Leeggevist

HET ZEEGEBIED ten zuidoosten van Newfoundland, de Grand Banks, zat ooit vol vis. Vooral kabeljauw kwam er veel voor. In de literatuur is terug te vinden hoe groot de vangsten daar waren en hoe makkelijk het vissen ging. De vissers konden oogsten zoals een boer het graan binnenhaalt: massaal en schijnbaar moeiteloos. Na 950 jaar kleinschalige visvangst en een halve eeuw van schandalige overbevissing was tien jaar geleden de kabeljauw in het gebied van de Grand Banks uitgestorven. Al jaren geldt er een vangstverbod, de vissers zijn failliet, hun kotters gesloopt. Maar de kabeljauwstand ter plaatse heeft zich nog steeds niet hersteld. De Grand Banks, ooit de rijkste visgronden ter wereld, zijn het kerkhof van de kabeljauw geworden. Het zou als afschrikwekkend voorbeeld moeten dienen voor iedereen die bij de visserij op de Noordzee is betrokken: visser, bioloog, ambtenaar en politicus. Want ook de Noordzee, als biotoop vergelijkbaar met de Grand Banks, raakt steeds leger. Als er geen scherpe maatregelen worden genomen, zal het eerste slachtoffer de kabeljauw zijn. Ook hier weggevist om nooit meer terug te keren.

Het is een oud verhaal. Overbevissing is er de oorzaak van dat in twintig jaar tijd de kabeljauwstand in de Noordzee is geslonken met meer dan 75 procent. Al jaren waarschuwen biologen tegen de gevolgen van overbevissing, al jaren bieden de `politieke oplossingen' die erop volgen hooguit soelaas voor de korte termijn. De visvangst in de Europese Unie zit, net als de landbouw, gevangen in haar eigen cirkelgang van te veel vissers voor te weinig vis, quotaregelingen die niet afdoende zijn, een onfrisse ruilhandel in visrechten en de gesubsidieerde deelbelangen van een electoraat dat numeriek weinig voorstelt, maar wel zware wapens heeft: schepen die havens kunnen blokkeren.

Toegegeven, Europa heeft intussen vrij forse maatregelen genomen. De jaarlijks toegestane hoeveelheid te vangen kabeljauw ging terug van 81.000 naar ruim 48.000 ton. En in februari kwam de Europese Commissie met een noodmaatregel voor een gedeeltelijk vangstverbod op de Noordzee, dat vorige maand (na de paaitijd) afliep. In maart presenteerde de Commissie een `groenboek' over de toekomst van de gemeenschappelijke visserijpolitiek. De conclusies daarin zijn helder. Het EU-beleid moet ingrijpend veranderen om duurzame visserij mogelijk te maken. Minder vangsten en een veel kleinere vloot – dat zijn de kernwoorden.

HET ZIJN NOG maar plannen voor een toekomstig beleid. Wat er in de praktijk van komt, en vooral wanneer, is afwachten. Juist eind vorige week bereikten de EU en Noorwegen overeenstemming over maatregelen die de kabeljauw moeten beschermen. Noorse vissers zullen netten gebruiken met grotere mazen om de vangst van jonge vissen te voorkomen. Op zichzelf een prijzenswaardige maatregel die getuigt van realiteitszin. Beter kleine stapjes die haalbaar zijn, dan inzetten op het grote maar politiek onhaalbare gebaar. De tragiek is alleen dat het belang van de kabeljauw het punt van grote of kleine mazen allang voorbij is. Om deze prachtige (en smakelijke) vis voor de Noordzee te behouden, zijn juist wèl grote gebaren nodig. Alleen een langdurig moratorium – een vangstverbod van minimaal een jaar – een grote sanering van de vloot en het uitkopen van heel veel vissers kunnen misschien nog voorkomen dat de Noordzee de Grand Banks van het nieuwe millennium wordt.