Verzekeraars in de schoolbanken

De jaarcijfers van verzekeraars moeten volgens de commissie-Traas weer echte jaarcijfers worden. Traas wil beter inzicht in de winst en de gevolgen voor de financiële gezondheid.

Het zal een schrale troost zijn voor de gedupeerde polishouders van Vie D'Or. Het faillissement van de verzekeraar vertaalt zich acht jaar later in verscherpte rapportageplicht voor de branche. De ministers Korthals (Justitie) en Zalm (Financiën) bereiden nieuwe wetgeving voor die het zicht op de prestaties van verzekeringsbedrijven moet verbeteren. Deze week zonden zij een indicatie van hun voorstellen naar de Tweede Kamer, samen met het rapport van de commissie-Traas, die de aanbevelingen voor betere verslaggeving heeft geformuleerd.

Inzicht in vermogen en resultaat, de belangrijkste functie van een jaarrekening, is bij Nederlandse verzekeraars al lange tijd onder de maat. Niet het minst door de chemie van soepele verslaggevingsregels en het bijzondere karakter van verzekeraars: eigenlijk kennen de bedrijven geen omzet, maar `baten'. Tegenover de jaarlijkse inkomsten staan langlopende verplichtingen. Dit heeft zich in Nederland vertaald in allerhande methodieken om zoveel mogelijk de `economische werkelijkheid' van een verzekeraar weer te geven. Gevolg: ieder verzekeringsconcern hanteert zijn eigen techniek.

De aansluiting tussen vermogen en resultaat is zoek. Minister Zalm mag op de HBS hebben geleerd dat je winst op twee manieren kan berekenen – óf de opbrengsten minus de kosten, óf de tussentijdse verandering in het eigen vermogen – daar horen dezelfde getallen uit te komen. Bij verzekeraars is dat niet meer het geval.

Commissievoorzitter prof. dr. L. Traas, emeritus hoogleraar bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, constateert dat Nederland een achterstand heeft opgelopen door de vrije verslaggevingsregels. ,,Verzekeraars hebben de natuurlijke neiging om hun cijfers conservatief te berekenen. Met die voorzichtigheid is niets mis, maar tegenwoordig kan je als buitenstaander niet meer goed zien of een Nederlandse verzekeraar conservatief rapporteert of dat er gewoon matig gepresteerd wordt. Die achterstand gaan wij nu herstellen.''

Een van de mikpunten van Traas' kritiek is de winst als voortschrijdend gemiddelde. Aegon presenteert al sinds 1995 jaarresultaten die gebaseerd zijn op de prestaties van de dertig jaar eraan voorafgaand. De meeste polissen die de verzekeraar afsluit bestrijken ook drie decennia. Daarom rapporteert het concern een gemiddeld rendement over de gehele periode en niet de beleggingsopbrengsten over het afgelopen jaar.

De commissie haalt een streep door deze praktijken. ,,Met een voortschrijdend gemiddelde kan plots de bodem onder een bedrijf wegvallen. Dat hebben we ook gezien bij Vie d'Or. Als de beleggingsopbrengsten alleen op het afgelopen jaar worden gebaseerd, wordt de buitenstaander tenminste geattendeerd op slechte jaarresultaten'', stelt Traas.

Volgens de commissievoorzitter schiet de methodiek van Aegon – die ook Achmea en Interpolis gebruiken – tekort wanneer het misgaat. Een bedrijf kan vijf jaar achtereen verlies lijden op zijn portefeuille en toch klinkende resultaten presenteren. ,,Wanneer de beleggingsresultaten over een lange periode worden uitgesmeerd, ga je er vanuit dat de continuïteit niet aangetast kan worden. Dat is helemaal niet zeker.'' Volgens sommige wetenschappers is de Aegon-methode zelfs strijdig met de wet. Dit is nooit getoetst omdat er niet één belanghebbende in Nederland een procedure daartoe bij de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof is gestart.

Werkelijke rapportage op jaarbasis zal de resultaten van verzekeraars grilliger maken. Volgens het Verbond van Verzekeraars zet de concentratie op één jaar juist aan tot manipulatie van de winstcijfers. Bedrijven gaan dan vlak voor de jaarwisseling winst nemen op hun beleggingen, opdat de verborgen waardes in de portefeuille verzilverd worden. Traas vindt die kritiek onterecht. ,,Ons voorstel is juist om gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst op de beleggingsportefeuille te rapporteren. Dan is er helemaal geen prikkel om nog snel beleggingen te verkopen.''

Aan het schrappen van de Aegon-methode moet volgens Traas niet te zwaar getild worden. Nederland is het enige land ter wereld dat deze methode toestaat. Buitenlandse bedrijven doen het wel, maar dan als aanvulling op hun jaarcijfers. ,,Die ruimte houden Nederlandse partijen. Er staat verzekeraars die het voortschrijdend gemiddelde zo belangrijk vinden, niets in de weg om die als toelichting bij de cijfers op te nemen.''