Haat regeert in verdeeld Oost-Congo

De burgeroorlog in Congo keert terug naar de grensstreek met Burundi en Rwanda waar ze ooit begon. Een genocide dreigt.

Zijn pupillen verwijden zich, zijn gezicht verkrampt. Vergeefs probeert de oude man zijn woede in te slikken. ,,Wat zegt u'', roept Mukende Kashindi boos. ,,Dreigt er een genocide tegen Tutsi's in Oost-Congo? Onzin. Tutsi's en Rwandese troepen moorden ons, de autochtone Congolezen, uit.''

Vele oorlogen teisteren de prachtige gebieden rond het Tanganyika- en het Kivumeer. Oorlogen zonder frontlinies: tussen Congolese stammen onderling, tussen rebellen en buitenlandse milities, tussen Congolezen en soldaten uit Oeganda, Rwanda en Burundi. Het spook van de genocide, de ideologie volgens welke de vijand alleen kan worden verslagen door de hele groep uit te moorden, waart in deze regio nog altijd rond.

,,Onze kinderen worden geregeerd door de haat'', vertellen de stamoudsten van de stad Uvira. Sinds de genocide van zeven jaar geleden is de verbeten machtsstrijd tussen Hutu's en Tutsi's van Rwanda en Burundi uitgewaaierd naar Oost-Congo. ,,Vroeger konden wij ouderen de problemen tussen stammen op traditionele wijze onder een grote boom oplossen'', zegt stamoudste Ligogo Sandaguru van de Congolese Bafulira-stam. ,,Maar sinds de komst van Hutu- en Tutsistrijders uit onze buurlanden is het allemaal te ingewikkeld geworden. De boosdoeners zijn de Tutsi's.''

In de simplistische haatcampagnes die door het beboste gebied razen, worden alle Tutsi's op één hoop gegooid. De Congolese Tutsi's, de Banyamulenges, die soms al honderden jaren in Oost-Congo leven én de Tutsi's die de laatste decennia vanuit het overbevolkte Rwanda en Burundi naar de open ruimtes in het buurland zijn getrokken. Voor de autochtone bevolking zijn zij, samen met de Rwandese en Burundese regeringstroepen die overwegend bestaan uit Tutsi's, de vijand, de buitenlandse bezettingsmacht.

De voorvaderen van de Banyamulenges trokken in 1797 onder de heerschappij van de Rwandese Tutsi-koning Yuhi IV Gahindiro naar Uvira waar ze deel uitmaakten van het toenmalige Rwandese rijk. Bij de onafhankelijkheid in 1960 kregen ze de Congolese nationaliteit, maar die werd de circa 400.000 Banyamulenges later weer ontnomen. Sindsdien zijn ze de zondeboek van Congolese politici.

In 1996, toen de prostaatkanker van Mobutu een machtsstrijd veroorzaakte, probeerde de doodzieke president zijn volk te verenigen door het op te nemen tegen de Banyamulenges. ,,Uitwijzing of dood. Aan hen is de keuze'', verkondigden zijn woordvoerders. Dat was voor de toenmalige oppositieleider Laurent Kabila het beginsein om in Uvira zijn spectaculaire lange mars naar Kinshasa te beginnen.

Samen met goed getrainde strijders van de Banyamulenges baande het Rwandese regeringsleger de weg voor Kabila. ,,We zijn gebruikt door Kabila en de Rwandezen'', verzucht Banyamulenge-stamoudste David Munyamahoro vijf jaar later. ,,Wij bevrijdden dit land van Mobutu en kregen stank voor dank.''

Als president keerde Kabila zich al snel af van de Banyamulenge. Hij bewapende hun vijanden: de Rwandese Hutu-milities die verantwoordelijk voor de genocide in Rwanda waren, en Congolese stammilities van de Mai Mai. Daarop liet Rwanda Kabila vallen, en begon in Oost-Congo een tweede opstand tegen het gezag in Kinshasa. Maar dit verzet vond bij de bevolking geen steun. De Oost-Congolezen voelen zich bezet en geven de Congolese Tutsi's daar de schuld van. Want `zij nodigden het Rwandese regeringsleger uit'.

,,Alle stammen en milities keren zich tegen ons. Ze willen ons uitroeien'', waarschuwt de Banyamulenge-stamoudste Philippe Gasambo. Angstig draait hij met zijn ogen. Alle Banyamulenges in Uvira hebben zich in een aparte wijk verschanst en gaan naar een eigen kerk. ,,Ik ben een gevangene in deze stad'', zegt Gasambo. ,,Op driehonderd meter van de hoofdstraat voel ik me niet meer veilig.''

Een stamgenoot komt binnen met het verhaal over een aanval op een Banyamulenge-dorp in de bergen eerder op de dag. Vijf doden, vier gewonden. Zo gaat het dagelijks. Gruwelverhalen van de afgelopen maanden komen boven. ,,Mijn vriend werd buiten Uvira bij een wegversperring uit de bus gehaald en zijn geslachtsdeel werd afgesneden'', zegt de een. ,,Bij mijn broer sneden ze zijn neus af'', vertelt een ander. Tutsi's behoren tot een ander ras dan de Congolese Bantu's: ze zijn niloten en dus makkelijk te herkennen aan hun lange benen, vingers, jukbeenderen en neus.

In de gemanipuleerde volksvisie staan Tutsi's voor plunderingen, verkrachting, uitbuiting. Waarheid of fictie, dat blijkt niet meer belangrijk. De decennialang veronachtzaamde bevolking van Oost-Congo heeft een benaming voor al het kwaad gevonden. ,,Twee jaar geleden moesten we vluchten voor de Banyamulenges'', vertelt Ligogo Rushemeza van de Bufulira-stam op twintig kilometer afstand van Uvira. ,,Hun strijders plunderden mijn dorp. Monsieur, zelfs kleren bezitten we niet meer. Alles is kapotgeslagen. We kunnen niet meer naar huis.''

Hij haalt adem om zijn boze stem lucht te geven en gaat verder: ,,Rwandese regeringssoldaten gebruiken ons dorp als uitvalsbasis tegen Hutu-milities. De Tutsi's zijn onze vijand. Als ze niet terugkeren naar Rwanda, roeien we ze uit.'' Zijn woede maakt geen onderscheid tussen Banyamulenge en Rwandese regeringssoldaat.

Deze blinde haat was tot voor kort karakteristiek voor de Rwandese en Burundese politiek en is nieuw voor de Congolezen. ,,Vroeger konden we goed met elkaar opschieten'', vertellen de oudsten van alle stammen. ,,De Banyamulenges mochten zelfs vroeger mijn koeien hoeden'', zegt een oudste van de Buvira-stam ruimhartig.

Het vlotgetrokken vredesproces in de Democratische Republiek Congo heeft op de oorlogssituatie in het oosten weinig effect. De gevechten en de onveiligheid zijn de afgelopen maanden zelfs toegenomen. En de Rwandese regeringstroepen in Oost-Congo hebben zich versterkt. In het griezelige Uvira bevindt zich geen enkele buitenlandse hulpverlener en geen enkele VN-soldaat. Buiten de door Rwanda gecontroleerde steden is reizen Russische roulette.

In die chaos nemen de extremisten de overhand. Een dreigende genocide geeft de Rwandese regeringstroepen een nieuw voorwendsel om Congo niet te verlaten. Maar daardoor neemt de haat tegen de Tutsi's onder de plaatselijke bevolking verder toe. Zo krijgen de Oost-Congolezen alleen maar meer reden om de Banyamulenges uit te moorden.