Economie VS ontmoet haar Geldschepper

Met een verlaging van 4 procent naar 3,75 procent vervolgt de Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan het beleid van agressieve renteverlagingen in de VS. Intussen klotst het geld rond in de economie, op zoek naar een volgende luchtbel.

Wat zou de Europese Centrale Bank (ECB) doen als zij niet over de euro-economie presideerde, maar over de Amerikaanse? Op haar handen zitten. Want de hoeveelheid geld die op dit moment in de Verenigde Staten rondklotst is fenomenaal.

Anders dan in de VS, speelt de geldhoeveelheid een voorname rol bij het Europese monetaire beleid. De ECB hanteert een `referentiewaarde' voor de groei van de geldhoeveelheid (de zogenoemde M3). Over de middellange termijn mag die geldhoeveelheid in principe niet harder groeien dan het nominale bruto binnenlands product — de reële groei plus de inflatie. Groeit de geldhoeveelheid langdurig harder, dan komt er te veel geld in omloop tegenover de hoeveelheid geproduceerde goederen en diensten. In dat geval ontstaat het risico van inflatie. De referentiewaarde van de ECB voor de geldgroei is op dit moment 4,5 procent. Groeit deze geldhoeveelheid structureel harder dan dat, dan wordt met een hogere rente de geldschepping onaantrekkelijker gemaakt.

Een geldhoeveelheidsbeleid is niet zaligmakend. In de jaren tachtig liet de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board, de geldhoeveelheid vallen als indicator, omdat die te wispelturig was. En ook de ECB hanteert haar M3-beleid met vallen en opstaan.

Dat neemt niet weg dat de geldhoeveelheid een waardevol gereedschap is. Econoom P. van Doesburg van Kempen & Co kwam vorig jaar met de hypothese dat de overvloed van liquiditeiten (geld) waarmee de `Fed' eind 1999 de overgang naar het nieuwe millennium versoepelde, kort daarna terechtkwam in de inflatie van de technologie-aandelen, die in maart en april 2000 astronomische waarden bereikten.

Ook nu signaleert hij een `geldprobleem': de agressieve renteverlagingen van 6,5 procent in januari naar 3,75 procent na de jongste renteverlaging gisteren, hebben de geldhoeveelheid in de Verenigde Staten een nieuwe duw omhoog gegeven. De groei van de Amerikaanse geldhoeveelheid liep dit jaar weer op, en bedroeg in mei een kleine 11 procent. Dat is tweemaal de nominale economische groei van dit moment.

De forse geldgroei onderstreept het probleem van de Federal Reserve: misschien werkt het rentewapen onder de huidige omstandigheden in de VS wel niet zo goed. Een lagere rente maakt investeringen goedkoper, maar het probleem is nu juist dat er veel te veel geïnvesteerd is, en dat de overcapaciteit nu moet worden afgebouwd. Een lagere rente is een fundament onder de beurskoersen, maar de stroom van onheilstijdingen en winstwaarschuwingen zorgt ervoor dat die koersen, na een flinke daling begin dit jaar, met moeite op peil blijven.

Het verlagen van de rente komt onder zulke omstandigheden al snel neer op, om met de econoom Keynes te spreken, het `duwen tegen een draadje'. De enige partij waar de rente direct op aangrijpt is de Amerikaanse consument, op wie voor het herstel van de huidige economische dip wordt gerekend. Dinsdag werd bekend dat het consumentenvertrouwen in de VS licht is gestegen, maar de consument zelf is een riskante factor.

De vrije spaarquote is nog steeds negatief, en de schuldpositie van gezinnen is de hoogste in de geschiedenis. Alleen gecorrigeerd voor de waarde van de bezittingen van gezinnen – hun activa, voornamelijk in de vorm van huizen en aandelen – is het beeld wat minder riskant.

Om de groei van de consumentenbestedingen op peil te houden, is het dus zaak om de waarde van die activa eveneens op peil te houden of zelfs te laten stijgen. Met aandelen gaat dat moeizaam, maar op de Amerikaanse woningmarkt stijgen de prijzen nog steeds – gedragen door lagere financieringskosten die het gevolg zijn van de verlaagde rentetarieven.

Dat zou tegelijkertijd verklaren waar de geldvloed van dit moment zich begint op te hopen: nog niet in de prijzen van goederen en diensten – de gewone inflatie – maar in de prijsstijgingen op de woningmarkt. Voor een werkelijke diagnose is het nog te vroeg, maar het kan zijn dat de Amerikaanse centrale bankier de gevolgen van de luchtbel op de aandelenmarkt bestrijdt met het creëren van een andere luchtbel op de onroerendgoedmarkt. Alles om de economie aan de gang te houden. Terwijl de werkelijkheid misschien wel is dat de VS simpelweg een milde recessie nodig zullen hebben om de excessen van de tweede helft van de jaren negentig weg te wassen.