Wereldbaan!

Shifting down, heet het in Amerika. Inmiddels overgewaaid naar Nederland. Jonge professionals die een mooie, goedbetaalde baan in het bedrijfsleven opgeven voor een idealistische organisatie. ,,Ik kon geen voldoening halen uit de stijgende lijn in een winstgrafiek.''

Haar collega's hadden haar onbegrijpend aangekeken toen Bernadette Adema in oktober aankondigde dat ze bij Amnesty International ging werken. Ze zou twintig procent minder gaan verdienen en ze moest haar lease-auto en gratis benzinepasje inleveren. Ze zat goed bij uitgeverij Wegener. In drie jaar tijd was ze opgeklommen van werver van kleine adverteerders tot eindverantwoordelijke voor een aantal grote bedrijven dat in de grafische vakbladen adverteert. Toekomstperspectief bood het grote Wegener haar ook.

Maar na drie jaar – ze is nu 28 – was het werk haar gaan vervelen. Ze stelde vast dat haar hart niet bij het bedrijf lag. ,,Ik wilde iets doen wat er toe doet, iets wat er toe doet in het leven van anderen.'' Ze is geen wereldverbeteraar, zegt ze, voert niet het hoogste woord bij morele discussies. ,,En toch wil ik werken voor een organisatie waar ik helemaal achter sta.''

In Amerika is er al een term voor bedacht: `shifting down'. Professionals en werknemers die een goede baan opgeven voor werk in de zorg, het onderwijs, een liefdadigheidsinstelling of een minder prestigieuze functie in het bedrijfsleven. De één doet het omdat hij niet meer tegen de stress kan die bij commerciële functies vaak hoort, de ander omdat hij zich niet eindeloos wil inspannen voor een beter salaris, meer aanzien en nog meer bedrijfswinst, maar zich liever inzet voor `de samenleving'.

Cijfers zijn er in Nederland niet. Maar een rondgang langs liefdadigheidsinstellingen leert dat ze allemaal `shifters down' in de gelederen hebben. Veelal jonge professionals van in de dertig.

Neem Tjeerd Veninga (30). In zijn vorige baan was hij manager van de Nederlandse vestiging van het Franse multimediaconcern UbiSoft (maker van computerspellen). Sinds anderhalf jaar werkt hij als hoofd fondsenwerving bij Foster Parents Plan. Hij verdient per maand twintig procent minder en zijn leaseauto moest hij inleveren. Van een Mazda 626 naar een tweedehands Daewoo.

Veninga was het na zes jaar in het bedrijfsleven zat om te werken voor de ,,portemonnee van de aandeelhouder''. ,,De enigen die er beter van worden als jij je werk goed doet, zijn je baas en de aandeelhouders van het bedrijf. Mensen die een grote auto hebben en graag nog een grotere willen. Je moet je voldoening halen uit de stijgende lijn in een winstgrafiek'', zegt Veninga.

Een vakantie in Indonesië bracht hem tot de beslissing iets anders met zijn leven te doen. Hij zag daar hoe een zesjarig jongetje in een kroepoekfabriek acht uur per dag met een stang tegen zijn rug rondjes liep, om een machine draaiende te houden. ,,Dan dringt het tot je door, hoe clichématig het ook klinkt, dat er meer is in het leven dan alleen geld.'' Hij reageerde op een personeelsadvertentie van Foster Parents Plan.

De salariëring van werknemers in de charitatieve sector is enigszins problematisch. De lonen worden betaald uit de donaties van particulieren, bedrijven en de overheid. Hoge salarissen zijn taboe, omdat zoveel mogelijk geld direct ten goede moet komen aan het gestelde doel: arme straatkinderen, het milieu, de zieken. Geldschieters accepteren het niet als te veel van hun geld `aan de strijkstok' blijft hangen.

Te weinig betalen kan ook niet, zegt een woordvoerder van de Leprastichting. De stichting kan haar werk niet doen zonder gekwalificeerde artsen. Veel organisaties zijn van professionals afhankelijk. De Leprastichting meent dat ze `goede mensen' alleen trekt met relatief hoge salarissen. ,,Onder idealisten die voor bijna niets willen werken, vind je niet de geschikte mensen voor de baan bij ons'', zegt de woordvoerder.

Luc Pinxten (52) werkt voor de Leprastichting in Makassar, Indonesië. Hij is onderwijsadviseur en begeleidt ter plaatse de leerprogramma's voor lokale artsen. Pinxten verdient netto zo'n dertig procent minder dan in zijn vorige baan. Toen, tweeëneenhalf jaar geleden, was hij docent klinische genetica aan de Universiteit van Maastricht en verdiende hij zo'n negenduizend gulden bruto per maand.

De relatief hoge lonen bij de Leprastichting waren voor Pinxten een argument om voor die stichting te kiezen en bijvoorbeeld niet voor Artsen zonder Grenzen. ,,Ik heb geen moeite met een teruggang in salaris – ik hoef niet vier keer per jaar met vakantie – maar ik heb wel een gezin te onderhouden. Bij Artsen zonder Grenzen krijgen werknemers maar een zakcentje. Dat was voor mij geen optie'', aldus Pinxten.

Artsen zonder Grenzen maakt vaak gebruik van de diensten van jonge, pas afgestudeerde academici die, voor een jaar werkervaring in het buitenland, een laag salaris voor lief nemen. Volgens Pinxten is het voor de continuïteit en professionaliteit van een organisatie beter werknemers een acceptabel salaris te bieden.

Telkens opnieuw blijkt uit arbeidsmarktonderzoek dat jonge professionals `persoonlijke ontplooiing' en een `prettige werksfeer' belangrijker vinden dan salaris en carrière. Is shifting down dan typerend voor de tijdsgeest? Dat is lastig te zeggen, zegt de Amsterdamse hoogleraar sociale psychologie, Agneta Fischer, omdat nooit is onderzocht of steeds meer mensen het doen en evenmin waarom ze het doen. ,,Maar ik kan wel één verklaring bedenken. Dertigers zijn opgegroeid in een bloeiende economie. Dat ze een goed betaalde baan vinden, is zo vanzelfsprekend dat het eigenlijk geen uitdaging is. Ze hebben er niet echt voor hoeven te vechten, net zomin als ze hoeven te vechten voor materiële welvaart. Ik kan me dan voorstellen dat het voortdurend streven naar meer winst en efficiënte productie je gaat tegenstaan. Elke ontwikkeling geeft ruimte voor zo'n tegenstroming.''

De behoefte aan morele voldoening is groot, zo blijkt. Nicole Reijnen (32) voelt dat sterk. Sinds januari 1999 werkt ze als productmanager bij het Rode Kruis. Na de aardbeving in Turkije, bijna twee jaar geleden, zag ze ,,Rode Kruis-jasjes door de journaalbeelden lopen''. ,,Ik denk dan bij die televisiebeelden: het is goed waar ik mee bezig ben. In het bedrijfsleven had ik dat niet.''

Toch knaagt soms de twijfel. Ook Reijnen heeft financieel een stap terug gedaan. Ze werkte twee jaar als trainee bij de bank ING en twee jaar als marketingadviseur bij het accountantskantoor EshuisBlömer. Haar overstap naar het Rode Kruis kostte haar haar lease-auto, haar dertiende maand en haar winstdeling plus bonus. Met enige twijfel kijkt ze soms naar de mooie auto's van haar vriendinnen. Ze beseft vaak dat ze met haar rechtenstudie op zak goed kan verdienen. ,,Ik denk wel eens: wat ben ik een softie. Of: heb ik wel de goede keuze gemaakt? Maar als ik dan bijvoorbeeld het mobiele Rode Kruis-restaurant voor zwervers door de straten van Amsterdam zie rijden, weet ik weer waar ik het voor doe'', aldus Reijnen.

Reijnen geeft toe dat ze de teruggang in salaris niet had geaccepteerd als ze haar taken bij het Rode Kruis oninteressant had gevonden. Vooral de diversiteit van haar functie motiveert haar. ,,De ene keer zorg ik voor de fondsenwerving voor Kosovo, de andere keer begeleid ik een tv-programma over vrijwilligers bij het Rode Kruis. In het bedrijfsleven ben je vaak dat kleine radertje in een grote, geoliede maatschappij.''

Als je salaris inlevert, moet het nieuwe werk wel leuk zijn, vinden alle betrokkenen. ,,Wat ik ervoor terugkrijg, is een wereldbaan'', zegt Pinxten over zijn werk in Indonesië. ,,Dat is niet in geld uit te drukken.'' Ook Veninga zegt dat hij de aard van zijn functie bij Foster Parents een belangrijke reden vindt om de teruggang in salaris voor lief te nemen. ,,Alles wat ik tijdens mijn studie bedrijfskundige economie geleerd heb, komt erin terug.'' De status vindt hij ook niet onbelangrijk. ,,Ik heb een brede functie bij de grootste fondsenwerver van Nederland. Ik ben verantwoordelijk voor 160 miljoen gulden aan inkomsten van particulieren.''

Ook Bernadette Adema van Amnesty International zou niet alles opofferen voor het ideaal. ,,Als het werk bij Amnesty me niet had gelegen, had ik het niet gedaan.'' Ze is accountmanager voor de Postcodeloterij en coördineert internationale Amnesty-projecten. ,,Ik moet dus overleggen met partners in het buitenland en mag een paar keer per jaar reizen. Ik leer veel over ondemocratische landen waar ik nooit ben geweest. Ik ben echt bezig mijn blikveld te verruimen.''