`Ze vinden me te commercieel'

Beeldhouwer Kees Verkade wordt door de Nederlandse kunstkritiek doodgezwegen, maar is in het buitenland een gevierd kunstenaar. In Den Haag is nu de eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien.

De carrière van Nederlands meest succesvolle beeldhouwer, Kees Verkade (1941), kende een vliegende, legendarisch geworden start. Iedereen uit zijn entourage vertelt zijn eigen versie van het verhaal. De Amerikaanse fotograaf David Douglas Duncan, bekend van zijn boeken over de Vietnam-oorlog, bezocht in 1969 zijn uitgever in Haarlem en liet zijn oog daar vallen op de bronzen beeldjes van Verkade, die met een kraampje op de kunstmarkt stond. Duncan kocht er een paar en nam ze mee naar zijn studio in het Zuid-Franse St. Paul de Vence. Hij toonde ze zijn vrienden uit de toenmalige jet set van de Rivièra, en bezorgde Verkade zo in één klap een internationale clientèle met grote allure: schrijver Paul Gallico, Pablo Picasso, Kirk Douglas en mensen uit de top van het zakenleven dienden zich als kopers aan. In 1970 wijdde TIME-magazine een halve pagina aan Verkade. In zijn bovenwoning in Zandvoort, waar hij woonde met zijn vrouw en hun twee zonen, kwamen opdrachten uit Amerika binnen in een voor Hollandse begrippen verbijsterende vorm: cheques met bedragen van tussen de 3 en 10.000 dollar, bestemd voor door de kunstenaar nader te bepalen beelden.

Verkade was tot dat moment een lokale bekende, niet meer. Hij kwam uit Haarlem, was op zijn zestiende voortijdig van school gestuurd en toen naar de Kunstacademie in Den Haag gegaan omdat hij wel reclametekenaar wilde worden. Op de academie ontdekte hij het boetseren, en dat beviel zo goed dat hij het vijf jaar lang onafgebroken deed: overdag op school onder de strenge begeleiding van de Haagse stadsbeeldhouwer Dirk Bus en de vrijer ingestelde Amsterdammer Henry van Harn, en 's avonds op zijn ateliertje in zijn ouderlijk huis. Verkades vader, een voormalig fabrieksdirecteur, bracht hem goede professionele manieren bij. Verkade: ,,Na de academie ben ik gewoon met een pak aan en een stropdas voor bij architecten langsgegaan om foto's van mijn werk te laten zien. Je kunt als kunstenaar wel kapsones hebben, maar geen mens komt zomaar op je af.''

Zijn eerste reactie op de plotselinge doorbraak was er niet een van euforie of trots, maar een totale instorting. ,,Het ging te snel'', zegt hij nu. ,,Het was veel, hoor.'' Toen hij zich eenmaal had aangepast verschoof zijn werkterrein van het `Haarlemse kringetje' naar galeries in Londen, Parijs en de VS. Verkade kwam ook steeds vaker in Zuid-Frankrijk, om er te werken en er zijn contacten met de kringen rond Duncan te onderhouden. Dat kostte hem tenslotte zijn eerste huwelijk. Zijn nieuwe geliefde leek zo uit een sprookjesboek te stappen: Ludmila Von Falz-Fein, de bevallige, boomlange dochter van een Russische baron en een Engelse lady. Ludmila's moeder was hertrouwd met Paul Gallico en voormalig hofdame van prinses Gracia van Monaco (Grace Kelly); op het huwelijk van Verkade en Ludmila in 1979 was de prinses een van de eregasten. Het hof van Monaco behoort tot op heden tot Verkades vaste opdrachtgevers. Ludmila zwiert al vanaf het begin permanent om haar echtgenoot heen, en regelt zijn leven. ,,Ze zei meteen: er kan maar één kapitein op het schip zijn, en dat ben jij'', zegt Verkade. ,,Het is heerlijk om te werken en te weten dat je thuis wordt opgewacht door... zoiets.''

Verkade is een ambachtsman, die uitsluitend met herkenbare, menselijke vormen werkt: sporters en dansers in actie, clowns, acrobaten, zijn dochter, zijn vrouw. De emotionele lading van zijn beelden is krachtig en eenduidig, en dat maakt ze aantrekkelijk voor een groot publiek. Musea tonen minder interesse. Op het Frans Hals Museum na, dat een paar vroege beeldjes van hem bezit, komt Verkade in geen enkele collectie voor. Des te meer is Verkade met zijn werk vertegenwoordigd in de openbare ruimte: beelden van Koningin Wilhelmina, Louis Couperus, Anton Pieck en Simon Carmiggelt van zijn hand staan door het land verspreid en groepen anonieme, bewegende figuren sieren onder andere het voormalige AVRO-gebouw in Hilversum, luchthaven Schiphol en het Zandvoortse strand.

In Museum Het Paleis in Den Haag is deze zomer de eerste grote overzichtstentoonstelling van Verkade te zien. De vertrekken puilen uit van werk uit alle fasen van zijn nu veertigjarige loopbaan. Alles ademt beweging, kracht, dynamiek; daarnaast is het een fijne, Madame Tussaud-achtige portrettengallerij waar het wemelt van de beroemdheden. Hoofdsponsor van de tentoonstelling is het kunstfonds van Joop van den Ende, al jaren gretig afnemer van Verkades werk voor in en rond zijn theaters. Op subsidies of andere reguliere geldbronnen uit het kunstcircuit hoefde de beeldhouwer ook na zijn lange staat van dienst niet te rekenen. ,,Ik heb het er liever niet over, want dan word ik te kwaad'', zegt hij. ,,Laat ik het hierbij houden: in die commissies zitten vaak verknipte kunstenaars, die zichzelf willen laten gelden. Ik heb ze niet nodig, nooit gehad ook. Ik omzeil ze liever.'' Behalve door de kunstbonzen wordt Verkade ook door de Nederlandse kunstkritiek sinds jaar en dag doodgezwegen mischien een nog schrijnender lot dan te worden afgekraakt. ,,De Telegraaf was in 1999 naar mijn overzichtstentoonstelling in Monaco gekomen, en toen verscheen er een paginagroot stuk met als kop: `Verkade eindelijk kunst'. Dat sloeg op mijn recente torso's. Wat moet je nou met zo'n opmerking? Wat maakte ik hiervóór dan? Omdat ik kan leven van mijn vrije werk en geen les hoef te geven, vinden ze me in Nederland een commercieel kreng. Mensen denken dat ik zo rijk ben dat ik niet meer hoef te werken, nou niets is minder waar. Ik ben elke dag gewoon in mijn atelier, en ontvang kopers aan huis. Het is het cliché van je kop boven het maaiveld. In de VS vinden mensen het mooi als je succes hebt en helpen ze je verder, in Nederland wensen ze je je graf in. Maar ik werk alleen voor mijn gezin en voor de mensen die mijn werk willen hebben, of het nou bouwbedrijven, literaire gezelschappen of gewone verzamelaars zijn. Naar hun meningen luister ik, voor hen doe ik mijn best.''

Tentoonstelling: `Verkade sculptuur', t/m 28-10 in Museum Het Paleis, Lange Voorhout 27, Den Haag. Open di-zo 11-17 u. Tel (070)3624061. Catalogus ƒ 39,50.