Sterke, herkenbare handschriften

De 57 regisseurs, producenten, scenaristen, cameramensen, art directors, geluidspersonen, editors en makers van nieuwe media die dit jaar afstuderen aan de Nederlandse Film en Televisie Academie plus de ene documentaireregisseur die zijn diploma niet kreeg, omdat zijn ambitieuze project nog geen vertoonbare vorm heeft, vormen een bijzondere lichting. Het is een hechte groep, zeer uiteenlopend van karakter en ambitie, maar niet van niveau. De vijftien eindexamenproducties bevatten geen echte uitschieters naar boven of naar beneden, al bevalt de ene beter dan de andere.

Als deze eindexamenklas representatief is voor wat de Nederlandse filmwereld de komende jaren te wachten staat, dan gaan we een spannend en pluriform tijdperk tegemoet, waarin extreme polen elkaar respecteren en versterken. Nieuw is de prominente rol die de producenten al tijdens de studie spelen. Leidde de Filmacademie tot nu toe vooral productieleiders op, of op z'n best uitvoerend producenten, dit jaar spelen de producenten een meer initiërende rol. Elwin Looije arrangeerde bijvoorbeeld aanvullende externe financiering via een fiscale c.v.-constructie voor Hi5ive, een road movie van William Aerts over een groep aidspatiënten. Aan het wat bleke resultaat van de speelfilm is die inspanning niet af te zien, maar het is wel een weerbarstige, persoonlijke film. Looije hoort net als Iris Otten, Sander Burger en Vanessa Vermolen bij uitstek tot de gelegenheidsgevers, het soort producent dat zich ten dienste stelt van veeleisende regisseurs. Maar ook de producentencinema is in deze lichting vertegenwoordigd: Floor Onrust wilde per se Cherry Duyns' korte verhaal De bovenman verfilmen en zocht een regisseur (Deirdre Boer) bij haar project, na zich te hebben verzekerd van de medewerking van sterren als Monique van de Ven en Gijs Scholten van Aschat. Het circusverhaal ziet er mooi uit, maar mist een stevige structuur, overtuigingskracht en een ziel. Cameraman Diederik van Rooijen werd voor zijn sterke bijdrage beloond door de producent en mocht van haar een eigen film regisseren, op 35mm-scopeformaat. Die film, Chalk, maakt een authentieker indruk, al is het gevangenisverhaal weinig origineel.

Aan de andere kant van het spectrum van deze lichting staan een paar sterke filmauteurs, regisseurs met een herkenbaar handschrift. Geen van allen heeft de kunst al helemaal onder de knie, maar David Lammers en Joke Liberge zijn namen om te onthouden. Vooral Lammers' De laatste dag van Alfred Maassen imponeert door de filmische kracht waarmee alledaagse gebeurtenissen uit het leven van een student dramatisch vorm worden gegeven: licht, kadrering, montage en de kunst van het weglaten verraden een meesterhand in wording. Ook Jana van Liberge is stijlvast, oorspronkelijk en consequent in de schijnbare eenvoud van de vorm en van het meeslepende verhaal over de eerste kennismaking van een klein meisje met de dood, in een omgeving die haar niet begrijpt.

Tim Oliehoek is eveneens een auteur in de dop, maar dan van een heel ander soort films. Helaas vertilt deze aanstaande maker van fantastische genrefilms zich aan de literaire implicaties van Tessa de Loo's novelle Isabelle, waarvan Oliehoek wél de fysieke effectiviteit optimaal benut. Voor het eerst levert de Filmacademie ook een bij uitstek in experimentele, absolute film gespecialiseerde auteur af. Ester Eva Damens RHOmbos laat haar camera rond dansers cirkelen, spelend met scherpte, afstand, ruimte en beweging.

Bekwame fictiefilms van verhalenvertellers zijn De zone van Mandra U. Warbäck en vooral Paradiso, een overtuigend visitekaartje van Janice Pierre als regisseuse van acteurs. Sterk over de hele linie zijn de vijf documentaire eindexamenfilms. Het ordentelijke Kids in Control van Eveline Welschen laat katholieke en protestantse acteurs van een jeugdtheatergroep in Belfast aan het woord, maar mist net de emotionele meerwaarde van drie andere, de werkelijkheid onderhuids betrappende portretten: Obermans aktie van Pieter Jan Wouda over de droom van militaire glorie van de zoon van een Friese verzetsheld; Pas de quatre van Coleta Valkenburg over de fysieke problemen van oudere balletdansers in travestie; en het onthullende Westwood Loves You van Chris Westendorp over een groep baptistische missionarissen uit Tennessee in Honduras.

De minst conventionele, verrassendste documentaire van dit jaar heet Winterwonderwereld, een bijna abstracte rapsodie van beelden van modern indoorvermaak (van skiën tot concerten) in een Hollandse decembermaand. De maker van deze Haanstra-deconstructie heet Remco Packbiers, maar beklemtoonde dat het een collectief project is van regisseur, producente, geluidsman, cameraman en editor. Dat is precies de geest die Lichting 2001 gunstig onderscheidt van menige andere klas.

Eindexamenfestival lichting 2001 van de Nederlandse Film en Televisie Academie. Projectieruimte Filmacademie, Markenplein 1, Amsterdam. Wo, do, vr 11.00-23.30u, za 10-17u. Gratis toegang, inl. tel (020) 5277333 en www.nfta2001.euronet.nl