Selectie Musea

Deense Gouden Eeuw

Hoewel in de eerste helft van de 19de eeuw ook elders in Europa belangstelling bestond voor de schilderkunst van de Hollandse Gouden Eeuw, gold dat voor Denemarken in het bijzonder. De twee landen zijn niet alleen vergelijkbaar in bijvoorbeeld klimaat, landschap en waterrijkheid, maar ook kende Denemarken in de periode van 1800-1850 een burgerlijke samenleving en een bewustzijn van nationale identiteit die leken op die in de oude Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Denen verzamelden werk van schilders als Jacob van Ruysdael, Jan van Goyen en Gerard Dou en er verschenen prenten naar werken van Hollandse kunstenaars. Deense schilders kenden die verzamelingen en reproducties, zagen Nederlandse schilderijen tijdens buitenlandse reizen, en lieten zich erdoor inspireren. Iets van de resultaten van die beïnvloeding is te zien in een mooie expositie in het Rijksmuseum, waar Deense en Hollandse schilderijen ter vergelijking naast elkaar zijn opgehangen. Als er sprake is van een `Deense Gouden Eeuw', dan slaat dat niet zozeer op een ongekende economische voorspoed zoals Holland die had gekend, alswel op de schitterende staaltjes van schilderkunst die Denemarken in die tijd heeft voortgebracht.

Twee Gouden Eeuwen; schilderkunst uit Nederland en Denemarken t/m 16 sept in het Rijksmuseum, Stadhouderskade 42, Amsterdam, Ingang Zuid. Dag 10-17u

Haarlem

Tussen 1900 en 1930 woedde er in Haarlem een `schildersrazernij'. Alles en iedereen wilde schilderen. Tegelijkertijd sloten de kunstenaars zich af van sterk vernieuwende stromingen uit het buitenland, zoals kubisme en fauvisme. De Haarlemse kunstschilder bleef bij zijn traditionele onderwerp: het stilleven, een landschap, het portret en, soms, een naakt. Maar nooit zo uitdagend naakt dat het aanstoot zou kunnen geven. Deze elkaar tegenwerkende krachten zijn fraai te zien op de tentoonstelling De bloei van Haarlem. Het kunstleven in de jaren 1900-1930 in de Vleeshal van het Frans Halsmuseum. Keurigheid en lef, vernieuwingsdrang en behoudzucht zorgen voor verrassende tegenstellingen bij schilders van onbetwiste allure als Leo Gestel, Otto de Kat, Piet Wiegman, H.F. Boot en Herman Kruyder en bij de wat mindere goden als Rens Lensselink en Anton L. Koster.

De bloei van Haarlem. Het kunstleven in de jaren 1900-1930 t/m 12 aug in de Vleeshal van het Frans Halsmuseum, Grote Markt, Haarlem. Dag 11-17u, zo 12-17u.

Brueghel

Over zijn leven is nagenoeg niets bekend. Veel werk liet hij kort voor zijn dood verbranden. Van wat aan tekeningen aan Pieter Bruegel de Oude (ca. 1527-1569) werd toegeschreven, is de laatste decennia een fors deel afgevallen. En dan geniet hij ook nog de reputatie van een boertige grappenmaker. Museum Boijmans Van Beuningen toont een uitgebreid overzicht van zijn werken op papier: 54 van de in totaal 60 overgebleven tekeningen en zo'n 80 gravures, plus vele grafische bladen van navolgers. Schaatsvermaak, zeegezichten, panorama's van de Alpen, bruiloften en vechtpartijen, bijbelse en allegorische scènes.

Pieter Brueghel de Oude. Meestertekenaar t/m 5 aug in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di-za 10-17u, zo 11-17u.

J.J.P. Oud

Niet Rem Koolhaas maar J.J.P. Oud (1890-1963) was in de twintigste eeuw de eerste moderne sterarchitect van Nederland. Vooral toen hij als ontwerpend architect binnen de Gemeentelijke Woningdienst van Rotterdam werkzaam was, van 1918 tot 1933, ontwikkelde Oud zich op papier als een gedreven polemist en theoreticus. Hij raakte intensief betrokken bij De Stijl, ontpopte zich als de toonaangevende ontwerper van het moderne wonen en hield voordrachten in binnen- en buitenland over zijn in werkelijkheid ongeëvenaarde woningbouw in Hoek van Holland (1924-1927), in Rotterdam (Kiefhoek, 1925-30) en van de vijf huisjes die hij voor de Weissenhofsiedlung in Stuttgart (1927) had ontworpen. Die sleutelwerken zijn nu onderdeel van een grote overzichtsexpositie in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Voor het NAi was de prominente rol van de Amerikaanse architect Philip Johnson (1906) in het leven en werk van Oud aanleiding om hem een architectonisch object te laten ontwerpen waarmee hij achteraf zijn visie geeft op het werk van Oud.

J.J.P. Oud - Philip Johnson, een dialoog t/m 9 sept in het Nederlands Ar chitectuurinstituut, Museumpark, Rotterdam. Di 10-21u, wo t/m za 10-17u, zo 11-17u.

De Dood

Schrijvers en vooral dichters zijn vanouds de hofleveranciers van de dood, van het voorbije. Boutens dichtte zijn prachtige vers over de `goede dood' en J.C. Bloem voelde zich meer verwant met de dood dan met het leven. Het Letterkundig Museum wijdt een fraaie, tot nadenken stemmende expositie aan dit onderwerp en geeft een beeld van het sterven van schrijvers en het, altijd weer onverwachte afscheid, dat hen werd bereid. Van de talloze schrijvers wier doodsberichten in fraai gebouwde glazen doodskisten liggen uitgestald, zijn velen allang vergeten. Het museum mag dan misschien een mausoleum zijn van duizenden vergeten en honderden niet-vergeten schrijvers, een expositie als deze maakt duidelijk dat de dood geen onderscheid maakt.

Vergeten in de slaap der eeuwen. Schrijvers en de dood t/m 18 nov in het Letterkundig Museum, Pr Willem-Alexanderhof 5, Den Haag. Di t/m vr 10-17u; za/zo 12-17u.

En verder

Karel Appel 80 jaar; drie tentoonstellingen, een overzicht van werk op papier t/m 2 sept in het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Schilderijen uit de afgelopen 20 jaar t/m 24 juni in het Stedelijk Museum, P. Potterstraat 13, Amsterdam. Di t/m zo 11-17u. Sculpturen 1937-2000 t/m 13 aug in het Cobramuseum, Sandbergenplein 1, Amstelveen. Do t/m zo 13-17u; Ikiro be alive, hedendaagse kunst uit Japan van 1980 tot heden t/m 8 juli in Kröller-Müller Museum, Houtkampweg 6, Otterlo. Di-zo 10-17u.