Opstand der ouden

Over wat er met uw pensioengeld gebeurt, heeft u als gepensioneerde weinig of niets te vertellen. De vakbond en de werkgever maken de dienst uit. En die delen liever de macht dan dat ze die afstaan. Toch komen de gepensioneerden in opstand.

Daar zaten zij dan met z'n vijven, gepensioneerden van Hoogovens. Het was eind 1995. Ze waren bezorgd. Bezorgd over bedrijven als DAF, waar men de financiering van de pensioenen afkneep om het hoofd boven water te houden. Bezorgd over het gemak waarmee bij bedrijven als Hoogovens, hún Hoogovens, de vakbonden akkoord gingen met grepen in de pensioenkas ter waarde van honderden miljoenen guldens, om reorganisaties te financieren.

De vijf hadden een vereniging van Hoogovens-gepensioneerden opgericht om voor hun belangen op te komen. Maar hoe kwamen zij aan leden? Hoogovens wilde, met een beroep op de privacy-wetgeving, niet meewerken en geen lijst met namen en adressen van gepensioneerden geven. Daar zaten ze dan.

Maar de vijf hadden tegen de staal- en aluminimumfabrikant wapens. Nu ja, wapens? Het postcodeboek, het telefoonboek en interne telefoonlijstjes van Hoogovens. Speurend in de lijstjes, op zoek naar namen van oud-collega`s, die weer mensen kenden, die weer oud-collega's wisten.

Dat was vijf jaar geleden. Nu heeft de vereniging 6.100 leden, méér dan de helft van de gepensioneerden van Hoogovens. Enkele weken geleden heeft de vereniging een nieuwe mijlpaal bereikt: het bestuur van het pensioenfonds wordt uitgebreid, met drie gepensioneerden, van wie de vereniging er twee mag voordragen.

Tot nu toe zaten er bij de vergaderingen van het bestuur wel een vertegenwoordiger van de vereniging en een plaatsvervanger, maar die hadden geen stemrecht. Het bestuur bestaat, zoals bij veel pensioenfondsen, uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.

,,De vakbonden hadden er veel moeite mee om plek in te ruimen'', zegt Th. Wortman, de voorzitter van de vereniging van Hoogovens-gepensioneerden. Met name FNV ,,vond het niet aangenaam macht in te leveren.''

De strijd van de Hoogovens-gepensioneerden om erkenning illustreert de lange mars van de ouderen om zeggenschap in de pensioenfondsen te krijgen, fondsen die zijn opgericht om hún oudedagsvoorziening veilig te stellen.

De financiële belangen die in het geding zijn, zijn reusachtig. Gezamenlijk beheren de pensioenfondsen bijna 1.000.000.000.000 gulden (duizend miljard gulden). Want negen van de tien Nederlandse werknemers spaart, doorgaans verplicht, via zijn werkgever voor een – aanvullend – pensioen boven op de AOW, naast nog eigen financiële regelingen die hij eventueel treft, zoals een koopsompolis of lijfrenteverzekering.

Medezeggenschap van ouderen over pensioenvermogens is een onderwerp waarover de pensioenfondsen zelf kunnen beslissen. Maar al zijn de financiële belangen groot, in de besturen van de pensioenfondsen spelen gepensioneerden, zoals tot voor kort bij Hoogovens, een verwaarloosbare rol. De vertegenwoordigers van de actieve werknemers (zeg maar: de toekomstige gepensioneerden) en de werkgevers delen er de lakens uit. De meeste pensioenfondsen zijn bovendien stichtingen, waarbij het stichtingsbestuur voor het beleid verantwoordelijk is zonder dat zij aan een aandeelhoudersvergadering of verenigingsraad verantwoording hoeft af te leggen.

,,Pure apartheidspolitiek'' noemt P. de Wind, adviseur van de Nederlandse Bond van Pensioenbelangen (NBP), de verhoudingen in de pensioenwereld. De werkgever en werknemers komen door de voordeur, zo schetst hij de verhoudingen, maar de gepensioneerden moeten achterom. En stil zijn.

Met de vergrijzing groeien de rangen van de ouderen, en daarmee hun (politieke) invloed. Het touwtrekken om de macht over de pensioenvermogens is het begin van de strijd tussen generaties die de samenleving te wachten staat: wie betaalt de kosten van de vergrijzing als vanaf 2010 de eerste `babyboomers' met pensioen gaan.

Een amendement van D66 om gepensioneerden een plaats in de pensioenfondsbesturen te geven, leed begin vorig jaar in de Tweede Kamer schipbreuk. Staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken (VVD) vreesde oplopende pensioenuitkeringen als gepensioneerden meer macht krijgen. PvdA en CDA willen de soevereiniteit van de sociale partners, de machthebbers in de pensioenfondsen, niet aantasten. Bovendien voelden zij zich gebonden aan een zogeheten convenant voor verbetering van medezeggenschap, dat de ouderenorganisaties, verenigd in het CSO, met de werknemers- en werkgeversorganisaties in 1998 waren overeengekomen.

Dat convenant was een poging van werknemers en werkgevers om (via de Stichting van de Arbeid, hun overlegorgaan) wetgeving te voorkomen. Toenmalig staatssecretaris De Grave (VVD) was wel bereid om de positie van gepensioneerden wettelijk te verbeteren, maar daar voelden de vakbonden en de werkgevers niets voor.

Het convenant biedt voor elk wat wils. Het mikt bij ondernemingspensioenfondsen – dat zijn fondsen die de pensioenregeling van afzonderlijke ondernemingen uitvoeren – op benoeming van gepensioneerden in besturen en/of oprichting van een deelnemersraad. Bij bedrijfstakpensioenfondsen, die voor een complete sector werken, zoals zorg & welzijn (PGGM), overheid & onderwijs (ABP), de metaal en de bouw, was de invoering van deelnemersraden het doel. En bij pensioenregelingen die werkgevers aan een verzekeraar uitbesteden, ging om het instellen van een vergadering van deelnemers.

Een groot deel van de actieve werknemers en de gepensioneerden heeft door het convenant op een of andere manier invloed gekregen. Maar er zijn pensioenfondsen met tesamen wel een miljoen werknemers en gepensioneerden die helemaal niets hebben gedaan. ,,Ik vind het een blamage voor de Stichting van de Arbeid dat zij door deze pensioenfondsen niet serieus wordt genomen'', zegt De Wind. Hij laakt de houding van de sociale partners. ,,Wist u dat zij [behalve sociale] ook financiële partners zijn? De bedrijven betalen tientallen miljoenen guldens aan de bonden, zodat zij kwalitatief goede tegenpartijen zijn bij de cao-onderhandelingen. Bij pensioenen spelen zij elkaar de bal toe. Belangenverstrengeling ten eigen bate. Ten koste van de derde partij, die van de gepensioneerden.''

Waarom ligt de deelname van ouderen in de besturen van pensioenfondsen zo gevoelig? Omdat werkgevers en werknemers bang zijn dat de ouderen zich zullen opwerpen als behartigers van maar één belang: hoger pensioen, vooral hoger pensioen als compensatie voor gestegen prijzen. Waarvoor ook staatssecrataris Hoogervoorst bang is. En het ligt gevoelig, omdat de sociale partners de macht liever delen. Zij vinden zichzelf mans genoeg om bij de pensioenfondsen de belangen van alle partijen af te wegen, ook die van de ouderen.

Het primaire belang van de werkgever bij een pensioenregeling is dat die adequaat is en een lage en stabiele premie kent. Pensioenpremies zijn loonkosten die de concurrentiepositie beïnvloeden. Ook de werknemers hebben, naast een goed pensioen, belang bij een lage premie. Hoe minder premie, hoe méér ruimte voor verhoging van het besteedbaar inkomen dat ze nu genieten.

De hoge rendementen op de pensioenbeleggingen tussen 1995 en 2000 (gemiddeld: ruim 12 procent per jaar) hebben de emancipatiedrang van de gepensioneerden versneld. Want zij kwamen er vaak bekaaid af: geringe aanpassingen van hun uitkeringen aan de inflatie.

De werknemers profiteerden: zij betaalden minder premie voor hun pensioen. En de werkgevers profiteerden met volle teugen: lage (of nul) pensioenpremies, spectaculaire terugstortingen uit de kas van het pensioenfonds, zoals Unilever met de 975 miljoen gulden uit het Unilever-pensioenfonds.

Dezer dagen staan bij het pensioenfonds van de KLM werkgever en actieve werknemers tegenover de gepensioneerden. Er dreigt een nieuwe rechtszaak. De aanleiding is de gewijzigde financiering van het pensioenfonds van het vliegend personeel (met eind 2000 2.271 aangesloten werknemers, 1.993 gepensioneerden en 3,8 miljard euro aan belegd vermogen).

Eerst was het de deelnemersraad, met actieve (8) en gepensioneerde (7) werknemers, die vorig jaar naar de rechter stapte. De raad probeerde afspraken tussen de KLM en de bonden van vliegend personeel over een – eenmalige – premiekorting van 100 miljoen gulden voor de KLM terug te draaien.

Deze afspraak over premiekorting voor de KLM is inmiddels omgezet in een structurele regeling, waarbij werknemers hogere pensioentoezeggingen en een loonsverhoging van rond 10 procent krijgen. Verder staat de KLM garant voor eventuele tekorten bij het fonds. KLM maakte het nieuws van de blijvende premiekorting eind januari bekend, zonder daarbij te melden dat er toen een rechtszaak liep tegen de eenmalige premiekorting.

De gepensioneerden bij KLM voelen zich ernstig tekort gedaan. ,,Het geld van het pensioenfonds is collectief bezit'', zegt F. Brouwer, gepensioneerd vlieger en tot voor kort voorzitter van de deelnemersraad van het pensioenfonds. ,,Maar alleen de KLM en de actieven zullen er nu van profiteren.''

De gepensioneerden vinden dat het bestuur van het KLM-fonds de belangen van alle betrokkenen niet evenwichtig heeft behartigd. In het fondsbestuur zitten geen vertegenwoordigers van gepensioneerden. Gepensioneerden concluderen dat zij niets extra's krijgen, terwijl de vliegers en boordwerktuigkundigen er 8 tot soms 18 procent op vooruit gaan. De kritiek van de gepensioneerden werd gesmoord in het overleg. De gepensioneerden voelden zich systematisch overal buiten gehouden. De deelnemersraad werd ten slotte wel om advies gevraagd. Maar daar dolven de gepensioneerden getalsmatig het onderspit tegen de werknemers. Hun verzoek om de structurele regeling door een externe expert te laten toetsen werd niet gehonoreerd. Eergisteren zette de deelnemersraad de rechtszaak tegen de KLM stop. De gepensioneerde vliegers zamelen nu zelf geld voor een rechtszaak in: tegen het bestuur van hun eigen pensioenfonds.