Alles moet `larger than life'

Harald Zwart jokte over zijn kennis van het Nederlands om het filmvak in Amsterdam te mogen leren. Nu regisseert hij in Hollywood.

De Hollywoodcarrière van Harald Zwart klinkt als een jongensboek. Het is nu twee jaar geleden dat zijn Franse agent een showreel met Zwarts beste commercials had opgestuurd naar het grote impresariaat ICM. Binnen twee weken lunchte de Noors-Nederlandse regisseur al met Steven Spielberg. Harald Zwart: ,,De grote namen hier hebben respect voor kwaliteit. Als je erin slaagt hun aandacht te trekken dan kan het soms heel snel gaan.''

Acteur en producent Michael Douglas koos Zwart uit als regisseur en afgelopen april ging One Night at McCool's in première, Zwarts eerste Amerikaanse speelfilm. One Night at McCool's gaat over een meisje (Liv Tyler) en haar drie aanbidders die elk hun eigen beeld van haar hebben. Een barman (Matt Dillon) ziet in haar zijn grote liefde, die hem snel wil temmen en alleen nog maar over de hoogte van zijn salaris en haar extravagante eisen ten aanzien van de woninginrichting wil praten. Voor een katholieke rechercheur (John Goodman) is zij de madonna die de plaats van zijn overleden vrouw kan innemen. En geilneef Paul Reiser ziet alles koken en borrelen, wanneer Liv de auto 's zaterdags in het sop zet. In een ingenieuze raamvertelling vertelt elk van de drie mannen zijn versie van het misdaadverhaal waar Liv in betrokken raakt.

Wanneer Harald Zwart (35) voor de Amerikaanse première in het Four Seasons-hotel in Beverly Hills de internationale pers te woord staat is hij blij weer eens Nederlands te kunnen spreken, ook al gaat dat hem niet te best af. Is hij zijn moedertaal zo snel vergeten?

Zwart: ,,De taal van mijn moeder is Noors. Ook al ben ik in Utrecht geboren, ik heb pas Nederlands, de taal van mijn vader, geleerd toen ik in 1985 naar Amsterdam kwam om te studeren aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Ik kon alleen maar zeggen: `Grootmoeder, mag ik een dropje krijgen?` Bij het toelatingsexamen heb ik gejokt dat ik allerlei cursussen Nederlands volgde.''

Zwart, houder van een Noors paspoort, groeide op in Fredrikstad, een provincieplaats. Op z'n achtste maakte hij zijn eerste 8mm-filmpje, geïnspireerd door wat hij in de bioscoop had gezien: vooral Disney-films en Singin' in the Rain. De overgang naar Nederland, elf jaar later, was ingrijpend: ,,Het verschil tussen Noorwegen en Amsterdam was veel groter dan dat tussen Europa en Hollywood. Ik heb in Noorwegen twee jaar op een filmschool gezeten, maar ik heb alles geleerd op de Filmacademie in Nederland.Dat is volgens mij een van de beste filmscholen in de wereld. Als ik hier nu mensen tegenkom die in Londen of Polen op een filmschool hebben gezeten, dan blijken ze daar minder te hebben geleerd. Een van de docenten, Wim Verstappen, was een goede vriend. Hij vertelde me allerlei horror stories over Hollywood, maar geen enkele daarvan is uitgekomen.''

Will Wissink, de latere regisseur van de kleinschalige speelfilm over Amsterdamse daklozen Dropouts (1998), verzorgde de special effects bij Zwarts eindexamenfilm Gabriel's Surprise (1989), een bizar sprookje waarin de Amsterdamse psychiater Ira Goldwasser de hoofdrol speelt van een jolige engel. Wie de eindexamenfilm nu ziet herkent de visuele flair en speelsheid van One Night at McCool's, waardoor de New York Times Zwart vergeleek met een kind dat je al zijn speelgoed laat zien, zonder dat je de kamer uit mag.

Zwart kreeg succes als regisseur van exuberante reclamespots, met veel lekkere meiden en snelle auto's, voor bijvoorbeeld Ford, BMW, Nissan en Braun. Niet alleen in Noorwegen en Zweden stond zijn werk hoog aangeschreven, hij werkte ook in Frankrijk en Engeland: ,,Mijn reclamewerk beviel door de manier waarop ik in kort bestek een verhaaltje vertel. Met de budgets van commercials is het niet zo moeilijk ze er fantastisch uit te laten zien, maar storytelling, dat kan niet iedereen.'' Dankzij die commercials kwam zijn carrière in een stroomversnelling en belandde hij in de regisseursstoel bij One Night at McCool's.

Treffend is de overeenkomst van Zwarts film met de Amerikaanse films van de Nederlanders Paul Verhoeven en Jan de Bont. Dat alle drie vaak de diensten gebruiken van kostuumontwerpster Ellen Mirojnick, tevens vertrouwenspersoon op de set en rechterhand van producent Michael Douglas, kan toeval zijn. Maar alledrie de Nederlandse regisseurs in Hollywood neigen naar stilistische hyperbolen, naar vette, vaak seksueel georiënteerde humor en laten weinig aan de verbeelding van de toeschouwer over. De scène waarin Liv Tyler ingaat op de avances van een rijke advocaat die haar zijn dvd-speler wil demonstreren, en zij vervolgens de dvd-speler als moordwapen hanteert, zou zo uit een (vroege) film van Verhoeven kunnen komen. Ook etaleert Zwart, wiens film een weinig rooskleurige, verhoeveniaanse visie op het opportunisme van de mensheid verraadt, graag zijn ambachtelijk vernuft. Er wordt in One Night at McCool's hartstochtelijk gespeeld met visuele effecten, met kleur, art direction en kostumering.

Zwart: ,,Als je voor het eerst in Amerika werkt, blijkt elke plek waar je de camera neerzet er uit te zien als in een Amerikaanse film. Logisch, uiteraard, maar ook verrassend. Het grote verschil met Europa is dat de machine van de productie zo glad loopt. Ik werkte in Scandinavië ook met professionele teams, maar dat is niets vergeleken met Hollywood, waar verder de hiërarchie kristalhelder is. De regisseur is de baas, en de producent is de baas van de regisseur. Mijn probleem bij deze productie was soms om het budget op te maken: hoe vaak moet een acteur of stuntman door een raam vallen? Ik vind twee keer wel genoeg, maar besloot nu om het toch vijf keer over te doen. Het kan een voordeel zijn, als je gewend bent aan werken met lage budgets, maar mijn vrouw, die mijn commercials produceerde en bij One Night at McCool's `associate producer' was, waarschuwde me: Houd het scherp, don't play it safe!''

Zwart heeft een afkeer van plat realisme: ,,Geen enkel beeld mag realistisch zijn, ik wil per se dat alles er larger than life uitziet.'' Zoals te verwachten viel, waren de Amerikaanse recensies van Zwarts eerste Hollywoodfilm verdeeld, vaker negatief dan enthousiast, met bezwaren die ook Paul Verhoeven bekend voor zullen komen: gebrek aan realisme en identificatiemogelijkheden voor de kijker, een te nadrukkelijke stijl en visuele humor, en een al te inktzwart perspectief.

Pas na Verhoevens Showgirls en Starship Troopers, voor veel Amerikanen dieptepunten van slechte smaak, begonnen de critici in diens tweede vaderland te ontdekken dat Verhoeven wel eens een auteur zou kunnen zijn, die zijn publiek opzettelijk choqueert. Zwart heeft wat dat betreft nog een lange weg te gaan. Het gebrek aan succes van One Night at McCool's is net niet ernstig genoeg om er een cultfilm van te maken, en evenmin kan het opgevat worden als een visitekaartje voor grote commerciële projecten, ook al is Zwart die al aan het voorbereiden: ,,Ik krijg heel veel slechte scripts aangeboden, en veel van wat er hier gemaakt wordt is rotzooi. Alles draait in Hollywood om event movies, films met enorme budgets, waarbij het erop of eronder is. Ik zou graag eens zo'n event movie maken. Ik ben nu bezig met de voorbereidingen van een tweede film voor Universal Pictures, live-action naar een stripserie. Veel hangt af van het succes van One Night at McCool's: als de film flopt, dan heb ik een probleem.''

Zwart zal niet snel terugkeren naar Europa: ,,Van Noorse films ben ik nooit een groot liefhebber geweest. In Noorwegen praten regisseurs en ook filmstudenten niet veel met elkaar, en is er veel competitie. In Nederland heb ik leren dromen en grootse plannen maken. Ik heb heel goede herinneringen aan de lange nachten dat we zaten te fantaseren over onze toekomst. Ik verheug me erop dat mijn voormalige klasgenoten One Night at McCool's zien en dit interview lezen.''

One Night at McCool's. Vanaf 5 juli in Nederland in de bioscoop.