`Rekenzwakte' als nieuwe modekwaal

Bijna 400.000 Nederlanders kunnen helemaal niet rekenen. Deskundigen zijn voorzichtig: straks is dyscalculie, na dyslexie, de nieuwste modekwaal.

Een op de vijf Nederlanders is rekenzwak, ze hebben moeite met rekenen, maar kunnen zich met een hoop discipline en ezelsbruggetjes redden bij de kassa in de supermarkt. Voor ongeveer 2,5 procent van de Nederlanders is rekenen een ramp. Zij hebben dyscalculie. Zij hebben, zegt professor Adri Treffers, geen wiskundeknobbel maar een gat. Treffers werkt op het Freudenthalinstituut van de Universiteit Utrecht, het belangrijkste onderzoeksinstituut voor het rekenonderwijs.

Hoogleraar orthopedagogiek Wied Ruijssenaars van de Leidse universiteit noemt het `een blinde vlek'. ,,Het zijn mensen met een normale intelligentie, die verder goed kunnen leren. Laatst sprak ik een geslaagde zakenman, we praten wat over subsidies, ik noem een bedrag van twaalfduizend gulden. Blijft het heel lang stil. Hij vraagt: met hoeveel nullen schrijf je dat?''

Als je Treffers vraagt wat dyscalculie is, zegt hij eerst dat het ,,een genuanceerde kwestie'' is. Dat er geen eenvoudige definitie is, dat de grens tussen rekenzwak en dyscalculie vaag is. ,,Er is iets mis in de hersenen, maar waar het in zit of hoe het zich uit is voor ons ook nog onduidelijk.''

Treffers is zo voorzichtig omdat hij bang is dat dyscalculie de nieuwste modekwaal wordt, na dyslexie en de concentratiestoornis ADHD. ,,Straks gaan ouders massaal hun rekenzwakke kinderen laten testen bij commerciële bureaus.'' En je zult zien, vreest hij, straks heeft iedereen het. ,,Net zoals er in bepaalde delen van het land bureaus zijn die opvallend veel verklaringen van dyslexie afgeven. En met die verklaring dwingen ouders allerlei vrijstellingen op school af.''

Een aantal ouders van kinderen met dyscalculie vroeg vorig jaar staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) om hulp. Hun kinderen, schreven zij, haalden zulke slechte cijfers voor wiskunde, dat ze het eindexamen nooit zouden kunnen halen. Wiskunde is een verplicht eindexamenvak op havo en vwo. Of de staatssecretaris hun kinderen geen vrijstelling kon geven voor wiskunde.

Marion Jurrjens, de moeder van Verika Bentley (15), was een van de schrijvers. Verika zit in de derde klas havo van scholengemeenschap Angelus Merula in Spijkenisse. Voor alle vakken heeft ze goede cijfers, alleen wiskunde is een ramp. Met extra lessen en veel oefenen haalt ze nauwelijk hoger dan een vier. Haar moeder heeft zelf ook dyscalculie, zegt ze. ,,Ik heb een IQ van 133, dus daar ligt het niet aan. Mijn vader had het ook, die moest wiskunde doen, omdat hij medicijnen wilde studeren. Ik kon naar de middelbare meisjesschool en wiskunde laten vallen.'' [Vervolg DYSCALCULIE: pagina 6

DYSCALCULIE

Bij 30 plus 30 krijgt zo'n kind grote problemen

[Vervolg van pagina 1] Marion Jurrjens heeft staatssecretaris Adelmund en de school gevraagd of haar dochter wiskunde mag laten vallen als ze in plaats daarvan een extra taal, Duits bijvoorbeeld, volgt.

Deze maand gaf Adelmund de ouders antwoord. In haar brief aan de Kamer schrijft ze dat kinderen met dyscalculie geen vrijstelling voor wiskunde krijgen.

Professor Treffers vindt dat je leerlingen wel vrijstelling moet geven. ,,Maar je moet geen bureaucratische oplossingen zoeken of het in een wet regelen. Dan wordt dyscalculie witte-jassenwerk. Een goede wiskundeleraar haalt de kinderen zonder rekenaanleg er zo tussenuit, kinderen die in andere vakken goed presteren, en die voor wiskunde wel hard hun best doen. Zij kunnen in overleg met de school en de inspectie oplossingen zoeken voor die kinderen.''

Niet iedereen met dyscalculie, zegt Treffers, heeft dezelfde problemen. Treffers onderzocht kinderen die grote moeite hebben met cijfersymbolen, die niet begrijpen dat het cijfer 7 zeven betekent en die het niet voor elkaar krijgen getallen naar grootte te ordenenen. Ze weten niet dat 42 meer is dan 35, ook niet na langdurig oefenen.

Andere kinderen kennen wel de cijfers en kunnen ook rekenen, maar kunnen niet subitisen. ,,Je gooit vier muntjes op een tafel. Normaal kunnen mensen, en zelfs dieren, hoeveelheden onder de vijf waarnemen. Je ziet subiet dat het 3 muntjes zijn of twee. Iemand met dyscalculie moet de muntjes een voor een tellen om te weten hoeveel het er zijn.

Er zijn ook kinderen die eenvoudige rekenkundige handelingen, zoals optellen en aftrekken, niet kunnen onthouden. Een zevenjarige hoort op een gegeven moment te wéten dat 3 plus 3 zes is. ,,Als het kind daarvoor nog steeds zijn vingers nodig heeft, weet je dat er iets mis is. Bij 30 plus 30 krijgen ze grote problemen.'' Bij die kinderen is de rekenkennis, zoals dat heet, niet geautomatiseerd. ,,Er zijn volwassen die hun leven lang de tafel van 7 moeten uitrekenen.''

Zelf was Treffers tien jaar wiskundeleraar op een middelbare school. ,,Ik had een jongen in de klas die verschrikkelijk zijn best deed, maar zijn proefwerken bar en boos maakte. Ik gaf hem standaard een zes. De havo rolde hij verder makkelijk door. Vlak voor zijn eindexamen wiskunde zei ik: ,,Dat haal je makkelijk, je hebt toch altijd zessen gehaald. Hij scoorde een acht. Ik had hem vertrouwen gegeven. Jaren later kwam ik hem tegen, hij herkende me aan mijn houtje-touwtjejas. Toen pas heb ik hem verteld dat ik jarenlang verkeerde cijfers heb gegeven.''

Professor Ruijssenaars is het wel met staatssecretaris Adelmund eens: vrijstelling gaat te ver. Maar hij vindt wel dat scholen kinderen met dyscalculie tegemoet moeten komen, net als met dyslexie en ADHD. ,,Geef ze wat meer tijd, doe proefwerken voor mijn part mondeling, en geef ze op het examen een lijstje met formules en een rekenmachine. Bij rij-examens zeg je toch ook niet: die bril moet af, de anderen doen het ook zonder.''

,,We kunnen niet eindeloos uitzonderingen blijven maken,'' zegt de woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. De onderwijsambtenaren raadpleegden niet de Nederlandse deskundigen, maar een Amerikaans standaardwerk over leerstoornissen. En daar staat in dat `mathematics disorder' nooit een op zichzelf staand gebrek is, maar ,,veelal gepaard gaat met andere leerstoornissen''. En dus blijft Adelmund bij haar ,,redelijk ferme standpunt'', zegt de woordvoerder: kinderen die havo of vwo willen doen, kunnen kiezen voor het eindexamenprofiel `cultuur en maatschappij', daar zit de simpelste wiskunde in. En als zelfs dat een probleem is, zegt Adelmund, zal de leerling toch een ander schooltype moeten kiezen.

Voor Verika Bentley zou dat betekenen dat ze naar de mavo moet. Ze wil graag stewardess worden of sociaal werker en daarvoor heeft ze minimaal havo nodig. Haar moeder is woedend. ,,Mijn zoon heeft dyslexie en hij krijgt wel extra begeleiding, hij mag een taal laten vallen. Het is unfair en discriminerend dat mijn dochter niet dezelfde aanpassingen krijgt.''