Paarden, vissen en een metershoge spin

Honden, hazen, paarden en fantasiedieren luisteren het Lange Voorhout in Den Haag op, waar de jaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht is begonnen met als thema `Carnaval des animaux'.

Ter hoogte van de Amerikaanse ambassade staan op sokkels twee reusachtige hazentorso's als poortwachters voor het Lange Voorhout: de ene haas, een vrouwtje, draait zich uitdagend en koket naar de arrogante kop van de minotaurus naast haar. Beide torso's, samengesteld uit bundels metaaldraad, zijn van de Engelse beeldhouwster Sophie Ryder (1963). Ze maken deel uit van de tentoonstelling Sculptuur Den Haag die voor het vierde achtereenvolgende jaar in Den Haag wordt gehouden. Op de gratis toegankelijke openluchttentoonstelling zijn onder de bomen van het Voorhout 34 monumentale sculpturen te zien van binnen- en buitenlandse kunstenaars, onder wie Henk van Bentem, Mark Brusse, Henk Visch, Henry Heerup, Francois Pompon, Patrick O'Reilly en Ossip Zadkine.

Het thema is `Carnaval des animaux' en dus zijn er dieren, min of meer herkenbaar, of vermomd als fantasiefiguur. De Fransman Philippe Berry (1956) bijvoorbeeld maakte een glimmend bronzen beeld van een naakte man met de kop van een pokémon-figuurtje en Steven Gregory (1952) een fietsende vis met wapperende vinnen en een paling als fietspomp. Een van blikvangers is The meat eating bastard van Sean Read (1961-2000), een loensende slager in een met bloed besmeurde slagersjas die in de ene hand een bijl vasthoudt en met de andere een naar adem happend katje tegen zich aandrukt. De grijns op zijn gezicht lijkt wreed en vals, maar kan bij nadere beschouwing ook als mistroostig en berustend worden opgevat, alsof hij geen plezier beleeft aan zijn bloederige beroep. Zo zal Read, die onder invloed van zijn echtgenote vegetariër werd, het waarschijnlijk ook bedoeld hebben.

's Avonds en 's nachts worden de beelden uitgelicht. ,,Zo krijg je overdag het filterlicht van het bladerdak en komen de beelden 's avonds door een individuele belichting apart tot leven'', zegt Eric G. Dullaert, initiatiefnemer en artistiek leider van Den Haag Sculptuur. Zo krijgt in de avond Lynn Chadwicks abstracte sculptuur van een zich dreigend oprichtend dier een bijzonder effect door de belichting van de geometrische vlakken waaruit het is opgebouwd. Maar het fijnmazige ruiterbeeld (zonder ruiter) van Zadok Ben-David aan de kop van de lange as van het Voorhout, dat oogt als een grafische zwart-wit-tekening uit een anatomieboek, komt weer het best tot zijn recht tegen een heldere hemel.

Na kritiek op de vorige afleveringen, die te weinig verrassend en te onsamenhangend zouden zijn, is een adviescommissie opgericht waarin de museumdirecteuren Karel Schampers (Frans Hals Museum) en Hendrik Driessen (Stichting De Pont) zitting hebben, alsmede Hein van Haaren, voormalig directeur van de Rotterdamse kunstacademie. ,,Zij vonden het concept goed, maar adviseerden de selectie aan te scherpen en tentoonstellingen te maken met een duidelijker thema'', zegt Dullaert die ooit op het idee kwam toen hij een beeldententoonstelling op de Champs Elysées zag. ,,Het uitgangspunt is dat de kenner met een glimlach rondloopt omdat hij objecten herkent en de niet-kenner door de diversiteit van de ene verbazing in de andere rolt en er ook discussie ontstaat.''

De tentoonstelling had een korte voorbereidingstijd van ongeveer vier maanden. ,,Bij de keuze was de beschikbaarheid van groot belang. Ik had graag het ei van Brancusi gehad als begin van het dierlijk leven, maar dat is niet te krijgen.'' De meeste beelden komen van galeries, verzamelaars en van gemeenten. Zo stelde de gemeente Dordrecht een levensgrote, gestileerde giraffe van Henk Visch ter beschikking, een beeld dat normaliter aan de Houttuinen bij de haven staat. Hoogvliet vaardigde de abstracte Miereneter van de Amerikaan Alexander Calder af. Van de Stichting Amarant in Tilburg kwam het beeld Kwijlende hond van Tom Claassen, een aandoenlijk, compact dier dat via een ingenieus systeem water uit de bek lekt, zodra er iemand in de buurt komt. Of dit systeem ook op het drukbezochte Voorhout zal worden geïnstalleerd is nog niet beslist. Het beest zou niet meer ophouden met kwijlen.

De grootste trots van Dullaert bevindt zich niet op het Voorhout, maar op 5 minuten lopen in het Atrium van het Haagse stadhuis. In deze megalomane ruimte met veel glas, wit en licht lijkt Maman uit 1999 van de Amerikaanse Louise Bourgeois (1911), een zwarte spin van 12 bij 9 bij 10 meter op acht ranke, gelede poten, elk moment in beweging te kunnen komen. Bourgeois maakte het niet als griezelobject, maar als moeder, als symbool van geborgenheid en bescherming. De spin, die vorig jaar te zien was in de Modern Tate in Londen, verwijst naar de moeder van Bourgeois, die antieke tapijten restaureerde en ook altijd met draden in de weer was. De verzekerde waarde bedraagt zo'n 6 miljoen gulden, die van de beelden op het Voorhout nog eens 8 miljoen.

Het afgelopen weekeinde, toen de expositie nog niet officieel was geopend, was het al druk op het Voorhout. Net als vorige jaren, toen men zich op mooie dagen voor de beelden verdrong, verwacht de organisatie zo'n 5 à 600.000 bezoekers, al is dat aantal een slag in de lucht. Omdat er geen kaartverkoop is, is er ook geen telling. In ieder geval zei bij marktonderzoek vorig jaar 89 procent van de bezoekers dat ze dit jaar terug zouden komen. Voor schoolkinderen is een educatiepakket ontwikkeld en worden rondleidingen georganiseerd. Langs de wandelzone waar de beelden staan, zijn de parkeerplaatsen tijdelijk zijn opgeheven. Daardoor wordt het zicht op de beelden niet door geparkeerde auto's belemmerd. Een rode loper leidt naar een nieuw informatiecentrum waar, in tegenstelling tot vorig jaar toen ze pas halverwege het evenement verschenen, nu al de catalogi te krijgen zijn.

De kosten van het geheel bedragen 1,8 miljoen gulden. De financiering heeft nogal wat voeten in aarde gehad, omdat een subsidieaanvraag bij de landelijke overheid stuitte op een negatief advies van de Raad voor Cultuur dat door de staatssecretaris werd overgenomen. Uiteindelijk is de gemeente Den Haag bijgesprongen en zorgden sponsors en de provincie, die het educatief project voor zijn rekening nam, voor de rest. Door het nieuwe beleid en de stroomlijning van het concept hoopt de stichting bij het komende Kunstenplan 2004-08 wel in de prijzen te vallen. Dullaert: ,,Van der Ploeg heeft in 1999 nog gezegd dat dit een van de weinige initiatieven was die aansloten op zijn beleidsdoelstellingen van een toegankelijke presentatie en educatie.''

Den Haag Sculptuur 2001, Lange Voorhout, Den Haag. T/m 11 sept. Inl.: (070) 3645784, info@denhaagsculptuur.com.