vroeger kon je bij een literair boek uitgaan van enkele duizenden verkochte exemplaren. Er was een vaste groep kopers en er verschenen niet veel literaire titels. In de jaren tachtig ontdekten uitgevers dat er met de Nederlandse literatuur veel geld te verdienen was. Het aantal titels nam enorm toe en de spoeling werd dunner. Nu is het een rat race. Je moet ieder jaar enkele boeken hebben die rond de tienduizend exemplaren verkopen, anders red je het niet. Als je denkt dat een boek potentie heeft, moet je daar meteen op inspringen. Het moet direct de nieuwsgierigheid opwekken. Dat kan mislukken, daar word je zenuwachtig van. Want een boek waar je 800 exemplaren van verkoopt, maakt dezelfde procesgang door en kost evenveel als een bestseller.''

De uitgeverij grijpt dan ook steeds meer in de boeken in, zegt Langbroek. ,,Toen ik begon werden manuscripten gewoon ingeleverd en nagenoeg ongewijzigd uitgegeven. Met een aantal van die boeken zouden we dat nu niet meer zo doen. De laatste vijftien jaar snijden we meer in manuscripten. Je geeft zo eerlijk mogelijk commentaar en dan moeten de auteurs zich laten kneden. De ingrepen kunnen heel radicaal zijn: stukken eruit, een heel ander slot of een nieuw begin. Al gaan we niet zo ver als het cliché van de Amerikaanse editor die het hele boek herschrijft.''

Verkopen moet, maar Langbroek (die het heeft over `in de wereld zetten' waar een ander het over `de markt' zou hebben) blijft het literaire gehalte voorop stellen. ,,Ik denk dat het soortelijk gewicht van onze boeken hoger ligt dan bij anderen. Wij missen de kennis om slechte boeken te maken, we weten niet hoe dat moet. Ik wil het ook niet. Een bepaalde grens van banaliteit moet je niet overschrijden. Dan word je ongeloofwaardig.'' Kan dat over twintig jaar nog steeds, als het proces van verzakelijking van de boekenmarkt doorzet? ,,Ik wou dat ik kon zeggen dat dat zeker kan, maar ik weet het niet.''

Er zijn auteurs bij wie de literaire waardering en het commerciële succes schijnbaar moeiteloos hand in hand gingen, zoals A.F.Th. van der Heijden en Thomas Rosenboom. De populariteit van Querido-titels bij het literair-jurerende deel van Nederland is opmerkelijk en leverde bij de laatste Librisprijs een kortstondige polemiek op, waarbij de jury vriendjespolitiek, oogkleppen en `queridisme' werd verweten – een voorliefde voor netjes afgewerkte `binnenkamerliteratuur'. ,,Ik weet niet wat queridisme is. Is Désanne van Brederode queridisme? Of Nelleke Zandwijk?'' zegt Langbroek. ,,Eens in de vijf jaar heb je zo'n golfje van kinnesinne. Iedere jury oordeelt weer anders. Wat mij iets zegt is dat op de longlists van de prijzen vrijwel steeds een derde van de boeken van ons is.''

Langbroek: ,,Ik heb een keer echt met het zweet in mijn handen gezeten op een prijsuitreiking. Dat was toen Rosenboom met Gewassen Vlees genomineerd was voor de Librisprijs. Dat was een boek waar hij tien jaar aan gewerkt had en waar wij net zo blij mee waren als hij. De verkoop ging redelijk, maar begon net te stagneren. En de uitgeverij had ook een beetje extra omzet nodig.'' Rosenboom won de prijs, Gewassen Vlees werd een bestseller. Dezelfde prijs haalde hij vorig jaar binnen voor Publieke Werken.

Als het gaat om Langbroeks eigen aandeel in dat succes, is hij voorzichtig: ,,Ik ben trots dat de positie van de uitgeverij is gehandhaafd. Ik kan niet zeggen hoe ik mijn stempel erop heb gedrukt. Ik weet niet hoe dat stempel eruit ziet, maar het kan niet zo zijn dat ik na zo lang hier te hebben rondgelopen, geen invloed zou hebben. Je stelt jezelf een ondergrens en daar hebben we ons aan gehouden.''

Auteurs reageren wisselend op het hanteren van die ondergrens. Zo bedankte Désanne van Brederode bij de presentatie van haar laatste boek Mensen met een hobby haar uitgeverij publiekelijk voor het weigeren van haar vorige manuscript. ,,Maar het omgekeerde gebeurt ook'', zegt Langbroek. ,,Wij waren niet tevreden over het tweede boek van Frans Thomése, maar hij stond erop dat we het toch uit zouden brengen. Nu hoor ik dat hij het ons kwalijk neemt dat we hem toen niet hebben tegengehouden.'' Thomése vertrok vorige maand na jarenlang geruzie bij de uitgeverij. Langbroek: ,,Die dingen gebeuren. We hebben ook wel een auteur gehad die jarenlang alleen met ons communiceerde op strookjes papier die hij van de krant scheurde. Als het vertrouwen weg is, moet je ophouden.''

Passie

Het was zijn eigen keuze, maar Langbroek mist het `boeken maken'. ,,Ik lees nog en ik heb de passie nog wel, maar ik heb weinig invloed meer op de dagelijkse gang van zaken. Mijn werk is het stimuleren, afremmen en corrigeren van de vier uitgevers. Daar heb ik aan moeten wennen. Met schrijvers als Bernlef, Schippers, Doeschka Meijsing, Hella Haasse en Van der Heijden heb ik twintig jaar gewerkt. Het is een prachtig moment als je een manuscript leest en ervan begint te dromen over hoe het eruit gaat zien.''

Dat laatste kan letterlijk worden opgevat, want Langbroek (alias J. Tapperwijn) maakte jarenlang zelf de omslagen voor ongeveer de helft van de Querido-titels. ,,Dat deed ik 's avonds thuis. Hier op de uitgeverij keek dan nog wel iemand of het mooi was en als de auteur er tevreden mee was ging het door. Dat scheelde toch weer 700 of duizend gulden ontwerpkosten.'' De laatste jaren heeft Tapperwijn geen omslagen meer gemaakt. ,,De uitgevers vragen me niet'', zegt Langbroek en hij voegt daar direct aan toe: ,,Maar ik zit hier niet te mokken. Geen sprake van. Er is ook een kleine handicap. De nieuwe generatie ontwerpers werkt alleen nog op computers. Ik zou een cursus van een jaar nodig hebben om dat allemaal onder de knie te krijgen.''

Vanaf volgende week gaat Langbroek zich weer aan `de kunst op klein formaat' wijden. ,,Ik heb thuis nog een etspers staan. Daar ga ik eerst een mooie plaats voor zoeken.''

Ook nu hij het bedrijf geen familie meer durft te noemen, speelt vertrouwen nog steeds een cruciale rol voor Langbroek. Gevraagd naar wat Querido beter zou kunnen doen, komt hij via een voor de hand liggende omtrekkende beweging (`alles') dan ook niet aan bij populaire bestedingen als marketing en nieuwe media, maar bij de schrijvers en hun begeleiding. ,,Sommige auteurs zou je eigenlijk om de dag moeten bellen. Je moet ze in alle talen vertaald krijgen en ze helpen wanneer ze als een circusact door het land trekken. Rosenboom is nu zestig keer voor optredens op stap geweest. Als hij dan om half twaalf 's avonds in Emmeloord staat, dan rijden we hem, hebben we nu besloten. Die chauffeur kan iedereen van de uitgeverij zijn. Ik ook. Het gaat erom dat de schrijvers gelukkig zijn.''