Opbrengst veiling was voldoende

De veiling van de UMTS-frequenties voor mobiele telefonie, was slecht georganiseerd. Maar de opbrengst van 5,9 miljard gulden is daardoor niet te laag uitgevallen.

Dat concluderen onderzoekers van de Erasmus Universiteit in een rapport voor de Tweede Kamer. Na afloop van de veiling, zomer vorig jaar, ontstond kritiek van deskundigen en Kamerleden over de relatief lage opbrengst van de Nederlandse veiling in vergelijking met Engeland (85 miljard gulden) en Duitsland (100 miljard gulden). Het onderzoek is uitgevoerd door het Onderzoekcentrum Financieel Economisch Beleid (OCFEB) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het rapport, waar persbureau ANP de hand op heeft weten te leggen, wordt volgende week openbaar.

Een van de conslusies van het rapport is dat veilen veruit het beste instrument is om schaarse goederen te verdelen. De onderzoekers constateren wel dat er in Nederland te weinig kennis voorhanden is om een complexe veiling als die van UMTS-frequenties uit te voeren. Ze vinden dan ook dat het verantwoordelijke ministerie van Verkeer en Waterstaat tijdens de voorbereidingen meer in het buitenland had kunnen zoeken naar experts, veilingmodellen en opgedane ervaringen.

Na de UMTS-veiling toonden Kamerleden en vooraanstaande economen zich kritisch over het verloop van de veiling. In aanloop naar de veiling vielen verschillende telecombedrijven af waardoor maar zes bieders overbleven voor de vijf beschikbare frequentie-paketten. De opbrengst viel een stuk lager uit dan in Groot-Brittannië en Duitsland, ook gemeten per hoofd van de bevolking. Per hoofd van de bevolking was het in Nederland 373 gulden, in Duitsland 1.356 gulden en in Groot-Brittannië 1.438 gulden. De Rotterdamse onderzoekers schrijven dat de opbrengst niet te laag was. Nederland heeft volgens hen een bedrag binnengehaald dat gezien de omvang van de markt en in verhouding met de opbrengsten in omringende landen mocht worden verwacht.

Ook de rol van de Tweede Kamer is onderzocht. Die was vanaf het begin betrokken bij de voorbereidingen en de opzet van de veiling. Het advies is nu om voortaan een keuze te maken: of actief betrokken zijn bij de voorbereidingen of alleen na afloop controle uitvoeren. Verder zijn in het rapport aanbevelingen opgenomen die het kabinet al wilde invoeren: een ,,noodrem'' voor als de situatie kort voor de veiling drastisch wijzigt en een financieel instrument om een minimale opbrengst te garanderen.