Wessels maakt knieval voor Agassi en tradities

Gevangen in een cocon van schuchterheid verzoende tennisser Peter Wessels zich gisteren snel met de gedachte dat zijn debuut op het centre court slechts een voetnoot zal zijn in de rijke geschiedenis van Wimbledon. Als de mascotte bij een voetbalwedstrijd liet de 23-jarige Elburger zich door zijn gelouterde tegenstander Andre Agassi voor én na hun partij meevoeren naar de Royal Box om een buiging te maken voor leden van de Britse adel, van wie hij nog nooit had gehoord. Voor Agassi toonde Wessels in drie sets (7-6, 6-4 en 6-4) al net zoveel respect als voor de tradities op Wimbledon.

Leg het imponerende curriculum vitae van Agassi naast dat van de Nederlander en de partij had niet eens gespeeld hoeven worden. In zijn 200ste duel op een grandslamtoernooi behaalde de Amerikaan zijn 163ste overwinning en dat brengt hem op gelijke hoogte met Boris Becker. Beleefd als altijd na een eenvoudige zege vertelde de 31-jarige Agassi dat Wessels hem in veel opzichten aan Krajicek deed denken. Tot de tiebreak van de eerste set serveerde het product van de Krajicek Foundation inderdaad als zijn vroegere mecenas. Maar niet voor de eerste keer in zijn carrière leek Wessels op de baan te bevriezen toen er moest worden afgerekend.

Een ongelukkige correctie van de lijnrechter bij het eerste punt voor Agassi bracht Wessels zo van zijn stuk dat hij de tiebreak prompt verknoeide: 7-1. Gretig profiteerde Agassi van de mentale inzinking bij de Nederlander door hem meteen de eerste servicegame van de tweede set afhandig te maken. Vanaf dat moment was van een tweestrijd geen sprake meer. Ook in de derde reeks forceerde Agassi een snelle break, waarna hij gas terugnam. Vergeefs had Agassi getracht de timide Wessels al tijdens het inslaan geestelijk te slopen door de ballen snoeihard over het net te sturen.

Wessels slikte even en besefte meteen dat zijn verrassende overwinningen op Safin in Queen's en Rafter in Rosmalen geen waarde hadden op Wimbledon. ,,Agassi maakte me meteen duidelijk met wie ik te maken kreeg'', vertelde hij. ,,Ik schrok wel even, maar Agassi behoort nu eenmaal tot een andere categorie dan Safin en Rafter. Hij zette me in elke servicegame onder een moordende druk met zijn returns. Ik vond Agassi messcherp, terwijl hij niet meer deed dan noodzakelijk was. Verder was Agassi wel aardig voor me. Ik had geen flauw idee hoe en waar ik moest buigen voor de Royal Box. Andre zei tegen me: `doe maar hetzelfde als ik, dan komt het wel goed'. Hoewel ik baal van die tiebreak heb ik toch genoten. Ik heb immers op de mooiste baan ter wereld gespeeld.''

Wellicht had Wessels de onbevangenheid moeten tonen van zijn vriend en dubbelpartner Raemon Sluiter, die vertelde dat hij geen affiniteit heeft met de magie van Wimbledon. ,,Ik ben nu eenmaal een kind van een andere generatie'', zei Sluiter. ,,Ik houd van het flitsende, moderne karakter van een stad als New York. Ze zeggen ook dat Amsterdam met zijn oude gebouwen een bepaalde historie uitademt. Pleurt op! Als Rotterdammer houd ik niet van al die poespas. Voor mij hoeft die speciale etiquette op Wimbledon niet. Als wij hier in witte kleding moeten spelen, waarom organiseren we dan geen toernooi, waar je een roze of een paarse outfit moet dragen?''

Voor klassiek geschoolde tennissers als Wessels en Jan Siemerink is een dergelijk dédain voor Wimbledon vloeken in de kerk. Met pijn in het hart concludeerde de 31-jarige Siemerink dat zijn tiende en wellicht laatste bezoek op een deceptie was uitgelopen. In drie sets (7-6, 6-4 en 6-4) werd de linkshandige service- en volleyspecialist geruisloos afgevoerd door de 20-jarige Deen Kristian Pless, die met een wildcard was toegelaten op Wimbledon.

Als mentor van de Nederlandse jeugd adviseerde Siemerink de introverte Wessels om het centre court eerst rustig te gaan bekijken voor hij daar tegen Agassi moest spelen. ,,Zo kon Peter zich vast een voorstelling maken van de unieke ambiance op die baan'', zei Siemerink. ,,Die is namelijk nergens mee te vergelijken. Zie je, ik krijg al kippenvel als ik praat over het centre court van Wimbledon. Ik vind dat Wessels zich knap heeft aangepast, want ik was bang dat al die nieuwe indrukken te veel voor hem zouden zijn. Deze ervaring nemen ze Wessels niet meer af, want Sluiter weet niet waar hij het over heeft. Typisch een Rotterdammer, ik spreek hem nog wel als ook hij een keer op het centre court mag spelen.''

Dat betekent niet dat de spelers zich ook met liefde conformeren aan de soms absurde richtlijnen op Wimbledon. Siemerink spottend: ,,Hoewel de faciliteiten voor de tennissers sterk zijn verbeterd, worden we soms als kleine jongens behandeld. Wanneer ik word opgehaald van mijn hotel krijg ik een briefje mee voor de taxi terug. Als ik dat papiertje kwijtraak, kan ik straks achteraan in de rij gaan staan. Die regel slaat nergens op. Maar door mijn kwartfinale in 1998 ben ik wel lid van de Last Eight Club. Daardoor krijg ik nu een badge, zodat ik het toernooi kan blijven volgen. Daar ben ik wel blij mee, want er is niets mooiers dan te dagdromen op het centre court van Wimbledon.''