Openbaar bestuur

De nasleep van de rampen in Volendam en Enschede, en in het bijzonder het rapport-Alders, brengt twee dingen aan het licht betreffende het functioneren van het openbaar bestuur.

Ten eerste. Op golven van `democratisering' en een anti-autoritair geloof in het verantwoordelijkheidsbesef van lokale bestuurders in de jaren zestig en zeventig is het toezicht van Gedeputeerde Staten op de gemeentebesturen grotendeels afgeschaft.

Ten tweede. Velen zijn voorstanders van een benoemde burgemeester omdat vooral op het punt van openbare orde en veiligheid zijn onafhankelijke positie een waarborg zou zijn tegen taakverwaarlozing of onbekwaamheid van plaatselijke besturen.

Burgemeester IJsselmuiden van Volendam, die zich in vorige functies bepaald niet heeft laten kennen als een bestuurlijk lichtgewicht, heeft niet opgekund tegen een gemeenteraad vol onwil of onkunde of beide. Hetzelfde geldt voor burgemeester Mans van Enschede.

Het is tijd om een paar toezichthoudende functies op de gemeentebesturen in ere te herstellen. Want dat het hemd toch altijd weer nader blijkt te zijn dan de rok, of dat men dikwijls gewoon niet voor zijn taak berekend is, zal niemand na Volendam en Enschede nog kunnen ontkennen.