Vriendenteam in oorlogstijd

In de omroepgids staat dat de inmiddels in historische films gespecialiseerde Steven Spielberg weinig waardering kan opbrengen voor The dirty dozen van Robert Aldrich. Die film, uit 1967, zou een volstrekt geromantiseerd beeld geven van de Tweede Wereldoorlog. En Spielberg heeft dat beeld met zijn Saving private Ryan (1998) geprobeerd recht te zetten.

Heeft Spielberg een punt? Zo op het eerste gezicht zijn er juist veel overeenkomsten tussen zijn film en die van Aldrich. De veelgeprezen opening van Saving private Ryan – het bloedbad op een van de Normandische stranden aan het begin van D-Day – is bepaald niet romantisch. Maar is het begin van The dirty dozen dat wel? De executie van een soldaat door ophanging, van begin tot eind gefilmd, inclusief diens gesmoorde excuus: ,,Ik bedoelde het niet zo, het spijt me.''

De plot van Saving private Ryan volgt die van The dirty dozen: groepje gewone soldaten staat voor hopeloze missie, eerst zijn ze onwillig, door het psychologisch inzicht van hun leider worden ze aaneengesmeed en stervensbereid gemaakt. En sterven doen ze, bijna allemaal.

Maar het grote misverstand van Spielberg bestaat erin dat hij The dirty dozen als een oorlogsfilm beschouwt, zoals hij zelf met Saving private Ryan wilde maken. Als een film die een poging zou doen om het wezen van de oorlog weer te geven. Spielberg wil laten zien dat de afschuwelijkste oorlog ook het beste in mensen naar boven kon brengen. De opofferingsgezindheid van de soldaten die op zoek gaan naar die ene soldaat Ryan en tijdens die missie bijna allemaal sneuvelen, mag rationeel gezien oerstom zijn, in filosofische zin is die rekensom ongepast: want hadden we al niet uit Spielbergs Schindler's list begrepen dat wie één mens redt, de mensheid redt?

Dat soort fijngevoeligheden is aan The dirty dozen niet besteed. Dit dozijn soldaten gaat om te beginnen al niet op pad als mensenredders, maar als beulen. Hun missie: per parachute neerstrijken bij een kasteel en daarin zoveel mogelijk Duitsers doden (ja, dat is inderdaad een geromantiseerde opvatting over hoe je een oorlog wint).

In wezen zijn de twaalf jongens zo kwaad nog niet. Het is dat het buiten oorlog is, anders zou je ze voor een vrolijk tafelgezelschap houden (vooral de maniakaal lachende Telly `Kojak' Savalas brengt de stemming erin). Ze moeten doden omdat ze in een oorlogsfilm zitten, maar geef ze een honkbalknuppel en een handschoen en je had Remember the Titans gehad.

Het is de teambuilding waar het Aldrich om gaat en waar hij een degelijk overzicht van geeft. Een van de moeilijkste gevallen in dat verband is de enige zwarte (Jim Brown) in het dozijn. Hij laat zich niet overhalen door het argument dat de moffen de echte vijanden zijn. ,,Dat is jouw oorlog'', zegt hij tegen de witte Lee Marvin. ,,Niet de mijne.'' Bedenk goed: dit werd gezegd in een film uit '67, een jaar voordat Muhammed Ali de historische woorden sprak: ,,Ik heb niks tegen de Vietcong. Geen Vietcong heeft mij ooit `nikker' genoemd.''

Blijft het onvermijdelijke tien-kleine-negertjes-einde een teleurstelling: het lijkt nauwelijks iemand te deren dat de één na de ander van hun vriendenteam door de Duitsers wordt afgeknald. Maar goed, misschien wisten ze ook dat er nog drie filmvervolgen en een televisieserie zouden komen.

The Dirty Dozen (Robert Aldrich, `67, VS/GB), SBS6, 20.30-22.30u.