Nalatigheid in Skopje

MACEDONIË BEVINDT zich sinds februari in een spiraal van geweld, waartegen de internationale gemeenschap nog bitter weinig heeft kunnen ondernemen. Aan de ene kant van de frontlijn staat het rebellenleger UÇK, dat sinds februari met terroristische aanslagen op Macedonische leger- en politiepatrouilles de grieven van de Albanese minderheid gewapenderhand onderstreept. Aan de andere kant staat een `regering van nationale eenheid', waarin de minderheid juist is vertegenwoordigd maar amper functioneert. Die regering beantwoordt het geweld van het UÇK juist steeds agressiever, met name onder invloed van premier Ljubco Georgievski.

De premier overschat de eigen militaire kracht en onderschat die van de tegenstander. Tussen de fronten in zitten de duif Boris Trajkovski, president van Macedonië, en de leiders van de politieke partijen van de Albanezen, wier eisen uit wanhoop allengs onrealistischer worden. Onder het toenemende geweld groeit de polarisatie en drijft het land uiteen in kampen die steeds onverzoenlijker tegenover elkaar staan.

De Europese Unie en de NAVO hebben zich vanaf het begin volop met de crisis beziggehouden. Bereikt hebben ze weinig. Daarvoor waren de adviezen te simpel en ondoordacht, de doelstellingen te vaag, de aarzeling en de onzekerheid te groot. Aan de ene kant werden de rebellen aangeduid als `terroristen', `schurken' en `bandieten' met wie niet mocht worden gepraat. Dat gaf de Macedoniërs de prettige indruk dat ze de steun van de EU en de NAVO hadden. Aan de andere kant kregen de Macedoniërs van Europa zo vaak de mantra `Hou op met schieten' te horen, dat ze het gevoel kregen zich in eigen land niet tegen een binnenlandse vijand te mogen verdedigen. Het UÇK op zijn beurt dacht, ondanks de negatieve kwalificaties, een volwaardige politieke partner te kunnen worden. Uiteindelijk trokken de Macedoniërs zich van de adviezen van EU-commissaris Javier Solana niets meer aan en schoten ze elk Albanees dorp in puin waar ze UÇK-rebellen vermoedden. Toen Amerikaanse NAVO-militairen uiteindelijk rebellen uit het dorp Aracinovo vlakbij Skopje wegleidden zonder hun wapens in te nemen, verspeelde het Westen bij de Macedoniërs nog meer geloofwaardigheid en werden in Skopje en elders Amerikaanse vlaggen verbrand en buitenlanders gemolesteerd.

KORTOM, DE EU is haar greep op de gebeurtenissen in Macedonië net zo kwijt als in het verleden het geval was toen Bosnië en Kosovo zich tot volwaardige crises ontwikkelden. Dat de kersverse permanente Unie-gezant in Skopje, François Léotard, op zijn allereerste werkdag al blundert – door Skopje gisteren eerst op te roepen met de rebellen te gaan praten en daar meteen weer op terug te komen – illustreert het gebrek aan inzicht waarmee de crisis in Macedonië wordt benaderd. Het recept dat voorlopig vrede bracht in Zuid-Servië – internationale bemiddeling plus druk op een regering om een fatsoenlijk minderhedenbeleid op te zetten – is nog steeds niet uitgeprobeerd. Die nalatigheid komt Macedonië elke dag duurder te staan.