Internationaal Hof berispt VS over executies

De Verenigde Staten hebben twee Duitse ter dood veroordeelden ten onrechte hulp van hun consulaat onthouden, en daarmee internationale verdragsbepalingen geschonden. Dat heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag gisteren bepaald. De twee werden in 1999 geëxecuteerd.

In maart van dat jaar had het Hof de Amerikaanse regering op het laatste moment verzocht de executie van Walter LaGrand in Arizona uit te stellen, nadat Duitsland de zaak aanhangig had gemaakt wegens schending van de Conventie van Wenen. Die bepaalt dat buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigingen op de hoogte moeten worden gebracht van de gevangenneming van landgenoten. Dat was in dit geval niet gebeurd.

De dag na het verzoek werd LaGrand toch vergast. Zijn broer Karl was de maand ervoor al ter dood gebracht met een injectie. Volgens de VS kwam het verzoek tot uitstel van executie voor Walter LaGrand te laat. Bovendien maakte het Amerikaanse federale rechtssysteem het lastig in te grijpen. In zijn uitspraak gisteren verwierp het Hof deze argumenten.

Karl en Walter LaGrand – kinderen van een Duitse moeder en een Amerikaanse stiefvader, maar met een Duits paspoort – waren in 1984 veroordeeld wegens de roofmoord op een 63-jarige bankbediende twee jaar daarvoor. De broers waren toen 19 en 20 jaar oud. Pas in 1992 kreeg het Duitse consulaat lucht van de zaak, niet via de Amerikaanse regering, maar via de broers zelf, die door medegevangenen op hun rechten waren gewezen. De VS zijn al eerder beticht van het negeren van bepalingen van de Conventie van Wenen, die zij in 1969 hebben ondertekend. [Vervolg HOF: pagina 4]

HOF

Vonnis Hof bindend

[Vervolg van pagina 1] Het Hof stelde gisteren dat zijn uitspraken bindend zijn, iets wat door de VS eerder werd betwist. Het Hof beschikt overigens niet over middelen om zijn uitspraken af te dwingen; daartoe dienen landen zich eventueel te richten tot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De Duitse jurist Klaus Kress, verbonden aan de universiteit van Keulen, wees er in een reactie op de uitspraak van het Hof op dat de VS in 1980, toen Amerikanen waren gegijzeld in de ambassade in Teheran en hun regering de hulp van het Internationaal Gerechtshof had ingeroepen, zelf hadden betoogd dat de uitspraken van het Hof bindend zijn.

In Duitsland werd verheugd gereageerd op de uitspraak. Een woordvoerder van de Duitse regering verklaarde dat zij ,,zeer tevreden'' was. Het commentaar van Amerikaanse zijde beperkte zich tot het voornemen de bepalingen van de Weense Conventie voortaan in acht te nemen.

Niet duidelijk is of het vonnis gevolgen heeft voor ter dood veroordeelde buitenlanders die op dit moment in de VS wachten op executie. Onder hen zijn vier Duitsers.