28 juni: een zeer beladen datum

Een symbolischer dag had het lot (of had Zoran Djindjic) voor de overdracht van Slobodan Miloševic aan het VN-tribunaal niet kunnen uitkiezen: 28 juni, Vidovdan (de dag van St. Vitus) is voor de Serviërs historisch beladen als geen andere dag van het jaar.

Op 28 juni 1389 leden de Serviërs onder de heilige prins Lazar op het Merelveld in Kosovo hun historische nederlaag tegen de Turken: voor vijf eeuwen ging Servië ten onder. Dat althans is de mythe die de Serviërs later op deze veldslag hebben opgebouwd. In werkelijkheid was het een coalitie van Balkan-volkeren die op het Merelveld tegen de Turken aantrad, en de onafhankelijkheid ging pas een halve eeuw later verloren. Maar 28 juni 1389 werd een heilige dag in de Servische geschiedenis. Op 28 juni 1892 werd Vidovdan de belangrijkste religieuze feestdag van de Servisch-orthodoxe kerk.

Op 28 juni 1914 werd aartshertog Frans Ferdinand, de troonopvolger van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, in Sarajevo vermoord door de Servische extremist Gavrilo Princip: Vidovdan 1914 wordt beschouwd als de dag waarop de Eerste Wereldoorlog begon.

Op 28 juni 1921 kondigde koning Alexander van het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (later bekend als Joegoslavië) de zogenoemde Vidovdan-grondwet af - de grondwet die de leidende rol van de Serviërs in Joegoslavië vastlegde. Het was het begin van driekwart eeuw van ruzies tussen de pas verenigde Zuid-Slavische volkeren - ruzies die in 1991 tot het uiteenvallen van het land leidden.

Op 28 juni 1989, 600 jaar na dato, landde Slobodan Miloševic per helikopter bij het gedenkteken voor de slag van 1398 op het Merenveld in Kosovo om één miljoen Serviërs toe te spreken - Serviërs die hem op dat moment vereerden als een nieuwe prins Lazar. Het is de bekroning van Miloševic' zogenoemde `antibureaucratische revolutie' waarmee hij zijn eigen heerschappij over de Serviërs en de heerschappij van de Serviërs over de rest denkt te hebben gecementeerd. Om de mythe van Vidovdan 1389 kracht bij te zetten liet Miloševic het lijk van de heilige prins Lazar een vol jaar lang door heel Servië zeulen.

Twaalf jaar later, en wéér op Vidovdan, 28 juni 2001, landt Slobodan Miloševic, wéér met een helikopter - nu niet als halve heilige op het Merelveld, te midden van een miljoen aanhangers, maar als gevangene nummer één van het VN-tribunaal op de binnenplaats van de Scheveningse strafgevangenis.