Speelgoed van de sultan

Wie het Topkapi-paleis in Istanbul bezoekt, krijgt van de gids wel iets te horen over de harem van de sultan, maar niet veel. Wie het complexe leven in de harem echt wil begrijpen, moet eerst dit verhaal lezen.

Tijdens een picknick greep Gülnus Kadin haar kans. Al langere tijd had de meest vooraanstaande echtgenote van Sultan Mehmed IV (1648-1686) met lede ogen aangezien hoe een rivale bezig was om het hart van de Ottomaanse heerser te veroveren. Mehmed IV was, aldus historici, meestal erg trouw aan Gülnus Kadin, maar nu leek het erop alsof hij van plan was de bakens radicaal te verzetten. Dat wilde zijn echtgenote tot elke prijs voorkomen. En dus lokte zij gedurende de picknick haar rivale naar een rots en zorgde ervoor dat ze linea recta haar dood tegemoet viel. De sultan vergaf haar – en het leven in de harem van het Topkapi-paleis in Istanbul, waar Mehmed IV met zijn vrouwelijke entourage woonde, ging verder alsof er niets gebeurd was.

Tijdens de rondleiding door de harem van het Topkapi-paleis is er voorzover ik weet geen enkele gids die ooit stilstaat bij het leven van Gülnus Kadin of van welke andere vroegere bewoner van de harem dan ook. De opmerkingen die worden gemaakt hebben meestal betrekking op het kristal of de tegels of de klok in de grote ontvangstzaal van de sultan. En dat is jammer, want de harem was een plaats waar groots en meeslepend werd geleefd.

In de beginfase van het Ottomaanse Rijk was er overigens nog geen sprake van een harem. Toen trouwden sultans met rijke prinsessen uit bijvoorbeeld Bulgarije of Servië om de invloed van het rijk in die gebieden te vergroten. Pas tijdens Mehmed II (1451-1481), de veroveraar van Constantinopel, deed de harem zijn intrede. Volgens de Britse historicus Philip Mansel waren er drie belangrijke argumenten die verklaren waarom de harem zich toen ontwikkelde. In de eerste plaats speelde macht een grote rol. Alle dames die in de harem met de sultan verbleven waren slaaf en hadden hun positie aan hem te danken – de kans dat ze zich tegen hem zouden keren en het rijk in oorlog zouden storten, leek daardoor kleiner.

Omdat de harem zo groot was, was er daarnaast alle kans dat ook de meest seksueel onverzadigbare sultan binnen de muren aan zijn trekken kwam. Dat laatste had, tenslotte, tot gevolg dat er altijd een groot reservoir aan kinderen was waaruit een nieuwe sultan gerecruteerd kon worden. De harem was dus veel meer dan een poel des verderfs waar de sultan zijn vuige lusten kon botvieren – het was een oprechte poging om de kwaliteit, stabiliteit en continuïteit van het Ottomaanse bestuur te garanderen.

Of het harem-systeem daarin slaagde, is echter de vraag. Omdat elke broer van een nieuwe sultan eigenlijk per definitie als een rivaal werd gezien, waren lange tijd liquidaties een normaal onderdeel van elke troonsbestijging. ,,Laat me eerst mijn nootjes eten en wurg me dan maar'', zou een van de broers van de nieuwe sultan Mehmed III (1597-1603) gezegd hebben, voordat een zijden handdoek om zijn keel werd gelegd. Zo groot was de angst in de harem bij troonswisselingen dat bijvoorbeeld Ibrahim weigerde te geloven dat zijn broer dood was en dat hijzelf op de troon was gekomen. Ibrahim dacht dat het allemaal een leugen was en weigerde om zijn appartement in de harem uit te komen omdat hij dacht onmiddellijk vermoord te worden. Pas toen de stoffelijke resten van de oude sultan voor hem waren neergelegd, kon hij ervan overtuigd worden dat de troon nu echt aan hem toebehoorde.

Een andere zwakte van het harem-systeem (en van het Ottomaanse bestuur in het algemeen) was dat er zoveel afhing van de persoon van de sultan. Als deze een doortastende persoonlijkheid was, voer het schip der staat in veilige wateren, maar een zwak karakter leidde onmiddellijk tot problemen. Zo was de al eerder genoemde sultan Ibrahim () waarschijnlijk geestelijk gestoord. De combinatie vrouwen en bont wond hem zozeer op dat hij een hele kamer met bont liet bekleden waar hij vervolgens, zoals Mansel het eufemistisch uitdrukt, ,,gerechtigheid verrichtte". Terwijl de sultan zich daar met vooral uiterst kilorijke dames amuseerde, raakte het Ottomaanse leger (toen nog de beruchte Janissaren – gevormd uit christen-jongens die op jonge leeftijd van hun ouders werden afgenomen en tot moslim werden gemaakt) steeds ontevredener. Slechts ingrijpen van Ibrahims moeder, Kösem Sultan, voorkwam een zware crisis. Als een echte raison d'etat politica besloot zij dat de stabiliteit van de staat belangrijker was dan haar zoon en zette deze, met steun van het leger, af. Na zijn afzetting werd ook Ibrahim, zoals zoveel anderen voor hem, gewurgd.

Ibrahim voldoet aan het vooroordeel dat Europeanen vaak hebben van de `unspeakable Turk' – bruut, gruwelijk, en pervers. Een van de grootste sultans die ooit aan het hoofd van het Ottomaanse Rijk hebben gestaan, Süleyman de Grote (.), zet elk vooroordeel echter op losse schroeven. Zozeer immers raakte hij in de ban van Roxelane, de slavin die iedereen in de harem betoverde met haar blanke huid, dat hij alleen nog maar met haar samen wilde zijn. En hoe diep en verfijnd zijn liefde voor haar was, blijkt uit de vele gedichten die hij voor haar heeft geschreven. Jij bent `mijn Istanbul', liet de sultan zijn geliefde in verzen weten. ,,Zelfs als ik bid kan ik aan niemand anders denken dan aan haar'', zo schreef de sultan in een van zijn verzen – een belediging voor de strikte moslim die tijdens het gebed alleen maar aan God mag denken. Zo gebroken was hij door haar onverwachte dood op 54-jarige leeftijd dat hij een mausoleum voor haar liet bouwen in de tuin van de Süleymania-moskee.

Ook Roxelane zelf weerlegt een vooroordeel – dat het leven in de harem voor vrouwen gruwelijk was omdat zij niets anders waren dan een speeltje van de sultan. In arme streken van de Kaukasus was het leven in de harem zo'n aantrekkelijk vooruitzicht voor arme meisjes dat ze zich zelf soms voor niets aanboden aan slavenhandelaren – in de hoop uiteindelijk in de armen van de sultan in het Topkapi-paleis te belanden. Of beter nog – moeder te worden van een toekomstige sultan en zo een grote invloed uit te oefenen op de zaken van het Rijk (hoewel dat ook verkeerd kon aflopen: de al eerder genoemde Kösem Sultan werd uiteindelijk in de harem op gruwelijke wijze vermoord: terwijl zij werd gewurgd, verzette zij zich zo hevig dat het bloed uit haar neus en oren spoot).

Groots en meeslepend, dat was het leven in de harem wel, maar de gemiddelde rondleiding door het complex is dat niet. Welke gids vertelt bijvoorbeeld dat eunuchen – ondanks alles wat er fysiek met hen was gedaan – ,,elkaar de keet uitvechten om aan vrouwen te komen'', zoals een Ottomaanse historicus het uitdrukte. En welke gids legt uit dat zelfs de sultan zich aan bepaalde regels had te houden en dat daarom Mustafa III (1557-1574) door zijn dienaren beleefd maar beslist op de vingers werd getikt toen hij een liefje van buiten de harem in het geniep een nacht naar binnen wilde smokkelen? Het leven in de hamam was rijk en complex – zo complex dat een goede historische inleiding aan elk bezoek vooraf zou moeten gaan.