De provoloze jaren zestig

Groot en ledig was Nederland in 1965 en in de mensen was welbehagen. Hier werd het laatste huis van elektrisch licht voorzien, daar werd een vrachtschip te water gelaten en altijd was de cameraploeg van Van Gewest tot Gewest aanwezig om dat te registreren. In het eerste deel van een zomerserie van de Nederlandse Programma Stichting (NPS), zien we de vleesgeworden jaren zestig: autoritaire gezagsdragers en volgzame burgers.

Al 35 jaar reist Van Gewest tot Gewest door de regio, de geschiedenis van perifeer Nederland op beeldband vastleggend. Tien weken lang zal in een zomerserie per uitzending één jaar centraal staan uit de geschiedenis van dit programma, om te beginnen 1965.

In 1965 beleed men zo te zien massaal zijn geloof in de Vooruitgang. Een boer vertelt hoe blij hij is met het elektrische licht waaronder hij zijn barende dieren kan bijstaan. Hij sluit niet uit dat hij ooit ook een televisie zal aanschaffen.

Hoop gloort ook voor afgelegen gebieden in Twente en Drenthe. Hoogwaardigheidsbekleders dobberen in een bootje over een pas geopend verbindingskanaal en een hotemetoot houdt een praatje over de plannen om Twente in de vaart der volkeren op te stuwen. `Luister naar de overheid' is de boodschap, en alles sal reg kom.

Het bij deze serie uitgekomen persbericht van de NPS omschrijft 1965 als: `Het jaar dat in Amsterdam de provobeweging van de grond komt en er bij het Lieverdje `happenings' worden gehouden'.'' Helaas, wie verwacht dat er in het jaaroverzicht van 1965 een itempje over Provo zit, komt bedrogen uit.

Het Nederland dat wij zien, was niet alleen leeg tot aan de einder, maar ook benauwend. Het adagium in opvoeding en onderwijs in de jaren zestig was `kop dicht' en doen wat je gezegd wordt. Op de middelbare school waren stropdas en colbert verplicht en de leerling die een Beatle-kapsel had, werd naar de kapper gestuurd. Je moest je plaats weten en naar de autoriteiten luisteren, op de gebaande paden blijven en wee je gebeente wanneer je je voeten op een trein- of tramstoeltje legde. Niet alles was slecht in 1965, maar niets werd ter discussie gesteld. Tot Provo kwam. Opeens werd vanaf het Amsterdamse Lieverdje de heilige drieëenheid van God, Nederland en Oranje aangevallen.

Het slaafs consumerende klootjesvolk werd belachelijk gemaakt, tekenaars lieten leden van het koningshuis bedenkelijke seksuele posities innemen en ook de Kerk moest het ontgelden. In reactie daarop ging een golf van haat tegen `langharig werkschuw tuig' door Nederland. Niets daarvan echter in Van Gewest tot Gewest. We zien een Nederland zonder enige verwijzing naar Provo.

Wie nu naar de oude uitzendingen van Van Gewest tot Gewest kijkt, en toen in Provo een bevrijding zag, zal zijn gelijk aan zich voorbij zien trekken. Overheidsfunctionarissen die gewend zijn dat er naar ze wordt geluisterd, gezagsdragers overtuigd van hun gelijk. Ronduit beklemmend is een item over een opvangtehuis voor meisjes. Wee de kinderen die toen in handen vielen van psychologen.

Je ziet ook de onschuld van het geloof in Vooruitgang. Een boer die moet moderniseren, wordt de legbatterij voor kippen voorgehouden als summum van rationele bedrijfsvoering. Op het erf van zijn ouderwetse boerderij lopen de kippen nog vrij rond.

Van gewest tot gewest, NPS, Ned.3, 19.00-19.32u.