Jurist worstelt met voorkennis

De voorkenniszaak rond uitzendbedrijf Content werd gisteren afgesloten. Rechtbank, advocaten en justitie worstelen met de voorkenniswet.

Van Henk de Graaff kan veel worden gezegd, maar niet dat het hem ontbeert aan incasseringsvermogen. Na het spijkerharde vonnis in de beursfraudezaak van afgelopen vrijdag, was de fraudeofficier maandag al weer actief. En gisteren verscheen hij, tijdens de laatste zittingsdag in de voorkenniszaak rond uitzendbedrijf Content, strijdbaar in de rechtszaal. Hij verweet de gespecialiseerde voorkennisadvocaat D. Doorenbos, raadsman van voormalig Content-president-commissaris A. Maas, ,,een vorm van zelfoverschatting'' en vroeg de rechtbank Doorenbos' eerder uitgesproken pleidooi ,,uiterst kritisch'' te lezen: ,,Noch dikte noch uitgebreidheid van pleitnota's geven enige garantie over de inhoudelijke kwaliteit'', aldus De Graaff, die de opstelling van zijn opponent typeerde als: ,,Verdraaien en verknippen tot het hem uitkomt en dan stellen dat het zó is als hij stelt.''

Doorenbos hoorde het allemaal glimlachend aan en bouwde met verve verder aan zijn strategie. De boodschap: nergens in de wet kan je lezen dat de handelwijze van de Content-top strafbaar zou zijn. Hij strooide zout in de wonden door fijntjes te wijzen op misslagen van De Graaff (een vermeende fout in de dagvaarding of het aanduiden van de aandeelhoudersvergadering als ,,ledenvergadering''). Daarna stortte hij opnieuw een bombardement aan juridische exegese over de interpretatie van de voorkenniswet over de rechtbank uit. Zo kreeg het proces een aantal typerende indicatoren: een hoog abstractieniveau, getuigen met weinig herinnering, verdachten die naar elkaar wezen. En vooral, zoals Doorenbos het stelde: ,,Een complexe regelgeving'' die, ,,bij gebreke van een heldere toelichting'' ervoor zorgt dat een ondernemingsbestuurder ,,niet helder voor ogen staat waar de grenzen van het toelaatbare nu precies zijn komen te liggen.''

Toch kan dat niet verhullen dat er in de Content-zaak heldere feiten op tafel liggen. Belangrijkste is dat de onderneming eigen aandelen inkocht toen men voorkennis had. Dat gebeurde op een moment dat een overname door het Belgische Creyf's aanstaande was. De inkoop gebeurde ter dekking voor uitgifte van nieuwe personeelsopties. En passant werden ook oude optietranches afgedekt. Bovendien vond het in strijd met de vennootschapsrechtelijke regels plaats: er was toestemming nodig van de raad van commissarissen. Die toestemming ontbrak. Sterker: de commissarissen hadden een week eerder, toen er nog geen sprake was van belangstelling van Creyf's, besloten de opties juist af te dekken door aandelenuitgifte.

Niemand betwist dat er van voorkennis sprake is. De vraag is: mag je onder deze omstandigheden gebruik maken van de uitzonderingsbepalingen die de wet biedt? Had de wetgever de bedoeling dat dit soort acties `gebruikelijk en aanvaardbaar' zijn? Nalezing van de parlementaire beschouwingen rond de totstandkoming van de wet laten zien dat minister Zalm (financiën) vindt dat je risicomijdend gedrag ten toon moet spreiden als er ook maar de schijn is van voorkennis.

Kamerlid H. Voûte (VVD) noemde de zaak in deze krant zelfs ,,een test voor het zelfreinigend vermogen van de vennootschap''. Extra argument daarbij is dat er door de actie belangen van derden werden geschaad. Immers: de aandelen werden gekocht door een rechtspersoon met een informatievoorsprong.

Toen de koers na de overname steeg, hadden de onwetende verkopers hun stukken goedkoop van de hand gedaan. Tot slot kunnen er vraagtekens worden gezet bij de noodzakelijkheid van de inkoop, het criterium dat in de wet staat genoemd. Vast staat dat die er niet was. Het mocht dan uit bedrijfseconomisch oogpunt slimmer zijn om aandelen in te kopen in plaats van uit te geven, noodzakelijk was dat niet. Niet voor niets was door het bevoegde orgaan anders besloten.

Voor de twee Content-directeuren heeft de affaire een wrange bijsmaak. Zij kregen meer opties dan de jaren daarvoor, accepteerden dat op een moment dat er sprake was van voorkennis, maar dachten te kunnen vertrouwen op adviezen van professionele adviseurs. Die leverden broddelwerk af, zo bleek tijdens het proces, maar blijven buiten schot. De vraag is of dat de directie van een eigen verantwoordelijkheid ontslaat. Zelf betoogden ze dat de leiding van de onderneming in handen lag van Maas. Maar de ex-president-commissaris zelf ontkent dat. Hij was slechts ,,woordvoerder en onderhandelaar'' tijdens de overname.

Creyf's, de eigenaar van Content, schikte de zaak eigener beweging met Justitie en stelde gedupeerde aandeelhouders schadeloos. Maar wie was er nou verantwoordelijk? Dankbaar nam de rechtbank Doorenbos' wens voor ,,veel wijsheid'' in ontvangst. Uitspraak 11 juli.