De andere Duitse jager

Hij had opdracht om de ondergang van het Duitse slagschip Tirpitz te voorkomen. Met een paar kameraden vloog hij de Engelse bommenwerpers tegemoet die het hulpeloze schip, gevangen in een Noors fjord, de genadeslag kwamen geven. Hij heeft ze nooit gezien, laat staan neergeschoten. Zijn escadrille miste de bommenwerpers door een navigatiefout. De Tirpitz ging ten onder. Nam twaalfhonderd man mee in de diepte.

,,Een trauma'', vertelt Heinz Orlowski bijna zestig jaar later, op een bijeenkomst van voormalige Duitse jachtvliegers in Oberauhof bij Wiesbaden. ,,Dat voel ik zo. Die twaalfhonderd doden heb ik op mijn geweten. Waaronder vele van uw landgenoten. Maar ik heb me gerevancheerd! Later schoot ik twee Engelse bommenwerpers neer. Die hebben hun lading niet kunnen afwerpen op weerloze Duitse burgers.''

Hij schiet weer vol, Heinz, zoals wel vaker in dit door heftige herinneringen overwoekerde weekend. Hij dept zich de oogleden met een keurig gevouwen witte zakdoek: ,,Maar ik heb vrede gesloten met iedereen. De captain van een van de neergeschoten bommenwerpers heeft het overleefd. Ik correspondeer al jaren met hem.''

Heinz heeft meer meegemaakt in nauwelijks twee van zijn jonge jaren dan menigeen in een compleet mensenleven. Maar niet voldoende voor enige internationale roem. Toch lijkt die hem op een heel wonderlijke wijze nog ten deel te gaan vallen. Dat dankt hij aan zijn vliegtuig, dat op een rotshelling in Noorwegen is achtergebleven, terwijl vrijwel alle andere Duitse vliegtuigen na de oorlog in de smeltovens van het Wirtschaftswunder zijn verdwenen. Zijn vliegtuig was van een door vriend en vijand bewonderde schoonheid. Ontworpen in woede, en met een naam als een vloek: de Focke Wulf FW 190 `Würger' of `Zerstörer'.

,,We konden er iedereen mee aan!'' vertelt Heinz. ,,Amerikaanse Mustangs vlogen we er compleet uit. Hurricanes en Beaufighters ook. Yaks, Sturmoviks, alles wat de Russen op ons afstuurden geen partij.''

Hij wijst op een strijdmakker, even verderop in deze zonnige Hessische biertuin: ,,Gerhard daar heeft tweehonderd overwinningen op zijn naam, allemaal met de Focke Wulf! Alleen de latere versies van de Spitfire, daar hadden we moeite mee, das war Klasse.''

In de vergelijking met de eigen Messerschmitt? ,,Het betere is altijd de vijand van het goede'', zegt Heinz, trots glimlachend om zijn diplomatieke antwoord er luisteren kameraden mee die met de Messerschmitt vlogen. En na een halve eeuw blijkt de vlam van de rivaliteit nog niet gedoofd.

Enkele weken na zijn Tirpitz-missie werd Heinz aangeschoten door Engelse vliegtuigen. ,,Mijn eigen fout'', bekent hij, alsof hij zijn toestel de hand boven het hoofd wil blijven houden. ,,Ik had een Engelsman neergeschoten en maakte de vergissing om hem na te kijken, terwijl hij neerstortte. Een beginnersfout. Natuurlijk namen zijn kameraden me toen te pakken.''

Heinz bevrijdde zich uit het vliegtuig, en plofte met nauwelijks geopende parachute in de metershoge sneeuw. Zijn seinpistool ging bij de sprong af en brandde een gat in zijn been, dat hem nu nog plaagt. Het vliegtuig werd kilometers verderop zacht opgevangen door de dikke sneeuwlaag. De reden waarom het vrijwel volledig intact bleef.

Mark Timken, een Amerikaanse cardioloog, kocht het opmerkelijk ongeschonden wrak twee jaar geleden en huurde een Duitse mecanicien in om het weer vliegwaardig te maken. ,,Een Duitser had ik wel nodig'', vertelt Timken over de telefoon. ,,Want Amerikaanse monteurs kunnen niet overweg met de Duitse handboeken. Bovendien moet de monteur aldoor in overleg met allerlei lieden in Duitsland die nog onderdelen hebben. Alles bij mekaar een dure grap, zo'n restauratie. Een karwei dat mijn persoonlijke financiële mogelijkheden ver te boven gaat. Maar ik heb een flinke lening gekregen van een consortium van geldschieters in mijn woonplaats. Dat ging vrij makkelijk, want als het toestel straks klaar is, is het een vermogen waard. Alleen een paar joodse zakenlieden hadden wel wat moeite met die swastika's. Maar ik heb gezegd dat we de herinnering aan de oorlog levend moeten houden. Voor de jeugd. Net als Schindlers List en zo. Toen waren ze overtuigd. Dat de piloot nog in leven bleek te zijn was trouwens ook voor mij een complete verrassing.''

Orlowski is blij, maar wel wat verlegen met de belangstelling die hem plotseling ten deel valt. Een nieuwsgierige meute, variërend van neo-nazi's tot universitair geschoolde historici staat op zijn stoep. ,,Ik kan veel vragen beantwoorden'', zegt hij, ,,behalve over die kleuren! Die kerels vragen aldoor naar die verdammte Farben. Ze weten meer van die toestellen dan wij zelf, maar de camouflagekleuren en de insignes die op de vliegtuigen geschilderd waren, daar kunnen ze niks van maken. Die zijn vaak onherkenbaar op al die oude zwartwitfoto's. Maar ik kan ze niet helpen. Ik stapte er dan wel dagelijks in, maar bekeek het toestel nooit. Ik had wel wat anders te doen. Ik kon na elke frontvlucht een half uur lang geen sigaret vasthouden, zo trilden mijn handen. En dan komt zo'n Amerikaan vragen of een bepaald vlaggetje op het toestel nou blauw of rood was. Mein Gott! Ik weet het niet. En dan al die foto's! De helft van mijn strijdmakkers herken ik niet meer. De meesten leefden trouwens niet eens lang genoeg om ze te léren kennen.''

Gaat hij kijken straks, als het toestel klaar is? ,,Ik vind het prachtig, wat er allemaal gebeurt. Ook waarom die Timken dat alles doet, daar helemaal in Amerika. We moeten herdenken, en niet vergeten. We moeten één wereld bouwen. Maar gaan kijken? Waarschijnlijk niet. Ik wil niet meer in zo'n jumbojet zitten, helemaal de oceaan over. Ik wil niet meer vliegen. Vroeger wel. Maar nu niet meer. Vliegen, nein. Dat doet mijn Focke Wulf maar voor me.''

Zijn strijdmakker Sarodnick heeft het hele verhaal gevolgd. ,,Vliegen, dat doen we niet meer. Dat hebben we genoeg gedaan. Tot de dood! Ik heb een aangeschoten kameraad recht omhoog zien gaan. Hoger en hoger, tot hij explodeerde.'' Zijn vertroebelde oude ogen zoeken, wijd opengesperd, de voorjaarshemel af naar het beeld uit zijn herinnering. ,,Niet eens een noodlanding geprobeerd. Nee, hij ging zó het walhalla in!''

,,De hemel of de hel?'' vraag ik.

,,Het walhalla!'', zegt Sarodnick fel en priemt me met de vinger in het gezicht. ,,Das waren doch Germanen! Wie du!''