Intifada verwoest toerisme Israël

Hotelkamers staan leeg, musea overwegen hun deuren te sluiten. Door het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen is het toerisme ingestort.

,,De intifada verwoest onze toeristenindustrie en brengt El-Al in grote financiële moeilijkheden.'' Dat zei de gezagvoerder van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El-Al onlangs nadat hij zijn halflege machine na de vlucht van Amsterdam naar Tel Aviv aan de grond had gezet. Voor de loketten van de paspoortcontrole op het David Ben Goerion-vliegveld bleek pas goed dat meer dan negentig procent van de passagiers naar huis terugkerende Israëliërs waren. De rij voor de loketten voor buitenlandse paspoorten was opvallend kort.

Een toerist is deze dagen van geweld tussen Israëliërs en Palestijnen een zeldzame vogel in het Israëlische landschap. Vergeleken met dezelfde periode in 2000 is het per vliegtuig komende aantal toeristen met 66 procent gedaald, aldus het ministerie van Economische Zaken. Hotels in Jeruzalem moeten proberen met een bezettingsgraad van 20 procent het hoofd boven water te houden. De directie van het David-toren museum, in de muren van de oude stad van Jeruzalem, overweegt het museum wegens het wegblijven van bezoekers te sluiten. In plaats van duizenden toeristen en Israëliërs per dag komen er nu dagelijks slechts enkele honderden.

De toeristenindustrie, landbouw en woningbouw hebben het meest te lijden van de intifada. Het gedwongen wegblijven van de door werkgevers zeer geprezen Palestijnse arbeiders heeft ertoe geleid dat sinaasappelen aan de bomen rotten en honderden bouwprojecten stilliggen. Zonnige prognoses over aanhoudende snelle economische groei vóór het uitbreken van de intifada, eind september 2000, worden regelmatig naar beneden bijgesteld. Geen 6 procent groei zoals voorspeld, maar maximaal 2 procent en dan moet het nog meezitten ook.

Bij verdere escalatie van het Israëlisch-Palestijnse conflict is het economische plaatje nog somberder omdat er dan nog meer geld naar defensie gaat. De defensie-uitgaven die met miljarden guldens oplopen hebben onder de regering-Sharon de hoogste prioriteit. Grootse plannen voor de achtergebleven infrastructuur – wegen, metro, spoorwegen – worden of zwaar gekortwiekt of bevroren. Om binnen het op de criteria van de Europese Unie afgestemde begrotingstekort te blijven en de inflatie zo laag mogelijk te houden, rond 1 procent nu, is bezuiniging de enige uitweg.

Ondanks de schade die de intifada de Israëlische economie toebrengt zijn economen van oordeel dat de razendsnelle opkomst van de technologiesector in de afgelopen tien jaar de joodse staat in staat stelt om in economisch opzicht aardig goed te blijven functioneren. De sectoren die het hardst door de intifada zijn getroffen dragen volgens professor Avi Ben-Bassat, de directeur-generaal van het ministerie van Economische Zaken, slechts 10 procent bij aan het bruto nationaal product, zo'n 250 miljard gulden in 2000. In dat jaar nam de export van de hightech-bedrijven van 22,5 miljard gulden 44 procent van de totale export voor haar rekening.

De Israëlische economie heeft niet alleen te maken met de kosten die de bestrijding van de Palestijnse opstand met zich meebrengt, maar ook met de gevolgen van het ineenstorten van de Amerikaanse beurzen. Beide gebeurtenissen drukken zwaar op de buitenlandse investeringen, die in de eerste vijf maanden van dit jaar tot 5,5 miljard gulden slonken. In dezelfde periode vorig jaar stroomde nog ruim 13 miljard gulden naar de Israëlische beurs en bedrijven, vooral naar de tweeduizend hightech start-ups.

Het effect van het gewicht van de Israëlische hightech op de weegschaal van de economie verduistert de sociale gevolgen die de intifada wel in hoge mate heeft op de Israëlische staatshuishouding. De hightech-industrie is in sociaal opzicht een elite-onderneming waarin een beperkt aantal hoog opgeleide mensen niet alleen veel verdient, maar ook veel produceert. Hoewel ook in deze sector duizenden ontslagen zijn gevallen, zijn de sociale gevolgen van de crisis in de toeristenindustrie, landbouw en woningbouw veel pijnlijker. De werkloosheid in Israël is gestegen tot 10 procent, een rampzalig hoog percentage voor een land dat immigranten wil absorberen.

Het zijn vooral de zwakkere klassen in de samenleving, met lage inkomens, die indirect veel van de intifada te lijden hebben. Zo treft de zeer ernstige crisis in de toeristenindustrie tal van toeleveringsbedrijven en zal vanuit die optiek de intifada op langere termijn ook politieke gevolgen in Israël kunnen hebben.