Akzo geeft in VS prijsafspraken toe

Chemieconcern Akzo Nobel is bereid schuld te bekennen en een boete van 12 miljoen dollar (31 miljoen gulden) te betalen in een Amerikaanse kartelzaak. Dat heeft het Arnhemse bedrijf gisteravond bekendgemaakt.

Akzo Nobel geeft hiermee toe dat een van zijn werknemers tussen september 1995 en augustus 1999 prijsafspraken heeft gemaakt bij de verkoop van monochloorazijnzuur, een stof die wordt verwerkt in onder meer landbouwgif, medicijnen en boorvloeistof. Prijsafspraken zijn verboden, want ze verstoren de markt.

De verantwoordelijke voor de prijsafspraken, de Zweedse manager Anders Broström, hangt een boete van 20.000 dollar en een gevangenisstraf van 90 dagen boven het hoofd. ,,Hij is er zelf mee naar buiten gekomen, en kan dus rekenen op een zachte behandeling'', zegt de woordvoerder van Akzo Nobel. Of de manager daadwerkelijk de gevangenis in moet, en Akzo echt de boete gaat betalen, hangt af van de rechter die een uitspraak moet doen in deze zaak. Wanneer dat zal gebeuren, is niet bekend.

Bestuursvoorzitter Cees van Lede sprak in het gisteravond verzonden persbericht over een ,,minder gelukkige episode'' uit het verleden van het bedrijf.

Begin dit jaar maakte Van Lede nog bekend dat het bedrijf 150 miljoen euro heeft gereserveerd voor eventuele boetes als gevolg van kartelvorming, waar de autoriteiten in de VS, Canada en de Europese Unie het concern van beschuldigen. Onlangs werd Akzo Nobel nog aangeklaagd wegens prijsafspraken bij de verkoop van autolakken.

Het chemieconcern heeft zijn beleid omtrent de naleving van regels inmiddels verscherpt. Overtredingen zullen voortaan zwaarder worden bestraft en kunnen leiden tot ontslag.