Oud geld: monddood of macht

Blij met meer invloed? Of afkeer over drie verspilde jaren? De ouderen moeten beslissen hoe zij verder willen met hun pogingen aan tafel te komen bij het beheer van 1.000 miljard pensioengeld.

Gepensioneerden en actieve werknemers hebben de afgelopen drie jaar meer invloed gekregen in het bestuur van hun pensioenfonds. Dat was het doel van de afspraken die werkgevers en vakbonden drie jaar geleden hebben gemaakt in een convenant met de ouderenorganisaties (verenigd in het CSO).

Missie geslaagd? Uit cijfers die de Pensioencommissie van de Sociaal-Economische Raad (SER) heeft laten verzamelen blijkt tevens dat een miljoen of meer werknemers en gepensioneerden elke invloed missen op het beheer van hun pensioengeld, waarvoor zij wel verplicht pensioenpremie moeten betalen. Geen deelnemersraad, die advies geeft. Geen plaats in het bestuur, waar vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers de dienst uitmaken.

De voorzitters Schraven (VNO-NCW), De Waal (FNV) en Sturkenboom (CSO) stuurden oktober vorig jaar nog een brandbrief aan de pensioenfondsen om werk te maken van het convenant. Talloze pensioenfondsen zijn op de peildatum 1 januari van de enquête van de SER-commissie nog steeds niet verder dan dat zij van plan zijn om de invloed van gepensioneerden en actieve werknemers in te voeren. De reacties onder ouderen weerspiegelen de tweeslachtige uitkomsten. Verbazing dat de invloed voor ouderen zo sterk verbeterd is. Misprijzen over de wolkbreuk van kwantitatieve gegevens die nog niets zeggen over de kwaliteit van de medezeggenschap. Maar ook regelrechte afkeer over drie verspilde jaren, die wel wat meer medezeggenschap hebben opgeleverd, maar geen zeggenschap.

De traagheid van handelen is een déjá vu van een wijd verbreid gevoel over een bedrijfstak, die 1.000 miljard gulden beheert. De pensioenbeheerders hebben de afgelopen jaren op de pieken van de beurshausse wel formidabele bedragen verdiend, maar als het op veranderingen aankomt, geven zij niet thuis. Minder dan de helft van de 971 pensioenfondsen die een formulier kregen toegestuurd reageerde overigens op de SER-enquête. Vijftien fondsen bleken verhuisd, dertien waren bij een rappélronde telefonisch niet bereikbaar. De respons is overigens ook niet zo uitzonderlijk: 60 procent van de fondsen stuurt de verplichte financiële informatie voor de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer niet op tijd in.

Wat ook opvalt is de belabberde respons van bedrijven die hun pensioenregeling door een verzekeraar laten uitvoeren. Van de 791 vragenlijsten die via het Verbond van Verzekeraars waren verstuurd kwamen er 73 ingevuld terug. Van hen voldeden 17 aan de oproep van het convenant om een vergadering van deelnemers in te stellen.

Met name ouderen moeten er maar op vertrouwen dat de vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers in het pensioenfondsbestuur ook hún belangen evenwichtig vertegenwoordigen.

Daarover bestaat onder gepensioneerden steeds meer twijfel. Werkgevers krijgen of bedingen premiekortingen bij hun pensioenfonds, sommige betalen helemaal niets meer en sommige krijgen zelfs miljoenen terug, een enkeling zelfs bijna een miljard gulden.

Werknemers betalen geen of lage pensioenpremies, een schijntje in vergelijking met premies van meer dan 20 procent die de ouderen van nu in de jaren zeventig moesten betalen. Gepensioneerden mogen bij veel fondsen blij zijn als zij de inflatie bijbenen. De ouderen zullen zich binnen hun koepelorganisatie CSO nu moeten beraden: verder met de sociale partners in een nieuw convenant of aansturen op wetgeving om hun zeggenschap te verankeren.

Een van de vragen die zich opdringt is die over de evenredigheid. Als gepensioneerden al eigen zetels hebben in de besturen van de pensioenfondsen, hebben zij een minderheidspositie ten opzichte van vertegenwoordigers van werknemers en vakbonden. Terwijl dankzij de vergrijzing het aantal ouderen stijgt en het aantal actieve werknemers stagneert of daalt.