Made in Holland

Al vele jaren kom ik in een Noord-Frans gezin. Enkele malen per jaar. Een paar dagen. Meer hoeft niet. Dan heb ik iedereen weer gezien en gesproken, de familie-uitbreidingen vastgesteld etc.

Er zijn de discussies aan tafel. Meestal over gebeurtenissen in eigen kring, soms ook daarbuiten. Ik probeer de kwintessens te begrijpen. Lukt niet altijd. Soms kan ik ook een opmerking plaatsen. Maar snel gesproken Frans is vermoeiend. Ik word moe en droom weg, tot ik weer bij de les geroepen word. En dan komen de misverstanden.

Ze ontstaan doordat hun woorden in elkaar overvloeien, er geen duidelijke scheidslijn tussen de klanken te onderscheiden valt. (Dit verschijnsel alleen al is meestal de aanleiding dat ik wegdroom en achterraak.)

Er was die keer dat ik weer tot de orde geroepen werd. Er wordt me gevraagd wat ik dáár nu van denk. Ik, die immers uit Nederland kom? Het gaat over een begrip dat `la partède' heeft. Ik kijk gewichtig en gepuzzeld, maar zou het niet weten.

Kom nou! Ik heb van dat verschijnsel in l'Afrique du Sud toch wel vernomen?

En als ik dan zeg: ooo... Apartheid! Dan heb ik meteen spijt van dat te duidelijk uitgesproken woord. Ik durf niemand aan te kijken, maar ik weet dat ze nu stil en bedremmeld op hun bord zitten te kijken.

Een paar dagen geleden was er weer iets dergelijks.

We zaten heerlijk buiten, in een groene, wilde tuin. Ik was weer een beetje weggedroomd. Word tot de orde geroepen door mijn vriendin: wat ík daar nou van vind — het is immers in Nederland uitgevonden?

Ach... wat dan?

Nou: Bic (uitgesproken als het Frans woord voor balpen) Bronzeur??

Ik herhaal het hardop, precies zoals ik het versta, met die n er in. Ja, ja, knikken ze allemaal. Alhoewel ik het eerste ogenblik een soort gebronsde Hercules voor me zie, komt het inzicht in versnelde vaart op me af: ooo... Big Brother!

En weer is er die schaamte bij mij. Die stilte bij hen.